Reportage

Twaalf uur na haar val wint ze goud – Sifan Hassan ís zeldzaam

Tokio 2020 Sifan Hassan, de nieuwe olympisch kampioen op de 5.000 meter, staat in Tokio onder enorme druk. Ze wil ook goud winnen op de 1.500 meter en de 10.000 meter. „Soms ben ik twee Sifans.”

Sifan Hassan komt over de finish op de 5.000 meter en pakt haar eerste gouden olympische medaille.
Sifan Hassan komt over de finish op de 5.000 meter en pakt haar eerste gouden olympische medaille. Foto Lucy Nicholson/Reuters

Sifan Hassan (28) staat achter de startlijn voor de series van de 1.500 meter. Het is maandagochtend kwart voor tien in Tokio, niet haar favoriete tijdstip om te racen. Ze is geen ochtendmens, komt moeizaam op gang. Dat is altijd zo geweest. Als meisje moest ze rennend naar school om niet te laat te komen.

Ze heeft een aanzienlijke hoeveelheid koffie nodig om haar lichaam wakker te schudden. Ze is liefhebber. Als ze tijd heeft doet ze een Ethiopisch koffieritueel. Dan pakt ze een koekenpan, brandt de bonen die ze meenam uit haar geboorteland en haalt die door een molen. Het doet haar terugdenken aan vroeger. Haar moeder deed het als er bezoek was. Na haar carrière zou ze het liefst een eigen keten starten. De zakenvrouw in haar is niet ver weg. Ze droomt groot. Zou de wereld wel willen veroveren.

Als haar naam wordt genoemd, tilt ze haar arm half op. Ze veinst een glimlach. Heel die poppenkast is niks voor haar. Ze heeft bovendien nog wel meer te doen.

Onder enorme druk

Hassan staat deze dagen onder enorme druk. Dat werd vrijdag al duidelijk, toen ze zich soeverein voor de finale van de 5.000 meter plaatste. Van opluchting was geen sprake. Ze vond het maar warm in het olympisch stadion en ze klaagde over stress. Van haar coach, de Amerikaan Tim Rowberry, moest ze voortmaken. Hij stond haar op te wachten bij de uitgang van het stadion. Ze moest eten en rusten. Zo snel mogelijk herstellen.

Al een tijdje hing in de lucht dat ze deze Spelen mogelijk voor een uniek programma zou gaan kiezen: een drieluik van 1.500, 5.000 én 10.000 meter. De gedachte alleen al tartte de wetten van de biomechanica. Niemand kon zich er een voorstelling van maken. Het zou te veel van het goede zijn, ze kon zich beter op één of twee medailles richten; olympisch eremetaal won ze immers nog nooit. Het is ook niet voor niets nog nooit gebeurd. Een atleet is een specialist op de middellange of lange afstanden. Niet allebei. Daar is zowel explosiviteit als duurvermogen voor nodig. Een zeldzame combinatie. Zeker op wereldniveau.

Lees ook: Sifan Hassan: ‘Ik heb pijn en verdriet gehad. Die delen van mijn leven wil ik liever niet zien’

Maar Sifan Hassan ís zeldzaam. Twee jaar terug pakte ze bij de WK in Doha de dubbel op de 1.500 en 10.000 meter. Ook dat was nooit vertoond. De prestaties werden met wantrouwen bekeken omdat haar coach, Alberto Salazar, van dat toernooi werd verwijderd. Hij bleek zich met doping te hebben beziggehouden, maar deed dat in de jaren voor Hassan bij hem kwam trainen. Hassan reageerde buitengewoon fel op de insinuaties. Ik ben schoon, foeterde ze. Voor het vieren van haar successen was weinig ruimte. Nu is ze toch al niet het type dat zich hossend laat huldigen. Ze leidt haar leven graag op een sobere manier. Haar moeder en oma leerden haar op die manier een goed moslim te zijn.

Anderhalf jaar later, in gesprek met NRC, zei ze dat het onlogisch was om haar van middelengebruik te betichten. Ze was al jaren op een constant niveau, liet geen ongeloofwaardige prestatieontwikkeling zien. Het klopte. Ze werd sinds 2014 ieder jaar een stapje beter.

