Zeven jaar eerder 80 geworden – hoe de coronacrisis veroudering kan versnellen

Ouder worden Mensen zagen hun ouders en grootouders in coronatijd zienderogen achteruitgaan. Versneld ouder geworden kan, maar valt het te keren?

Illustratie Jasmijn van der Weide

Heel af en toe vloog het hem aan: weinig afleiding, aan huis gebonden, alleen zijn. Dan ging Martien (73, achternaam om privacyredenen weggelaten, maar bekend bij redactie) wandelen, of naar familie in Zeeland, om ook daar weer te wandelen – maar dan in ieder geval in een andere omgeving. Soms begon hij een gesprek met de mensen in het trappenhuis van zijn appartementencomplex, al dacht hij daarna weleens: „Misschien praat ik te veel.”

Oud had hij zich nooit gevoeld. Eenzaam, ondanks dat hij alleen woont, ook niet. Eén dag in de week vrijwilligerswerk, één dag beeldhouwen, met vrienden naar de film, het theater, een terras – aanspraak had hij genoeg.

Pas tijdens de lockdowns begon voor hem een leven dat hij zich eigenlijk had voorgesteld voor als hij tachtig zou zijn. Natuurlijk vallen er mensen weg als je ouder wordt, zegt Martien. Je hebt minder energie, dus sommige vriendschappen verwateren. Maar nu ging het allemaal wel heel snel. En daar was opeens toch de angst voor eenzaamheid, die soms leidde tot vermoeidheid. „Het gevoel van: oh god, dit is mijn toekomst, werd sterker. En dat maakte dat ik me opeens veel ouder begon te voelen.”

Lees ook: Hoogleraar ouderengeneeskunde: ‘Tachtigers blinde vlek bij aanpak coronavirus’

Zienderogen achteruit

Of er nou een ziekte, coronabesmetting, eenzaamheid of gewoonweg te weinig afleiding aan ten grondslag lag – het gevoel in korte tijd veel ouder geworden te zijn, is een gevoel waar wel meer 65-plussers het afgelopen jaar last van hadden. Mensen zagen hun ouders of grootouders soms zienderogen achteruitgaan, en 65-plussers gaven zelf ook aan dat bijvoorbeeld eenzaamheid zijn tol eiste. Lifelines, een onderzoeksprogramma van het UMCG in Groningen, ondervroeg vorig jaar meer dan 11.000 thuiswonende ouderen in de Noordelijke provincies. Samen met de Hanzehogeschool Groningen, NHL Stenden Hogeschool, het UMCG en het RIVM werden die gegevens geanalyseerd, en daaruit bleek dat in mei 2020 één op de acht 65-plussers kwetsbaar was. Zij functioneerden niet goed op lichamelijk, psychisch of, in de meeste gevallen: sociaal vlak. Bijna de helft gaf aan zich tijdens de pandemie afgesloten te voelen van anderen.

Nu was met name dat laatste gevoel niet voorbehouden aan ouderen. Tijdens de lockdowns voelden we ons vrijwel allemaal in meer of mindere mate afgesloten van anderen. Nauwelijks mensen zien, te weinig lichaamsbeweging, een hoofd vol watten – het zijn heel herkenbare isolatiesores. Maar: we mógen weer, of toch in ieder geval een beetje. Zo beschrijft Martien dat het eenzame gevoel er inmiddels wel af is, het „kunnen genieten van dingen”, zijn zin in de dag, zijn weer terug. Al zegt hij er ook bij: zoals vóór de lockdowns, voelt het nog niet. Je leven opnieuw vormgeven, bepalen waar je nieuwe energie van krijgt – dat duurt toch even.

Het gevoel in korte tijd sneller ouder te worden hoeft niet slechts een gevoel te zijn, zegt Marcel Olde Rikkert, hoogleraar geriatrie en hoofd van het RadboudUMC Alzheimer Centrum. Het kan werkelijk zo zijn. Volgens hem is het heel waarschijnlijk dat een grote groep ouderen versneld ouder is geworden tijdens de coronacrisis. Ook al was de periode van stilstand maar tijdelijk, en ook al werden zij zelf nooit ziek.

Dat heeft alles te maken met het proces van veroudering, legt Olde Rikkert uit. „Ons lichaam bestaat uit een complexe machinerie die onze gezondheid in stand houdt. Evolutionair gezien is het nutteloos dat hele systeem na de vruchtbare leeftijd overeind te houden, dus als er vanaf dat moment schade optreedt, is dat niet meer volledig omkeerbaar: je wordt ouder, gaat achteruit.”

Schadestapeling

Die veroudering gaat sneller wanneer je schade ‘stapelt’, zegt Olde Rikkert. Dat kan door ziekte zijn, een ongeluk, maar ook door stress, ongezond leven of eenzaam zijn. „Wat je bij ouderen ziet gebeuren, is dat zij minder goed herstellen van lichamelijke, psychische of sociale schade. Zo’n ‘schadestapeling’ zorgt sneller voor een verlies van functies, omdat ze minder reserves hebben. En dan kan het opeens hard gaan.”

Je kunt best snel in een neerwaartse spiraal komen, en blijvend achteruitgaan

De coronacrisis met bijbehorende lockdowns heeft volgens Olde Rikkert op zoveel fronten stress opgeleverd – mentaal, emotioneel, en lichamelijk – dat het stapelen van schade haast onvermijdelijk was. En natuurlijk heeft dat niet op iedereen precies dezelfde impact. Achteruitgang is altijd een vermenigvuldiging van leeftijd en levensstijl, zegt Olde Rikkert. De een heeft een goed herstelmechanisme, en zal er daarom snel weer bovenop komen, de ander herstelt minder goed, omdat hij of zij bijvoorbeeld altijd heeft gerookt of weinig heeft bewogen. Olde Rikkert ziet dat het nu vooral de ouderen zijn die aan de „minder gunstige herstelkant” zitten, die door te weinig sociaal contact en minder bewegen relatief snel verouderen.

