Recensie

Recensie Beeldende kunst

Kunst concurreert met de poëzie op Kunstenfestival Watou

Kunstenfestival Watou Waar de meeste biënnales en kunstroutes grote thema’s oppakken, staat bij het kunstenfestival Watou alles los van elkaar. Dapper, maar toch niet helemaal geslaagd.

Kunstenfestival Watou toont kunst en poëzie op bijzondere locaties, zoals Kasteel De Lovie, een enigszins onttakeld landhuis in een fraai park.
Kunstenfestival Watou toont kunst en poëzie op bijzondere locaties, zoals Kasteel De Lovie, een enigszins onttakeld landhuis in een fraai park. Foto Kurt Lapere

Het jaarlijkse poëziefestival in het West-Vlaamse dorpje Watou is dit jaar zowel grootser als bescheidener dan anders. Grootser omdat het niet langer beperkt is tot het kleine dorpje met nog geen tweeduizend inwoners. In vorige edities was het allemaal te belopen, van de kerk tot het Douviehuis met soms nog wat kunst in een weiland of een stal. Organisator en drijvende kracht Gwy Mandelinck deed dat van 1980 tot 2008: elk jaar werd het dorpje onder het mom van de Poëziezomer omgetoverd tot één grote tentoonstellingsruimte waar architectuur, beeldende kunst en poëzie samengingen. Daarna werd de Poëziezomer het Kunstenfestival, en dit jaar wordt de veertigste editie gevierd, op de 41ste verjaardag, want vorig jaar ging het festival niet door.

Grootser is het geheel ook omdat het nabijgelegen Poperinge meedoet. Nu is het geheel niet meer eenvoudig te bewandelen: wie het allemaal op zijn gemak wil zien, kan dat het best in twee etappes doen, dichter Peter Verhelst noemt het een ‘fietsparcours’. De locaties in Poperinge voegen zeker wat toe. Sterker nog: hier zijn de mooiste dingen te zien. Zoals in de Gasthuiskapel, waar de video One van Anouk De Clercq te zien is – een statische maar indringende performance begeleid door Laurie Anderson-achige muziek van Vessel. Veel indruk maakt ook het werk in Kasteel De Lovie, een enigszins onttakeld landhuis in een fraai park: de gaten vallen in de muren, en daarmee geeft deze plek het meest het gevoel van het oude Douviehuis in Watou (dat inmiddels strak is opgeknapt en verhuurd wordt als vakantiehuis). Illusie of is het Gewoon anders van kunstenaar Edith Dekyndt is een dun, doorzichtig gordijn waarop de patronen van het behang zijn afgedrukt, dat voor de eetzaal van het statige maar vervallen huis hangt. Er klinkt nauwelijks hoorbare abstracte muziek. Recht ertegenover is een werk te zien van de Italiaans-Sloveense kunstenaar Luca Vanello die een al even statige kamer heeft volgehangen met bladeren en ander bewerkt organisch materiaal. Een verdieping hoger veel nieuwe beeldende kunst, waaronder sterke collages van Neo Matloga

Naast het plaatsje Watou (nog geen 2.000 inwoners) doet dit jaar ook het nabijgelegen Poperinge mee aan Kunstenfestival Watou. Foto Kunstenfestival Watou

Poëzie op ranke standaards

De poëzie zet hier een stap terug, en dat is de reden dat Watou bescheidener is dan in andere jaren. Het Kunstenfestival gaat dat wat betreft opvallend tegen de keer in. Waar in Biënnales en langs kunstroutes het accent vaak op een thema ligt (klimaat, corona, hoop) heeft Watou geen thema. Sterker nog: de kracht zat er altijd in dat het verhaal van de kunstwerken verteld werd door de poëzie. Dat idee is nu losgelaten er worden geen verhalen getoond, de werken staan los van elkaar.

Lees ook Sonsbeek neemt afscheid van spierballenkunst en machocultuur

Met als gevolg dat overal door de ruimtes gedichten zijn afgedrukt op gewoon papier, neergezet op ranke standaards, die de toeschouwer zelf mag lezen maar die verder geen verhouding hebben met de ruimte. Dat is overigens ook de bedoeling, de curatoren ‘hebben ervoor gekozen om alle disciplines autonoom te behandelen. De gedichten worden los van de beeldende kunst gepresenteerd, in aparte ruimtes en in overeenstemming met de bladzijden uit de dichtbundel’.

Het is te prijzen wanneer je tegen de ‘mode’ van de nu gebruikelijke storytelling of ‘themakunst’ ingaat, en er valt ook niets tegen de redenatie van de curatoren in te brengen, maar het betekent wel dat de aanwezigheid van de gedichten een vrijblijvend karakter krijgt. De soms indrukwekkende kunst helpt de poëzie niet om meer indruk te maken, maar concurreert haar vaak weg. Wanneer een gedicht wel een eigen ruimte krijgt en voorgelezen wordt – zoals een van Sasja Janssens Virgula-gedichten – maakt dat meteen indruk, maar visueel is aan de papiertjes-op-standaard niet veel te beleven, en dat wreekt zich vooral in Watou.

Natuurlijk, het is een zeer goed idee om een gedicht van Roelof ten Napel tegenover een bloederig Christusbeeld te plaatsen. En in het Festivalhuis is veel moois te zien: werk van Tracey Emin, videowerk van Melanie Bonajo en ongrijpbaar lichtwerk van Nadia Guerroui dat op meerdere plekken te zien is, zij het niet zonder moeite: ‘Ga op zoek naar patronen die het licht op een unieke manier opvangen’.

Maar wanneer je in de brouwerij even staat te wachten om de gedichten van Marieke Lucas Rijneveld te kunnen lezen die op standaards tegenover een blinde muur staan (je durft natuurlijk bij niemand over de schouder mee te kijken) dwaalt de aandacht af. Dat hoort geen bezwaar te zijn, want de gedichten staan, aldus de begeleidende tekst, bij elkaar ‘als uitnodiging tot lezen, denken, kijken, associëren’. Maar je bent Rijneveld geneigd te associëren met de boerderij en dan denk je aan zo’n stinkende stal waarin twintig jaar geleden nog wel eens gedichten op een muur geprojecteerd stonden. En hoe langer je staat te wachten, des te meer je je afvraagt of je niet beter naar de festivalshop in de Parochiezaal kan gaan om daar gewoon een dichtbundel te kopen.

Kunstenfestival Watou, t/m 5/9, België. Inl: Kunstenfestivalwatou.be