Reportage

Een fris stel benen maakt het grote verschil voor de Nederlandse baansprinters

Tokio 2020 Op de teamsprint won Nederland bij de mannen het eerste olympisch goud sinds 1936 in het baanwielrennen. Het succes is mede te danken aan de vierde man, een luxe die zelfs de rijke Britten niet hebben.

Roy van den Berg, Jeffrey Hoogland, Harrie Lavreysen en Matthijs Büchli.
Roy van den Berg, Jeffrey Hoogland, Harrie Lavreysen en Matthijs Büchli. Foto Koen van Weel/ANP

Drie mannen uit marmer gehouwen zitten met hun vlezige billen op te kleine stoeltjes. Hun oranje snelpak is van achteren dichtgeritst, als een korset om hun gespierde schouders. Ze worden weldra aan de start verwacht van de olympische finale op de teamsprint, een race die ze eigenlijk niet kunnen en mogen verliezen.

Ze waren deze dinsdag al twee keer de snelsten. In de kwalificatie bleef alleen Groot-Brittannië in hun spoor. Het verschil was slechts een tiende. Maar Nederland rijdt die voorronde nooit in de sterkste opstelling. Harrie Lavreysen (24) uit Luyksgestel voelt het dan al: ze kunnen hier olympisch kampioen worden. Hij is opgelucht dat publiek is toegelaten in Izu, de Japanse prefectuur waar de noodtoestand niet geldt. Er zitten precies 526 mensen in het velodroom, veel gezinnen met jonge kinderen. Het is ze verboden te schreeuwen of te zingen, staat op een bordje. Klappen mag wel. Op de ploegenachtervolging wordt dinsdag vier keer een wereldrecord gereden. Dan gaat er een ingehouden golfje van bewondering door de wielerhal. De baan van Siberisch dennenhout is snel. Dat belooft wat.

Tijdens de kwalificatie van de teamsprint is het zaak om een tijd neer te zetten waarmee de volgende tegenstander wordt bepaald. Uitschakeling is nog niet mogelijk. De Nederlandse baansprinters gebruiken in die ronde al jaren een extra man. Ook in Tokio. Matthijs Büchli rijdt alleen de eerste keer mee. Daarna maakt hij plaats voor Jeffrey Hoogland, die zijn benen kan sparen. Andere landen hebben die luxe niet. Dat kan ze gaan opbreken als het er echt om gaat. In de volgende ronde rijdt Nederland wel op volle kracht. Dat moet ook. Alleen de eerste of de tweede tijd geeft recht op de strijd om goud.

De Britten

De grootste tegenstander zijn de Britten, de renners die ze anderhalf jaar geleden op het WK in Berlijn nog wegbliezen met een wereldrecord. Dat gat lijkt tijdens de wedstrijdloze coronaperiode een stuk kleiner geworden. Groot-Brittannië is bovendien de regerend olympisch kampioen.

Sinds de Spelen in Londen pieken de Britten op precies het juiste moment. In niet-olympische jaren vallen ze tegen, strooien ze de concurrentie zand in de ogen. Om dan toch weer olympisch goud weg te kapen. Vlak voor de Spelen komen ze met merkloze wielen vervaardigd uit de duurste lapjes carbon, of gaan ze een samenwerking aan met een raceautofabrikant, die een soort vleugels aan hun frame monteert, omdat in windtunnels is gebleken dat dat nu eenmaal het snelst is. Geld speelt geen rol bij de Britse wielerbond. Aan hun budget kan niemand tippen. Andere landen zien het vaak met lede ogen aan.

Om het speelveld gelijk te trekken, voerde de internationale wielerfederatie UCI een nieuwe regel in, van kracht sinds 1 januari 2021. Voortaan moet al het materiaal dat op de Spelen wordt gebruikt, van pakken tot helmen en van sokken tot frames, voor iedereen commercieel beschikbaar zijn. Landen kunnen zo elkaars materiaal aanschaffen om te checken of het beter is dan waar zij over beschikken. Wie van de regel afwijkt, kan van deelname uitgesloten worden. Nederland heeft niet te klagen. Hun strakke baanfiets is door de TU Delft tot in den treure door de windtunnel gehaald. Hun stuurpen is per renner op maat gemaakt en loopt naadloos over in het frame. Ze leven in de overtuiging dat ze op de snelste fiets ter wereld rijden.

Uiteraard worden de grenzen opgezocht, zoals dat gaat in topsport op het moment dat de belangen het grootst zijn. Maandag, op de eerste dag van het olympisch baantoernooi, ontstaat er tumult als blijkt dat de Deense achtervolgingsploeg rijdt met een speciaal vest onder het wielerpak. Het vest was pas 24 uur eerder op de website van hun federatie beschikbaar . Dat was niet volgens de nieuwe regels. Bovendien fietsten ze met een speciaal soort tape op hun schenen naar een nieuw wereldrecord. De Britten lieten het er niet bij zitten en tekenden formeel protest aan. Dat werd toegekend, maar tot diskwalificatie leidde het niet. Het gaf wel aan met welke ambities de Britten naar het velodroom van Izu waren gekomen.

