Recensie

Recensie Film

Opdracht voor The Suicide Squad: vernietig alles – en dat doen ze

Actie De nieuwe hyperironische ‘The Suicide Squad’ heeft niks met de vorige twee delen te maken, behalve antisuperheldin Harley Quinn, die met een kleurrijk zooitje ongeregeld chaos en geweld veroorzaakt.

Margot Robbie als de onberekenbare, geschifte Harley Quinn in ‘The Suicide Squad’.
Margot Robbie als de onberekenbare, geschifte Harley Quinn in ‘The Suicide Squad’.

Suicide Squad (2016) en het hyperbolisch feministische Birds of Prey: And the Fantabulous Emancipation of One Harley Quinn (2020), de twee eerdere films waarin Margot Robbie antisuperheldin Harley Quinn speelde, waren maar een opmaatje voor de nieuwe The Suicide Squad. Harley Quinn (spreek haar naam snel uit en je krijgt harlekijn en je snapt haar zwart-rode kostuums en haardracht) is sinds de jaren negentig het geschifte vriendinnetje van The Joker. Ze is rebels en onberekenbaar. En meer nog dan The Joker is ze de hofnar van het DC-strip- en filmuniversum.

The Suicide Squad heeft sinds ze eind jaren vijftig voor het eerst op missie gingen, vele incarnaties doorgemaakt. Tegenwoordig heten ze Task Force X, maar het principe is hetzelfde gebleven: stuur een stelletje sadistische superschurken op een geheime missie, en ze hebben niet eens een ‘license to kill’ nodig.

Hoewel Birds of Prey pas een jaar oud is, is The Suicide Squad niet zozeer een vervolgfilm, en eigenlijk ook geen reboot die de serie opnieuw opstart, maar een film die met dezelfde acteurs en dezelfde ingrediënten hetzelfde doet, maar dan net een beetje anders. En vooral beter. Regisseur James Gunn begon zijn carrière bij de Troma Studios, een Amerikaans B-filmbedrijf, en was daarna verantwoordelijk voor de Guardians of the Galaxy-films. Daarin werd elke actiescène voorzien van een flinke dosis minstens even dodelijke humor. Dat Gunn soms de grens tussen gepaste ernst en onterechte ironie niet goed in de smiezen heeft bleek toen hij een paar jaar geleden een (terechte) Twitter-shitstorm over zich heen kreeg nadat hij zich ongepast had uitgelaten over de Holocaust, aids, pedofilie en verkrachting. Maar hij lijkt gerehabiliteerd, al hoef je geen dubbele bodems te zoeken in The Suicide Squad die hier nog eens filmisch iets mee willen. Chaos en wansmaak zijn zijn forte. Ideologie is een modderpoel.

De Squad wordt aangestuurd door hoofdcipier Amanda Waller (Viola Davis), die in de Belle Reve-gevangenis haar privélegertje rekruteert. De keuze is simpel: meedoen en anders blaast ze je hoofd op met een ingebouwde chip. Het is dat er in het Zuid-Amerikaanse dictatorstaatje Corto Maltese nog een nieuwe despoot onschadelijk moet worden gemaakt en de strijd aangegaan met een buitenaardse zeester en de onvermijdelijke gestoorde nazidokter, anders was zij de echte schurk van het verhaal geweest.

Tegen zoveel koelbloedigheid zijn alleen ongeleide projectielen bestand als Bloodsport (Idris Elba), Ratcatcher 2 (Daniela Melchior), King Shark (Sylvester Stallone) en Polka-Dot Man (David Dastmalchian). Er is geen plan. Er is geen strategie. De uiteindelijke opdracht luidt: vernietig alles.

En dat doen ze dan ook. Dit is het soort film dat (langdradig op het eind) niet bespaart op ontploffingen, onthoofdingen, bloed en bommenwerpers. Waarvoor de decors alleen zijn gebouwd om af te breken, de kostuums genaaid om in rafels te eindigen. En ja, net zoals in de strips, en in Guardians, zit er allerlei maatschappijkritiek en mensenliefde verstopt in die visuele ravage. Maar binnen de vaak hilarische hyperironie die Gunn hanteert doet dat er nauwelijks toe.