Yeliz Çiçek, hoofdredacteur van Linda.meiden: „Laten zien: je bent wie je bent en je bent niet alleen. Dat is voor mij de kracht van mode.”

Foto: Merlijn Doomernik

Hoofdredacteur Linda.meiden: ‘Je haalt ze binnen met mode, maar schotelt ze tussen de regels door zware kost voor’

Interview Yeliz Çiçek (34) is de nieuwe hoofdredacteur van Linda.meiden. Ze wil een blad maken dat als instituut fungeert in het leven van jonge vrouwen.

In een wereld die lang bekend stond als hard, ontoegankelijk en zo wit als sneeuw, staat een nieuwe generatie bladenmakers op. Exclusiviteit – hiervoor zo’n beetje het grootste trendwoord in glossy bladen – wordt langzaamaan ingeruild voor inclusiviteit, snobisme voor kameraadschap. Yeliz Çiçek (34), hoofdredacteur van Linda.meiden, is onderdeel van de voorhoede hiervan.

Ze ontvangt NRC op een snikhete dag in haar appartement in de Amsterdamse wijk De Pijp. Op Instagram - bijna 11.000 volgers - maakt ze geregeld gewag van haar grote voorliefde voor design-schoeisel en onbetaalbare Jacquemus-tasjes die zo klein zijn dat er hooguit een tampon in past. Maar vandaag is ze thuis aan het werk en voorzien van een eenvoudige korte broek, knot en grote bril.

Als freelancer schreef Çiçek voor vrouwenbladen als Marie Claire en Vogue. Vervolgens werkte ze voor modeblad Glamour, waar ze zich als adjunct-hoofdredacteur inzette voor meer vrouwen van kleur in zowel het blad als op de werkvloer - een van de grootste uitdagingen binnen de huidige modewereld. Begin dit jaar begon ze bij Linda.meiden, een magazine voor vrouwen tussen de 18 en 28 jaar, met aandacht voor human interest, modetrends, beauty en activisme.

Jonge mensen laten zien: jij mag zijn wie je bent en je bent niet alleen. Dat is voor mij de kracht van mode.

Wat boeit jou zo aan mode?

„In elk geval niet de kleertjes en de trends, ik heb nooit stylist of iets dergelijks willen worden. Ik ben geïnteresseerd in de boodschap die je kunt uitdragen met kleding en modeontwerp. In hoe mode groepen mensen bij elkaar brengt, communities vormt van gelijkgestemden. Zoals zangeres Billie Eilish, die met de manier waarop ze zich over het algemeen kleedt – verhullende kleding, platte schoenen, voorheen groen haar – laat zien dat ze niet gelooft in stereotypen en binaire gender-identiteit. Ze laat hiermee een enorme groep jonge mensen over de hele wereld zien: jij mag zijn wie je bent en je bent niet alleen. Dat is voor mij de kracht van mode.”

De modewereld ligt ook geregeld onder vuur - vanwege de grote schade die de kledingindustrie toebrengt aan het milieu en de misstanden in fabrieken in landen als Bangladesh. Wat doet dat besef met jouw liefde voor de modewereld?

„Dat is een lastige spagaat. Linda.meiden is een titel waarin mode wel voorkomt, maar die vooral draait om het leven zelf. Hoewel het soms raar voelt om op de ene bladzijde een artikel te hebben over consuminderen en op de volgende een trendverslag met goedkope jurkjes, vind ik die combinatie van frivoliteit en uit het leven gegrepen verhalen absoluut waardevol.

„Je haalt je jonge lezers binnen met die luchtige kant, maar schotelt ze haast ongemerkt en tussen de regels door heel serieuze en maatschappelijk relevante onderwerpen voor. We hebben bijvoorbeeld nummers gemaakt over straatintimidatie, slut shaming en het belangvan wederzijdse instemming bij seksueel contact. Bij dat laatste nummer zit een checklist die lezeressen kunnen afvinken en voorleggen aan hun geliefde of scharrel. Zo van: kijk, dit vind ik lekker en dit niet.”

Lees ook: Linda - En zo verkoop je je sterkste merk (uit 2014)

Zijn tijdschriften nog wel de juiste vorm om een nieuwe generatie meiden te bereiken?

„Als meisje verslond ik modebladen, ik haalde daar veel kennis uit over bijvoorbeeld seks, waar ik met mijn ouders echt niet over kon praten. Ik weet dus uit eigen ervaring hoezeer een modetijdschrift een instituut kan zijn in het leven van een jonge vrouw. Ik geloof écht in papieren tijdschriften en vind het doodzonde dat bladen als Glamour en Vogue onlangs hun uitgever in Nederland zijn kwijtgeraakt.”

