De explosie van de 2.750 ton ammoniumnitraat veroorzaakte enorme schade in en rond de haven van Beiroet

Foto Mohamed Azakir/Reuters

Een jaar na de explosie in Beiroet en de top ontloopt alle schuld

Ramp Beiroet Een jaar na de vernietigende explosie in de haven, waarbij 218 mensen omkwamen, is er nauwelijks iemand verantwoordelijk gehouden. De politieke top negeerde nochtans waarschuwing na waarschuwing.

Deze woensdag is het precies een jaar sinds de explosie in de haven van Beiroet. Ter herdenking organiseren de nabestaanden van de zeker 218 dodelijke slachtoffers op meerdere plaatsen in de Libanese hoofdstad stille wachten en gebedsdiensten. Regeringsfunctionarissen zijn niet welkom, want zij worden gezien als de daders.

Dat de Libanese autoriteiten verantwoordelijk zijn voor de nalatige opslag van het ammoniumnitraat dat op 4 augustus tot ontploffing kwam, is bekend. Maar hoever hun dodelijke achteloosheid ging, is een jaar later minutieus op een rij gezet door mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW), die dinsdag een vernietigend rapport uitbracht. Het 650 pagina’s tellende document, They killed us from the inside is gebaseerd op tientallen briefwisselingen tussen Libanese functionarissen en eerder gepubliceerd werk van onderzoeksjournalisten. Daarmee probeert de organisatie zo volledig mogelijk antwoord te geven op vragen die een jaar na de explosie nog altijd spelen. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Wie is er verantwoordelijk? En waarom bleven zo veel verdachten onbestraft?

Die antwoorden beginnen bij de plaats delict, het havengebied van Beiroet. Deze ‘grot van Ali Baba en de veertig dieven’, zoals Libanezen de haven wel noemen, staat symbool voor de afwezigheid van de Libanese staat. Het gezag is er in handen van maffiabendes en corrupte politieke partijen, Hezbollah voorop. Corruptie is er zo endemisch dat de staat hier jaarlijks 1,2 miljard euro aan belastinggeld misloopt.

Op deze plek meert in november 2013 het vrachtschip de Rhosus aan, met aan boord 2.750 ton ammoniumnitraat op naam van het in Londen geregistreerde bedrijf Savaro Limited. Volgens de scheepsdocumenten was de eigenaar van het schip een Rus en was Beiroet een tussenstop onderweg naar Mozambique.

Dat lijkt niet te kloppen. Zo berichtte Der Spiegel dat de Rus het schip gecharterd had van een Cypriotische zakenman die relaties onderhield met een bank die gebruikt wordt door Hezbollah. Daarbij onthulde de Libanese journalist Firas Hatoum begin dit jaar dat de eigenaar van het ammoniumnitraat, Savaro Limited, een brievenbusonderneming is van Russisch-Syrische zakenmannen die op Amerikaanse sanctielijsten staan voor hun steun aan het Syrische regime – Hezbollah’s bondgenoot.

Het is goed mogelijk dat het ammoniumnitraat bestemd was voor Beiroet en vandaar door Hezbollah naar Syrië zou worden gebracht. Dit zou eveneens verklaren waarom een groot deel van de 2.750 ton geleverd materiaal volgens de FBI al vóór de explosie uit de haven verdwenen was. Ook de prominente Libanese activist Lokman Slim legde de link tussen het ammoniumnitraat, Hezbollah en de oorlog in Syrië. Hij werd in februari vermoord.

Vroegtijdige waarschuwingen

Bijna een jaar lang werd de Rhosus achtergelaten in de haven. Al in dit vroege stadium, bewijst HRW, ontvingen de Libanese autoriteiten meerdere schriftelijke waarschuwingen. „Request for urgent Action”, is het onderwerp van één zo’n brief van 7 april 2014, waarin de advocaten van de kapitein van het schip de havenmeester dringend verzoeken om de lading veilig te laten opbergen. Bijgevoegd is het Wikipedia-artikel ‘lijst van ammoniumnitraat-rampen’. Inmiddels staat de ramp in Beiroet daar ook op.

In oktober 2014 werd het schip eindelijk uitgeladen, maar niet volgens de wettelijke voorschriften. De zakken met ammoniumnitraat lagen bijna zes jaar lang op elkaar gepropt in hangar 12, midden in de drukke haven en op een steenworp afstand van woonwijken en uitgaanscentra. Op het moment van de explosie zaten er gaten in sommige zakken en lag het materiaal naast 23 ton vuurwerk, 50 ton ammoniumfosfaat en ander explosief materiaal, ontdekte The New York Times.

Foto Wael Hamzeh
Foto Nabil Mounzer/EPA
Foto Nabil Mounzer/EPA
Een jaar na de explosie is veel puin nog niet opgeruimd.
Foto’s EPA

Op basis van tientallen brieven concludeert HRW dat de Libanese president, premier, veiligheidsdiensten, legerofficieren en meerdere ministers allemaal op de hoogte waren van de levensgevaarlijke situatie. Al vanaf de aankomst van de Rhosus ontvingen ze talloze schriftelijke waarschuwingen. Dat briefverkeer neemt toe in de weken voor de explosie, maar niemand ondernam genoeg actie om de ramp te voorkomen.