Het moet haar getergd hebben dat er mensen waren die niet in haar geloofden. Tegenslag is al vaker haar brandstof gebleken. Ze haalt er motivatie uit. Over haar vlucht uit Ethiopië als 15-jarig meisje wil ze zo min mogelijk kwijt. Wel zei ze in januari te denken dat ze mentaal sterk werd door de dingen die ze heeft meegemaakt. Zo sterk, dat ze de pijnsensaties in haar lichaam kan onderdrukken zoals ze ook met haar trauma’s doet. „Ik denk dat ik het nodig heb dat iets niet goed gaat”, zei ze. „Dan word ik boos, en kan ik harder trainen.”

Sifan Hassan is de eerste atlete die namens Nederland olympisch goud wint sinds Ellen van Langen in 1992.

Foto Robin van Lonkhuysen/ANP

Olympische triple

Zaterdagavond laat hakte ze met haar coach de knoop door. Sifan Hassan zou voor een olympische triple gaan. Na Doha ging ze laten zien dat ze tot nog meer in staat is. Ze voegde de 1.500 meter toe aan de twee langste nummers van de baanatletiek. „Het is cruciaal voor mij op mijn hart te volgen”, stond in een persbericht. „Dat is nog veel belangijker dan het halen van medailles. Het houdt me gemotiveerd en zorgt dat ik kan blijven genieten van deze prachtige sport.” Het hield in dat ze na de series van de 5.000 meter op vrijdag, op maandag twee keer in actie moest komen: ’s ochtends vroeg op de 1.500 meter, en ’s avonds laat voor de finale van de 5.000 meter. Komende woensdag en vrijdag doet ze nog een 1.500, om zaterdag af te sluiten met de 10.000 meter. Gekkenwerk. Maar juist dat vindt Hassan mooi. Op haar sociale media poste ze een quote van Muhammad Ali: „We can’t be brave without fear.”

Chagrijnig kijkt ze, aan de start van de serie 1.500 meter. Misschien is gefocust beter. Tot op het bot gemotiveerd om haar grensverleggende missie te volbrengen. Als het haar lukt om drie keer olympisch goud te winnen, wordt ze een levende legende. Maar daar is het haar niet om te doen, zegt haar manager Sander Ogink, die al jaren met haar samenwerkt. „Ze wil zichzelf uitdagingen opleggen die anderen niet voor mogelijk achten. En grenzen verleggen om te bewijzen dat vrouwen veel meer kunnen dan altijd gedacht wordt.” „Life is not about the goal”, zegt ze later. „It’s about doing whatever you want.”

Ergens in april begon Hassan er voor het eerst over. Na een maandenlange zwerftocht over de wereld – ze mocht de Verenigde Staten niet in omdat ze door het coronavirus geen visum kreeg – sliep ze eindelijk weer in haar eigen bed. Er viel een last van haar schouders. Ze werkte haar trainingen af op hoogte, in Utah, waar het bloedheet was. Een betere voorbereiding op de omstandigheden in Tokio kon ze zich niet wensen. Het resulteerde in juni in een wereldrecord op de 10.000 meter in Hengelo, dat ze twee dagen later alweer kwijtraakte.

„Denk je dat ik het zou kunnen?”, vroeg ze haar coach en manager. Ogink: „In eerste instantie zei ik van niet. Toen ging zij erover nadenken, en ik ook. Ik blijf erbij. Sifan kan op twee onderdelen goud winnen. Voeg daar een afstand aan toe en je zet de rest op het spel.” Maar hij wist ook dat een idee niet uit Hassans hoofd te praten is. Hij liet haar de voors en tegens zien. Ze luisterde naar zijn argumenten, maar bleef toch bij haar keuze. „Ik kan geen tegenargumenten formuleren voor het volgen van je hart.” Hassan voegde de 1.500 toe, de afstand die ze het liefst doet vanwege de spanning, de tactiek. Het spel staat haar aan, er kan van alles gebeuren. Dat blijkt.

