Op de wielerbaan zijn Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland vrienden, teamgenoten én rivalen

Baanwielrennen Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland, de beste baanwielrenners ter wereld, hebben heel verschillende persoonlijkheden. De één houdt van data, de ander rijdt op gevoel. Ze rijden met én tegen elkaar.

Harrie Lavreysen wint de finale sprint van Jeffrey Hoogland (rechts) op de laatste dag van de wereldkampioenschappen baan in Berlijn in 2020.
Harrie Lavreysen wint de finale sprint van Jeffrey Hoogland (rechts) op de laatste dag van de wereldkampioenschappen baan in Berlijn in 2020. Foto Koen van Weel/ANP

Het is op 1 maart 2020 in Berlijn de tiende keer dat ze het in een wedstrijd op het hoogste niveau tegen elkaar opnemen, de vrienden Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland, baanwielrenners van beroep. Ze hebben zich net als een jaar eerder voor de WK-finale van het koningsnummer geplaatst, de individuele sprint. Toen won Lavreysen afgetekend. Een jaar later krijgt Hoogland een herkansing. Als duo werden ze al twee keer wereldkampioen teamsprint. Maar dat telt nu even niet.

Hoogland wordt opnieuw overklast, komt niet eens in de buurt van revanche. Terwijl Lavreysen glimlachend zijn verhaal doet, stort Hoogland op het middenterrein van het Berlijnse velodroom in. Hij smijt met stoelen en laat zich dan voorover vallen, om minutenlang huilend te blijven liggen. „Ik trok het gewoon niet dat ik zo weinig kans tegen hem had”, zegt Hoogland even later. Zo hoog was de spanning dus opgelopen. Lavreysen: „Zo heb ik hem nog nooit meegemaakt. Maar misschien motiveert hem dit wel weer.”

Het werd voorlopig de laatste wedstrijd die de twee zouden rijden. Het coronavirus brak uit en legde ook het mondiale baanwielrennen stil. De Olympische Spelen werden met een jaar uitgesteld en er zat voor beiden niets anders op dan heel hard te blijven trainen en wedstrijden te simuleren. In een leeg Omnisport in Apeldoorn deden ze drie keer net alsof; één keer reden ze een nep-EK. Voor dat ‘toernooi’ logeerden ze in het plaatselijke Van der Valk-hotel, zoals altijd tijdens een belangrijke wedstrijd. In de sporthal deden ze de wedstrijdverlichting aan en de verwarming hoger. Zich opladen was niet zo’n probleem. „Mijn grootste concurrent rijdt hier rond”, zei Lavreysen, doelend op Hoogland.

Een hotelkamer delen

De twee halen het beste in elkaar naar boven. Geen van hen wil voor de ander onderdoen. Het brengt tegelijkertijd druk met zich mee, bij elke trainingssessie. Een luxepositie, vindt Hoogland: „Ik kan tegen de beste van de wereld trainen. Daar is elke atleet denk ik jaloers op.”

In Tokio hebben ze anderhalf jaar geen competitie gehad. Toch gaan ze er als titelfavorieten van start. Dinsdag eerst zij aan zij op de teamsprint. Drie dagen later als rivalen op de sprint.

Al jaren delen ze een hotelkamer voorafgaand aan een grote race. Dat begon ooit toevallig, maar nu zijn ze er vertrouwd mee geraakt. Dan kijken ze samen films en series. Over wielrennen praten ze niet. Hoogland (28) vindt dat niet relevant. Pas als ze de wielerbaan betreden, parkeren ze hun vriendschap. Ze wonen in Apeldoorn op nog geen drie minuten van elkaar. Hoogland: „Ik ken al zijn trucs. Weet wat hij wel, en wat hij niet doet.”

Na het uitstel van de Spelen weigerde Lavreysen (24) al te ver vooruit te kijken. Daar houdt hij sowieso niet van. Hij draaide de situatie in zijn voordeel om. „Ik ben nog jong en niet op mijn top. Ik kreeg extra tijd om me door te ontwikkelen, probeerde het positief te zien. Ik ben mijn schouders op gaan trainen. Daardoor ben ik uit stilstand beter geworden. Bij het aanzetten heb ik meer controle over mijn fiets.” Jeffrey Hoogland hoort het verhaal met een glimlach aan: „Hij is beter geworden? Dat denkt hij, ja.”

Lees ook: dit stuk uit 2019 over het ontwikkelen van de perfecte baanfiets voor de Spelen

Twijfelen aan zichzelf

Hoogland had meer moeite met de lockdown en het gebrek aan perspectief zonder wedstrijden, vertelt hij. „Mentaal, qua motivatie, had ik het soms best zwaar. Dat je denkt: waar doe ik het allemaal voor? Ik voelde me soms ook best alleen.” Waar Lavreysen door het uitstel van de Spelen zijn studie bedrijfskunde oppakte en eerder dan gepland ging samenwonen, schakelde Hoogland de hulp in van een sportpsycholoog. Daar werkte hij eerder al mee samen, na de Spelen van Rio, die op een sof uitliepen (geen medailles) en hem aan zichzelf deden twijfelen. Hij kreeg inzicht in zijn eigen gevoelens. „Daardoor ben ik mezelf niet verloren”, zegt hij.