„Mijn geweten is schoon”, zei president Michel Aoun. „Dat materiaal lag er al zeven jaar, sinds 2013. Ze zeiden dat het gevaarlijk was, [maar] ik ben niet verantwoordelijk.” Ook premier Hassan Diab, die een persoonlijke inspectie van hangar 12 twee maanden voor de explosie afzegde, zei in een interview met HRW dat hij indertijd niet wist wat ammoniumnitraat is en hoe serieus hij de waarschuwingen moest nemen.

Lees ook: Een jaar na de explosie in Beiroet is het iconische Sursock Paleis nog steeds grotendeels verbrijzeld

De oorzaak van de brand die het ammoniumnitraat uiteindelijk de lucht in deed vliegen, is nog altijd niet zeker. Er is geen bewijs voor de in Libanon veel besproken theorie over een Israëlische droneaanval op een vermeend wapendepot van Hezbollah in hangar 12. Waarschijnlijker is dat de brand ontstond door laswerk tijdens onderhoud aan de hangar.

Wel staat vast dat niemand de brandweer waarschuwde over het ammoniumnitraat. „Geen zorgen, we moeten even naar de haven om een brand te blussen”, zei een van hen vlak daarvoor tegen zijn vrouw en dochtertje in een videogesprekje via de telefoon. Volgens HRW bevatte zijn grafkist geen lichaam maar slechts stukjes daarvan.

Uiteindelijk kostte de explosie aan 218 mensen het leven, onder wie de vrouw van de Nederlandse ambassadeur in Beiroet. 7.000 mensen raakten gewond, 77.000 woningen beschadigd en 300.000 mensen ontheemd. Onvervangbaar historisch erfgoed is verwoest. De totale materiële schade bedraagt volgens de Wereldbank tussen de 3,2 en 3,9 miljard euro. De emotionele schade voor Beiroets inwoners en heel Libanon is niet te meten.

Na de explosie dwongen massale protesten het kabinet van Hassan Diab tot aftreden. Sindsdien kwam er geen nieuwe regering en zakte Libanon almaar verder weg in een economische crisis. Ook het strafrechtelijk onderzoek naar de explosie bracht nauwelijks antwoorden of gerechtigheid. Vrijwel alle 17 mensen die nu in detentie hun proces afwachten zijn laaggeplaatste medewerkers van de haven of de douane. Maar de politieke eindverantwoordelijken gaan vooralsnog vrijuit.

Foto Bilal Hussein/AP
Foto Hassan Ammar/AP
Nabestaanden demonstreren tegen de regering en herdenken hun omgekomen familieleden.
Foto’s AP

Volgens HRW heeft dat alles te maken met het gebrek aan onafhankelijke rechtspraak in Libanon. De onderzoeksrechter in de zaak moet worden goedgekeurd door de Hoge Rechterlijke Raad, waarvan acht van de tien leden zijn benoemd door het kabinet. Vervolging van hoge bestuursleden zoals ministers is pas mogelijk nadat twee derde van het parlement stemt voor de opheffing van hun immuniteit.

Toen een eerste onderzoeksrechter, Fadi Sawan, in december aangaf Hassan Diab en drie ex-ministers te willen aanklagen, reageerde demissionair minister van Binnenlandse Zaken Mohamed Fehmi dat hij de politie geen opdracht zou geven om hen te arresteren, zelfs in het geval van een rechterlijk bevel. Twee van de ministers dienden vervolgens een klacht tegen Sawan in bij het Hof van Cassatie, waarna hij van de zaak gehaald werd.

Zijn opvolger, onderzoeksrechter Tarek Bitar, doet nu een nieuwe poging. Begin juli diende hij een verzoek bij demissionair minister Fehmi in om twee hooggeplaatste generaals te ondervragen en verzocht hij het parlement om de immuniteit van enkele ministers op te heffen. Om de druk op te voeren demonstreerden nabestaanden voor het parlement en dumpten ze doodkisten voor Fehmi’s huis, maar vooralsnog is het parlement noch de demissionair minister overstag.

Volgens HRW is een internationaal onderzoek dan ook de enige manier om meer duidelijkheid te krijgen. Daarnaast roept de mensenrechtenorganisatie op tot sancties tegen Libanese politici die betrokken zijn bij de ramp. Eind juli is een sanctieregime opgezet door de EU, maar dat is nog niet geactiveerd.

De verwachting is dat de herdenking woensdag zal omslaan in nieuwe protesten. „De Libanese samenleving heeft een punt bereikt waarop veel mensen zeggen: tot hier en niet verder”, zegt Aya Majzoub, één van de auteurs van het HRW-rapport. „De straffeloosheid eindigt hier.”

Lees ook: Als er één dingetje misgaat, is het in de Libanese havenstad Tripoli game over