Roy van den Berg, Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland op weg naar goud in de finale van de teamsprint tegen Groot-Brittannië. Foto Koen van Weel/ANP

Wereldrecord

Nederland laat in de tweede ronde van die illusies weinig heel. Roy van den Berg is weleens sneller uit de startmachine geknald, maar Lavreysen en Hoogland rijden net zo hard als tijdens hun wereldrecord in Berlijn. Ze blijven daar maar twee tienden van verwijderd. Vooraf hadden ze gezegd een nieuwe toptijd te gaan rijden. Ze dachten het nodig te hebben voor de olympische titel. Dat blijkt niet het geval. De Britten kunnen nog zo rijk zijn, maar het frisse stel benen van Hoogland maakt het verschil.

Op het middenterrein wil hij meteen weten wat zijn tussentijd was; 12,2 seconden over 250 meter stemt hem tevreden. Het komt overeen met het goede gevoel op de fiets. En hij ziet nog ruimte voor verbetering. In de finale wil hij met een „monsterverzet” rijden, van 69 tanden voor en vijftien achter. Zo’n reusachtige plaat krijgt een gewoon mens niet rond. Het werd speciaal voor hem gemaakt.

Terwijl de mecaniciens het tandwiel monteren, fietst Lavreysen zijn verzuurde benen los op een rollerbank. Uit een kartonnen beker drinkt hij groene thee met honing. Hij vindt het namelijk maar koud in de hal: 27 graden. Baansprinters zijn het gewend onder warmere omstandigheden te fietsen.

Van den Berg, de gespierdste van het stel, kijkt vlak voor de finale naar boven en slaat een kruisje. Zijn moeder overleed in 2019. Twee dagen voor haar dood beloofde hij haar olympisch kampioen te worden.

Naast hem zit Lavreysen, de snelste man op aarde, drievoudig wereldkampioen. Hij gaapt. Volgens sommigen is dat een goed teken, vlak voor een explosieve krachtsinspanning. Het geeft aan dat hij ontspannen is. Hoogland, zijn vriend, zit aan de andere kant. Hij slaat op zijn gespierde dijen, zo hard dat zijn gezicht er rood van aanloopt. Hij heeft net een shot cafeïne genomen. Zijn lichaam tintelt er helemaal van. Hij briest, tiert. Er komt een oerinstinct in hem naar boven. Een modus van vechten en niet vluchten. Dat heeft hij nodig om boven zichzelf uit te stijgen.

Rechtstreeks gevecht

Het trio heeft de beste prestatie voor het laatst bewaard. Ze rijden elk hun snelste ronde van de dag. De Britten worden in een rechtstreeks gevecht weggevaagd, net als in Berlijn. Ze geven het in de laatste ronde al op. Drie races met drie man blijkt te veel tegen deze Nederlandse ploeg. Afmaker Jason Kenny is helemaal leeg. Voor het eerst in de historie wordt Nederland olympisch kampioen op de teamsprint.

Lees ook: Op de wielerbaan zijn Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland vrienden, teamgenoten én rivalen

Lavreysen balt zijn vuisten en grijnst nog uitbollend op zijn fiets in de lens van een fotograaf. Van den Berg huilt, Hoogland blaast zijn wangen bol. Een olympische medaille was zijn levensdoel. De kleur is goud, bij de mannen voor het eerst sinds 1936. Als ze tot stilstand zijn gekomen, pakken ze elkaar beet, drie kolossen van kerels, met armen als staalkabels. Op het middenterrein tilt Matthijs Büchli bondscoach Hugo Haak op. Die krijgt het ook te kwaad. Door zijn hoofd schieten de intense momenten van de laatste jaren.

Haak maakte zelf deel uit van de selectie tot hij in aanloop naar de Spelen van Rio 2016 door Theo Bos eruit werd gefietst. De ploeg werd teleurstellend zesde in Brazilië. Twee jaar later werd Haak coach van de renners met wie hij samen had gefietst. Haak (29) kreeg de beste sprintploeg ter wereld onder zijn hoede. Die werd twee keer achter elkaar wereldkampioen en was het aan de stand verplicht ook de olympische titel te pakken.

Niets liet hij in de voorbereiding aan het toeval over. In de zomer van 2019 reisde Haak naar Tokio en filmde hij het volledige olympisch dorp, tot aan de eetzaal aan toe. Zo kwamen zijn renners niet voor verrassingen te staan. Maar toen brak het coronavirus uit. Anderhalf jaar lang werd er geen wedstrijd georganiseerd.

Haak moest improviseren om zijn renners scherp te houden. Hij besloot nepwedstrijden te organiseren om zijn renners scherp naar de Spelen te krijgen. Het pakte allemaal perfect uit. „Het is ontzettend gaaf dat ze het nu ook gewoon doen”, zegt hij terwijl zijn vier renners de cameraploegen aflopen, de gouden medaille om hun nek.

Lavreysen vindt het maar een gek gevoel, olympisch kampioen zijn op het nummer waar het allemaal om draait. Ook zijn wereldtitels daalden pas veel later in. „Maar”, zegt hij met een brede glimlach, „ik kan nu al wel trots zeggen dat we de beste van de wereld zijn.” De komende dagen kan het nog mooier worden. Lavreysen is favoriet voor gouden medailles op de sprint en de keirin. Het zou hem de succesvolste Nederlandse man op de Zomerspelen ooit maken.