Jeffrey Hoogland en Harrie Lavreysen, de getalenteerde flierefluiter versus de koelbloedige analist – gechargeerd, maar in beginsel waar. Ze ontlopen elkaar vaak maar weinig op de baan. Krachtpatsers zijn het, met dijen als blokken graniet. Allebei van wereldniveau. Maar hun persoonlijkheden liggen ver uit elkaar.

Lavreysen, de jongste van de twee, komt nooit zonder raceplan naar de baan. Hij stoeit graag met getallen en kan uren verdwijnen in filmpjes van zijn tegenstanders. Meteen na een race, nog uitbollend en hijgend op zijn fiets, beginnen zijn radertjes te draaien. Als hij zijn ronde in de teamsprint gereden heeft, kan hij razendsnel een inschatting maken over wat de eindtijd ongeveer gaat worden. Gevraagd naar zijn record op de legpress in het krachthonk volgt het antwoord resoluut: „Dat is 430 kilo. Met één been.”

Winnaar Harrie Lavreysen (rechts) met Jeffrey Hoogland op het podium van de sprint bij de WK in Berlijn, in 2020. Foto Koen van Weel/ANP

Hoogland zit heel anders in elkaar. Records in het krachthonk zeggen hem niets. Daar haalt hij geen voldoening uit. Hij heeft iets tastbaars nodig; een medaille of een trui. Niet dat hij ze vervolgens thuis in Apeldoorn trots ophangt. Tevreden zijn is voor later, terugblikken ook. Het zou ook nogal confronterend zijn voor zijn vriendin, collega-baanwielrenner Shanne Braspennincx, die hem na Rio leerde een professionelere levensstijl aan te nemen, en met succes. Het kwam Hoogland tot die tijd allemaal aanwaaien. Op zijn talent kwam hij ver. Maar zijn vriendin liet hem inzien dat hij nog veel verder kon komen als hij ’s avonds op tijd naar bed ging en wat vaker ‘nee’ zou zeggen tegen zijn vrienden.

Zij werd zelf nooit wereldkampioen en heeft dus geen regenboogtricot. Het is voor haar al vervelend genoeg dat ze die van haar partner, vier stuks in totaal, soms aan de waslijn op moet hangen. De truien van Lavreysen – het zijn er inmiddels zes, hij is de beste Nederlandse baanrenner ooit – hangen dan weer wel aan de muur. Noor, zijn vriendin, komt niet uit de sport. Zij is nog student en werkt bij camping De Paal in Bergeijk.

Botten horen knarsen

De twee dromen al van de Spelen sinds ze kind zijn. Lavreysen zag de magie op de tv, Hoogland maakte van een medaille „een levensdoel”. Ze delen ook hun achtergrond. Hoogland en Lavreysen begonnen allebei op de BMX-fiets. Ongelukken in de sport die in de loop der jaren steeds gevaarlijker en spectaculairder werd, deden hen naar de wielerbaan overstappen, ook een discipline waar explosiviteit is vereist. Toen Hoogland doorbrak op de baan, met drie keer goud op het EK baanwielrennen van 2015, werd Lavreysen op zijn crossfietsje tot wanhoop gedreven. Bij elke valpartij schoten zijn schouders uit de kom. Soms kon hij de botten horen knarsen. Een paar maanden na de Spelen van Rio meldde hij zich op de wielerbaan. Die discipline is minder blessuregevoelig. Hij bleek aanleg te hebben, maar won niet meteen. Op het NK van 2016 reed hij de finale op de sprint. Die verloor hij. Van Jeffrey Hoogland.

Sindsdien rijden ze ook allebei de teamsprint, als snelsten van het land. Dat onderdeel wordt door drie renners gereden. Roy van den Berg is de beste starter en neemt de openingsronde voor zijn rekening, Lavreysen rijdt het middenstuk, en Hoogland is de afmaker. Die samenstelling is al drie jaar onklopbaar. Zowel in 2019 als in 2020 werden ze wereldkampioen. In Berlijn zelfs met een onwaarschijnlijk wereldrecord, meer dan een seconde sneller dan de nummer twee, Groot-Brittannië. Zulke verschillen zijn ongekend in het baanwielrennen.

Afzonderlijk van elkaar zeggen ze dat ze, als het meezit, in Tokio samen opnieuw een wereldrecord gaan rijden. Op training waren ze sneller dan ooit. „Ik zou wel wat meer bescheiden willen zijn, maar die tijden staan gewoon op papier”, zegt Lavreysen. „En verder wil ik met het resultaat niet te veel bezig zijn.” Hoogland: „Ik weet dat Harrie zich er niet prettig bij voelt om zich zo stellig uit te spreken. Dat begrijp ik ook. Maar ik denk dat als wij gefocust blijven, we goud gaan pakken. Dat moet eigenlijk ook gewoon gebeuren.”

Daarna worden de teamgenoten weer rivalen. Van Harrie verliezen is extra zuur, zegt Hoogland. „Want ik heb precies dezelfde voorbereiding gedaan en de hele tijd naar hem kunnen kijken. Nu wil ik een keer winnen.”