Reportage

Waar is de ventilatie beter: in een strakke koffiezaak of in een pijpenlavormig kroegje?

Ventilatie Horeca-ondernemers doen hun best, maar ventileren gaat niet iedereen makkelijk af. Ze ontberen middelen of kennis, en worden niet gecontroleerd. De CO2-meter van NRC slaat soms wild uit.

Het Leidse café De Uyl van Hoogland ventileert via de voordeur.
Het Leidse café De Uyl van Hoogland ventileert via de voordeur. Foto David van Dam

Waar zal de ventilatie beter zijn: in een strak ingerichte koffiezaak met hoog plafond, waar behalve een mechanisch ventilatiesysteem ook airconditioning draait en een fris windje waait?

Of in een pijpenlavormig kroegje, waar het raam dichtzit en de ventilatoren stilstaan en je goed kunt ruiken dat een dozijn stevige mannen schouder aan schouder een vrijgezellenfeestje viert?

Het voorlopige antwoord: dat kun je zo niet zeggen. Dat moet je meten.

Susanne en Linda Weber, zussen uit respectievelijk Raamsdonksveer en Geertruidenberg, kozen zaterdagmiddag in Leiden voor het Chocolate Company Café, waar het interieur simpel is en de koffie ingewikkeld. De airco trok de dertigers over de streep – winkelen maakt warm. Susanne let niet op ventilatie vanwege het coronavirus. Linda mijdt meestal wel ruimtes waar het druk is of benauwd. Ze vertrouwen erop dat het goed zit hier.

Echtelieden Ed en Anita Spaans kozen – ook vanwege de temperatuur – voor een tafeltje helemaal achterin het bruine café De Uyl van Hoogland. De vijftigers hadden het juist koud, dus zijn blij dat het raampje dicht is. Ook zij hebben zorgen noch benul als het om luchtverversing gaat.

Bij de aanwezige staf is ook geen kennis aanwezig. Een barista van de Chocolate Company weet alleen dat de mechanische ventilatie altijd aanstaat, „meestal op stand 1”. Net als de airco, waarmee wordt geadverteerd op de (dichte) deur. Eigenaar Walter Pasma weet niet dat airconditioning ontraden wordt vanwege corona, vertelt hij de volgende dag aan de telefoon. Het verbaast hem ook niet dat het CO2-gehalte in zijn zaak, een indicator voor de werking van de ventilatie, ver boven gangbare normen uitkomt. „Zaterdagmiddag is het drukste moment van de week.” De CO2-meter van NRC telt tot 1.800 ppm (parts per million).

Bedrijfsleider Klaas Westrik houdt de deur van De Uyl zoveel mogelijk open, maar heeft „geen idee” hoe het met de luchtkwaliteit gesteld is. Hij heeft vergeten de ventilatoren aan te zetten, zegt hij met het zweet op zijn bovenlip. Westrik weet ook niet dat het RIVM ventilatoren afraadt, omdat die virusdeeltjes kunnen verspreiden. Boa’s zien wel toe op de anderhalvemeterregel en de politie handhaaft op geluidsoverlast, maar op luchtkwaliteit is hij nog nooit gecontroleerd. Toch scoort café De Uyl prima als het gaat om CO2-concentratie. 800 ppm, de pijpenla wint.

Het been bijtrekken

Het belang van frisse lucht is in al zijn eerdere coronapersconferenties ten onrechte onderbelicht gebleven, erkende premier Rutte vorige maand na kritiek van de Tweede Kamer. Daarom hamerde hij bij zijn laatste exposé extra op ventilatie. Rutte onderstreepte dat de horeca recent een grote bron van besmetting is gebleken en riep ondernemers op „het been bij te trekken”. Want „we hebben in Nederland geloof ik 20.000 horecazaken. Dat kan niet worden gehandhaafd door de politie”. Bezoekers van horeca zouden ondernemers moeten aanspreken op het naleven van de basisregels – waaronder nu dus ook: zorg voor voldoende frisse lucht.