Voor dat herstelproces zijn gedrag en emoties bovendien heel belangrijk, benadrukt hij. „Vaak zien we een wisselwerking tussen die twee. Iemand voelt zich somber, beweegt daardoor minder, gaat minder eropuit, ziet als gevolg daarvan weer minder mensen, wordt nog somberder, enzovoort. Zo kun je al best snel in een mentale én fysieke spiraal terechtkomen, en blijvend achteruitgaan.”

Koffie to go

Martien merkte bijvoorbeeld dat het alleen-zijn hem met zichzelf confronteerde. Het was niet dat hij meer dingen vergat, hij was gewoon vaker alleen, dus registreerde hij al die momenten waarop hij iets kwijt was opeens heel bewust. „Zonder afleiding gaat de focus automatisch naar jezelf. Iedere gedachte krijgt aandacht, ieder pijntje in je lijf merk je op. En dat weerhield me er heel soms wel van te gaan wandelen, waardoor ik me juist vermoeid ging voelen.”

Lees ook: ‘Ik ging vaak maar weer even op bed liggen’

Voor Martien ebt dat gevoel snel weg, nu er weer meer kan. Bovendien is hij altijd zijn best blijven doen niet aan een vermoeid gevoel toe te geven: veel lezen, eropuit. Elke ochtend, zo vroeg mogelijk, een koffie to go halen, „zodat het personeel nog tijd had om eventjes met me te kletsen”.

Maar er zijn ook ouderen die dat mentaal of fysiek minder goed konden opbrengen, en daardoor wel in die spiraal van achteruitgang terechtkwamen, zien Harriët Jager-Wittenaar, lector ‘malnutrition and healthy ageing’ aan de Hanzehogeschool Groningen en Evelyn Finnema, hoogleraar verplegingswetenschap aan het UMCG. Zij deden vorig jaar niet alleen onderzoek naar kwetsbaarheid onder 11.000 thuiswonende 65-plussers in Noord-Nederland, maar zijn dit jaar ook begonnen met het interviewen van ouderen, mantelzorgers, beleidsmedewerkers en medewerkers uit de zorg, om van hen te horen hoe de negatieve gevolgen van lockdowns voor ouderen beperkt kunnen worden.

„We hadden al geconstateerd dat met name de sociale kwetsbaarheid onder ouderen toenam”, zegt Jager-Wittenaar. „Nu verwachten we dat het gemis op sociaal vlak ook kan leiden tot fysieke beperkingen.” Finnema en Jager-Wittenaar beschrijven daarbij dezelfde vicieuze cirkel als Olde Rikkert: eenzaamheid leidt soms tot verwaarlozing, wat weer fysieke gevolgen heeft, iemand ziet daardoor nóg minder mensen, en zo verder. Of dat ook tot een fysieke achteruitgang op grote schaal heeft geleid, moet nog blijken, maar „minder sociaal contact heeft eigenlijk áltijd impact”, zegt Finnema.

Reserves terugkrijgen

De vraag is dan: kun je, eenmaal in zo’n vicieuze cirkel, de boel nog een halt toe roepen? Of is achteruitgang altijd onomkeerbaar? Daar is niet één antwoord op te geven, zegt Marcel Olde Rikkert. „Verouderen is nooit een lineair proces.” Als iemand in zo’n moeilijke periode het lopen opgeeft, en voortaan de rolstoel verkiest, dan is de kans groot dat iemand die functie onomkeerbaar kwijtraakt. „Maar veel vaker is trainen en reserves terugkrijgen best mogelijk. Je moet er vooral de motivatie voor kunnen opbrengen, en weten: de weg terug is altijd langer.”

En, voegt hij daaraan toe: angst werkt altijd tegen. „Ouderen die een vervelende periode achter de rug hebben, zijn vaak bang om nooit meer zichzelf te worden. Terwijl: je moet jezelf juist over grenzen durven duwen om vooruit te komen.” Wie zichzelf mentaal en fysiek niet meer uitdaagt, wie niet meer vermoeid dúrft te raken, herstelt nooit zijn reserves, legt hij uit.

Zo hoorde Wies Staalenburg (77) het afgelopen jaar wel van mensen om haar heen dat ze het moeilijk vonden om te bedenken: wat moet ik nu doen, nu er zoveel minder kan. Voor haar werkt het juist, zegt ze, om te kijken naar wat nog wel lukt. „Ik ben niet ouder geworden omdat dit allemaal is gebeurd, maar omdat ik ouder wórd. Sommige dingen kunnen niet meer, daar leg ik me bij neer. Maar ik heb het geluk nog behoorlijk mobiel te zijn, en ik kan mezelf blijven uitdagen. Door elke dag de krant te lezen, in mijn volkstuin te werken, door mensen op te zoeken, en, nu het weer kan, met mijn schilderclub bij elkaar te komen.”

Ze is vooral, zegt ze, heel bewust bezig met deel uitmaken van de wereld. „Als ik die geest niet meer heb, dan hoeft het voor mij niet meer”, zegt Staalenburg. En dat is ook volgens Finnema een van de belangrijkste dingen om gezond ouder te worden en minder snel achteruit te gaan: zingeving. Het gevoel ertoe te doen. „Het is belangrijk dat we 65-plussers niet alleen zien als een groep die tijdens deze pandemie beschermd moet worden, maar juist als een groep waarmee we contact moeten blijven maken en die zelf ook actief wil blijven”, zegt ze. „Juist als ze kwetsbaar zijn.”