Opinie

Het begraven van dromen

Ellen Deckwitz

Van een vakantie keren sommigen terug als van na een Oud en Nieuwfeest, vol goede voornemens, vastbesloten om nu echt door te pakken en zo keek ik vrijdag toe hoe L. in het bos een kuil groef. Bij ieder geluid keek hij betrapt op, om vervolgens nog driftiger door te spitten.

Op de camping was hij zijn leven gaan evalueren. In oktober wordt hij veertig, en de afgelopen decennia besteedde hij een groot deel van zijn vrije tijd aan het zoeken naar een levenspartner. Daten, sportschool, therapie om een nog aangenamer persoon te worden. En er waren liefdes, er waren lange relaties, maar ondanks alle inspanningen bracht hij deze zomervakantie alleen in een tentje door.

Vorige week hing hij aan de lijn. Dat hij tijdens zijn trip tot de conclusie was gekomen dat hij al die jaren verkeerd tegen de liefde had aangekeken. Hij verwachtte dat de ultieme geliefde alles goed zou maken: zijn angsten, zijn verdrietige jeugd, alle teleurstellingen op het gebied van relaties, werk en vrienden.

„Maar zo’n persoon bestaat natuurlijk niet, en ik denk dat ik me vooral met die zoektocht bezighield om maar niet stil te hoeven staan bij alles wat er in mijn leven niet lekker loopt. Verkering is geweldig hoor, maar er zit in mij een gat dat gewoon niet door een mens kan worden gevuld.”

Dat klonk heel redelijk en aannemelijk en toen ik hem daarmee complimenteerde, barstte hij in tranen uit.

Tja. Toen ik jaren geleden door Zuid-Amerika trok, vertelde een medereiziger me over een dorpje ergens in Nicaragua waar ze een bijzonder gebruik kennen. Elk jaar trekt de hele bevolking naar het lokale kerkhof om hun niet uitgekomen dromen te begraven. De dingen waar ze eens op hoopten, maar waarover ze in de loop der tijd ontdekten dat ze eigenlijk niet bij hen pasten, of waarvan het nastreven ervan hen diep ongelukkig maakte. Ze schreven de droom op, het kon van alles zijn, een bepaalde carrière, een financieel doel, iets veranderen aan henzelf, het redden van een huwelijk, en hielden er vervolgens een afscheidsdienst voor. Ten slotte vertrouwden ze het papiertje met de droom erop toe aan de aarde. Het hielp hen om los te laten, zodat ze konden rouwen over een toekomst die nooit zou komen.

Toen ik dit aan L. vertelde, werd er meteen een datum geprikt.

En zo bevonden we ons vrijdagochtend aan de rand van een klein graf.

L. deed de schoenendoos open en legde er een brief in, waarin hij zichzelf vergaf voor het hebben van een droom die niet goed voor hem was.

Hij begon te delven. Plof plof. Daar verdween de droom.

Tijd voor nieuwe.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.