Rechterheup

Als het startschot maandagochtend klinkt, is er nog weinig aan de hand. Hassan loopt tot 1.100 meter zoals ze dat vrijwel altijd doet: achteraan, om uit het gedrang te blijven. Alleen in Doha domineerde ze van start tot finish, getergd als ze toen was. Bij de bel voor de laatste ronde schuift ze op. Maar dan gaat voor haar de Keniaanse Edinah Jebitok onderuit. Hassan kan haar niet ontwijken en valt op haar rechterheup. Rowberry en Ogink zien het aan de overkant van de baan met afgrijzen gebeuren. Ogink: „Meteen schiet door je hoofd: vanavond moet ze de 5.000 lopen. Wat doet zo’n val? Lichamelijk en mentaal?”

Sifan Hassan (2993) is in de serie 1.500 meter ten val gekomen door toedoen van de Keniaanse Edinah Jebitok.

Phil Noble/Reuters

Voor de meeste atleten is de wedstrijd voorbij. In de slotronde gaat het tempo omhoog. De bel werkt als een rode lap op een stier. Hassan hoort de criticasters alweer beginnen. Zie je wel dat het te veel was? Ze krabbelt op en zet de achtervolging in, heeft het gevoel dat ze door wel twintig kopjes koffie wordt voortgestuwd. Met reuzenpassen komt ze dichterbij en bij het uitkomen van de laatste bocht heeft ze alle schade alweer goedgemaakt. Ze wint de serie en gaat ‘gewoon’ naar de halve finale. Heel even heeft ze spijt van haar keuze. Misschien was het inderdaad te veel. Ze gaat in gevecht met zichzelf. „Soms ben ik twee Sifans”, zou ze later zeggen. „Een normale en een niet-normale. Ik dacht: je kan het, je kan het niet.”

In de auto terug naar het olympisch dorp maakt ze alweer grapjes. Hassan blijkt in staat zichzelf te kalmeren. Ze blijft niet in negativiteit hangen, zegt Ogink. Coach Rowberry post op Instagram een filmpje: „Kan het nou nooit eens normaal?”

Haar begeleiding is er niet gerust op. Van haar heup heeft ze geen last. Een fysio kijkt er even naar, maar Hassan houdt er niet van zich te laten masseren op een wedstrijddag. De adrenalinerush die ze kreeg en de enorme sprint die ze daarop trok, baren Ogink zorgen. „Het is nu zaak dat we haar rustig houden. Ze doet nog een cooling-down en wil daarna bidden. Ze gaat lunchen met veel fruit en zal twee uurtjes slapen. Dan nog een keer eten en alweer naar het stadion.”

Haar tweede race

Precies twaalf uur na haar val maakt Hassan een paar versnellingen in het olympisch stadion. Ze voelt zich moe vlak voor de start van haar tweede race. Waarop ze viel, is het stijf geworden. Ze start weer helemaal achteraan, maar na drie minuten wedstrijd komt ze naar voren. Haar blik houdt ze angstvallig op de benen voor zich. Het zal haar niet nog eens gebeuren. De concurrentie komt uit Kenia en Ethiopië, maar die maken het haar helemaal niet lastig. Ze knappen kopwerk voor Hassan op, en brengen haar in een zetel naar de slotronde. Haar wapen.

Bij de bel begint ze te sprinten. Haar passen worden groter, haar armen heft ze tot naast haar gezicht. Met 300 meter te gaan is ze los. Ze gaat nog harder dan maandagochtend. Terwijl ze meters van haar concurrenten wegloopt, is haar gezicht ontspannen, haar wangen en lippen bewegen op het ritme van haar passen. Vol overtuiging snelt ze naar haar eerste olympische titel, de eerste ook namens Nederland sinds Ellen van Langen, op de 800 meter, Barcelona 1992.

Als ze de finish is gepasseerd, gooit ze haar hoofd in haar nek. Ze kijkt naar boven, praat, dankt. Even later zit ze knielend onder het roodwitblauw. „Ik weet zelf niet eens hoe ik dit gedaan heb”, zegt ze na een tournee langs de wereldpers. Ze is doodmoe na een historische dag. „Wat een drama was het, hè? Maar nu is de druk eraf.” Lachend loopt ze weg. Ze kan gaan genieten.