Een oudgediende modejournalist zei me eens: om in de mode te kunnen werken moet je óf van adel zijn óf bloedmooi. Klopt dat?

Lachend: „Dat herken ik wel, ja. Dat is wat er gebeurt als het community-gevoel verkeerd uitpakt. Ik was me er vooral in het begin van mijn loopbaan sterk van bewust dat ik met mijn bi-culturele achtergrond – mijn vader is Turks, mijn moeder Nederlands – de uitzondering was. Maar ik heb me nog veel meer een buitenstaander gevoeld, doordat ik merkte dat ik uit een andere sociale klasse kwam dan mijn collega’s.

„Ik liep stage bij Marie Claire en hoorde dan hoe een andere stagiaire tijdens de lunch aangesproken werd: ‘Wat leuk, ik heb nog met jouw vader gewerkt.’ Er was duidelijk sprake van een inner circle waar ik, met mijn ouders uit een Nijmeegse volksbuurt, niet bij hoorde. Het gebeurde niet vaak, maar áls ik eens op de werkvloer een andere bi-culturele vrouw tegenkwam, was dat iemand uit een intellectueel milieu. Terwijl mijn ouders allebei niet gestudeerd hebben, niet goed Nederlands schrijven en naar André Hazes luisteren.”

Voelde je je wel thuis op de redacties waar je gewerkt hebt?

„Ik heb me altijd goed kunnen bewegen in kringen die niet per se de mijne zijn, maar verwant aan mijn collega’s voelde ik me niet. Ik heb daarom lang niet durven vertellen over mijn vaders werk als horeca-ondernemer. Dat ik hem regelmatig in het weekend hielp in een van zijn cafetaria’s en dan kroketten stond te bakken, daar schaamde ik me voor. Nu niet meer, trouwens.”

Hoe heb je die schaamte achter je gelaten?

„Er kwam een nieuwe hoofdredacteur bij Marie Claire, Claudia Straatmans. Zij had zelf een dochter met een donkere huidskleur en begreep goed in welke positie ik me als bi-cultureel persoon bevond. Dat ik wel VWO gedaan had, maar van huis uit geen perfecte grammatica aangeleerd had gekregen bijvoorbeeld. Collega’s zeiden dan oordelend over mijn werk: ‘Die fouten mag je echt niet meer maken, hoor.’

„Claudia brak dat open en zei recht voor z’n raap: ‘Luister, ik heb gemerkt dat bi-culturele mensen vaak ‘die’ en ‘dat’ door elkaar halen. Misschien kun je daar eens naar kijken.’ Ik voelde me door haar serieus genomen, wat heel prettig was. Nog zoiets: ze sprak mijn naam altijd volledig en correct uit. Langzaamaan begon ik me hierdoor te realiseren dat mijn afkomst en diverse netwerk niet gênant, maar juist heel waardevol zijn in mijn werk.”

Hoe vinden je ouders het dat je nu hoofdredacteur bent?

„Ach man, die zijn zó trots. Het is niet altijd makkelijk voor ze geweest te merken dat ik anders ben dan zij. Hun vrienden maakten er vaak grappen over, als ik naar musea ging of tijdens feestjes lezend op de bank zat, zo van: hoe kan dit kind uit jullie komen?! De doctorandus, werd ik genoemd.

„Op het VWO werd ik door een aantal moeders van vriendinnen onder hun vleugels genomen. Ze checkten bijvoorbeeld mijn verslagen op taalfouten, omdat mijn eigen moeder me daar niet mee kon helpen. Ik heb daar veel later, toen ik allang volwassen was, een mooi gesprek met haar over gehad. Ik heb haar gezegd dat ze er op haar eigen manier absoluut voor me is geweest, door fruit voor me klaar te zetten na school en te informeren hoe het met me ging.

„Toen ik mijn ouders belde om te zeggen dat ik de baan bij Linda.meiden had, werden ze allebei heel emotioneel. Iedereen, echt de hele buurt, is ze persoonlijk komen feliciteren. ‘Wat goed hè, van onze Yel’, zeiden mensen. Dat doen mensen in Amsterdam-Zuid niet hoor!”

Hoe wil je de modejournalistiek diverser maken?

„Uiteindelijk is het doel niet geforceerd een blad te vullen met modellen van kleur. Dat is een marketingtruc waar niemand iets aan heeft. Het doel is: meer werkgelegenheid creëren voor mensen die niet voldoen aan de witte, binaire norm. Daar moet in geïnvesteerd worden en dat kost tijd. Maar dat is prima, ik ben er nog wel even.”