Daar lig je de rest van je dood onder een tweehonderd jaar oude beuk

Kán dat? Het echte bosgevoel ondergaan in Nederland? Dat is de vraag die Herman Vuijsje deze zomer onderzoekt.

Aflevering 5: Elspeet

Een man ligt languit op een bed van dorre blaren, de handen gevouwen voor de borst, terwijl een vrouwenstem klinkt: „Da’s toch gewéldig... dat je hier de rest van je tijd mag slijten?”

Word één met de natuur heet het videofilmpje van Natuurbegraafplaats Elspeterbos. Er staan „beuken die wel tweehonderd jaar oud zijn” en onder zo’n beuk lig jij dan de rest van je dood. „Het is zó’n unieke plek dat je eigenlijk wacht wanneer het mag gebeuren”, fluistert de proefligger nadat hij is opgestaan.

Zo’n eeuwenoude boom uitzoeken, die dan als trouwe wachter over je zal waken. „Ik heb hem nog gekend”, kun je hem horen ruisen vanuit zijn bladerdak. Opgenomen worden in de sapstroom die door zijn schorsaderen vloeit, da’s nog eens wat anders dan praten met bomen.

Ja, ik ben sceptisch als ik aankom bij het Elspeterbos. De zelfverlakkerij dat je voor eeuwig één wordt met boom en bos, terwijl je alleen maar even hoeft te dromen dat je langzaam dood bent om te zien hoe in een reeks flitsen alles op de Veluwe verandert: van stuwwal naar akkergebied naar zandverstuiving naar hei naar bos naar? Trouwens, als jouw boom eens ommevalt? Ik zie er al eentje liggen, morsdood op de grond.

Er is geen hek of andere afscheiding, ik betreed, kijk en zie... niks. Ik was nog wel zo nieuwsgierig hoe het er hier uit zou zien, maar: niks, dus. Dat wil zeggen: een mooi, stil bos, dat ligt te stoven in de middagzon maar waar het toch koel en sereen is.

Alle herdenkingstierelantijnen zijn verboden, lees ik op het informatiebord, hoogstens een houtschijf is toegestaan, maar zelfs die zie ik nergens. Ook geen initialen in bomen gekerfd, niks. Móói niks! Geen bemoste schedel steekt de kop op, zoals ik eerder op mijn wandeling vaak meende te zien. Gewoon één twee drie in godsnaam neerlaten in de aarde en verder rustig laten liggen. Ik word waarachtig haast even enthousiast als dat echtpaar uit het filmpje.

Het grote bomensterven

Het is niet toevallig dat ik een omweg maak voor dit bezoek. Als bejaard wandelaar heb je vanzelf oog voor de vergankelijkheid van het bestaan. En het bos laat niet na je daar aan te herinneren: al die bomen met hun uitstulpsels en aanvreetsels, hun gebogen kalende stammen, hun dunne uitgroeisels aan de top. En overal gevallen en rottende stammen.

Dankzij het moderne natuurbeheer, dat dicteert: gewoon niks aan doen, leve het vrije spel der natuurlijke krachten – een van de weinige zegenrijke effecten van de terugtredende overheid.

Het hangt een beetje van je stemming af, maar om me heen zie ik het grote bomensterven in al zijn fasen: van de angstig scheef hangende boom die vlak boven je hoofd een amechtig piepen laat horen tot de op zijn rug gevallen stam, uitgeloogd door de wind en verstard in een aangrijpende rigor mortis, die zijn takken nog omhoog steekt zoals een karkas zijn ribben. Eén grote knekelhof en bomendodendans,

Nou ja, het heeft ook wel iets moois, in één keer afbreken en omvallen. En wat te denken van zo’n jonge boom in de kracht van z’n leven die in een van zijn vorken een afgeknapte ouwe heeft opgevangen en hem nu tegen beter weten in voor de definitieve downfall blijft behoeden? Toch een vrolijke noot in het dooie doodbos... het hangt van je stemming af.