Verwarrend – om niet te zeggen verbazend – is dat de norm voor luchtkwaliteit in de horeca per 1 juli juist vijf maal lager is geworden – onder meer als gevolg van het rookverbod. De nieuwe norm ligt nu ver onder de norm die de Wereldgezondheidsorganisatie in het kader van coronabestrijding adviseert. Na kritiek van experts in NRC en op aanraden van het Outbreak Management Team (OMT), zei het kabinet donderdag de verlaging van de norm te heroverwegen.

Normen – hoog of laag – vallen of staan met naleving en handhaving. Het toezicht op de luchtkwaliteit in horecazaken is formeel een taak van gemeenten. „Maar in de praktijk kijkt onze horecahandhaving echt niet naar luchtkwaliteit”, aldus een zegsman van de gemeente Amsterdam. „No way... We hebben hier duizenden horecazaken en de handen vol aan andere problemen.” Hij kan vanwege de vakantietijd geen verdere toelichting geven. Dit geldt ook voor de gemeente Leiden.

Aerosolen

In België moeten horecazaken sinds 1 juni verplicht een voor bezoekers zichtbare CO2-meter hebben. Die meet de concentratie kooldioxide in de lucht. Hoe hoger, hoe groter de kans op coronabesmetting via aerosolen. In België, maar ook elders in Europa, adviseren de autoriteiten een maximum van 900 ppm. Daarboven moeten Belgische horecabazen optreden, bijvoorbeeld bezoekers vragen te vertrekken. Boven de 1.200 ppm worden Belgische zaken gesloten.

In Nederland wacht het OMT nog op nader onderzoek. Voorlopig zou het horeca adviseren de CO2-waarde onder de 1.200 ppm te houden, „bij voorkeur lager”. Dit advies is (nog) niet overgenomen door het kabinet, dat momenteel werkt aan een plan van aanpak.

Atze Boerstra, hoogleraar Building Services Innovation aan de TU Delft, zou de bovengrens net als België op 900 ppm leggen, omdat in de horeca vaak hard gepraat of zelfs gezongen wordt (lees: meer aerosolen). Hij was betrokken bij de testevenementen van Fieldlab en constateerde dat veel ondernemers over de juiste intenties en ventilatiecapaciteit beschikten, maar soms hun systemen verkeerd hadden ingesteld.

Als het kabinet bij de laatste versoepelingen een voorbeeld had genomen aan de methode van Fieldlab – controle van de ventilatie vooraf plus CO2-meting tijdens evenementen – waren veel clubs niet heropend of eerder gesloten en was ons veel leed bespaard, stelt Boerstra per telefoon vanaf een Franse camping.

De CO2-meter in het Leidse café Einstein wijst zaterdagavond op goed werkende ventilatie.

Dat horecazaken de ventilatie ook heel goed kunnen regelen, bewijzen in Leiden café Waag (500 ppm) en café Einstein (rond de 550 ppm), beide vol op zaterdagavond. Ter vergelijking: in de buitenlucht op de Beestenmarkt peilt de CO2-meter 400 ppm. Hij meet 600 ppm in de trein (waar mondkapjes verplicht zijn).

In een piepklein dranklokaal slaat de meter weer uit naar 1.700 ppm. Hier schallen volkszangers uit de speakers en glijden neonlichtjes over de fruitmachines en de vloer, waar een enkeling een dansje waagt. Het gros is rond etenstijd al kachel. Iedereen toetert in ieders oor.

Lees ook: Kabinet verlaagt ventilatienorm horeca - en dat in coronatijd

De eigenares heeft toevallig net gelezen dat airconditioning niet helpt, maar heeft toch haar airco aan. Wat moet ze anders? Ze heeft geen geld voor een mechanisch systeem. Soms zet ze de deur open. Maar dat gaat eigenlijk niet met de muziek. En hoe moet dat in de winter? Ze probeert het aantal bezoekers te beperken tot tien. Toch staan er twintig. Omdat de zaak „al genoeg gezeik” ondervond van de anderhalvemeterregel, verzoekt haar man met klem hun namen weg te laten.

Ook in sportcafé The Duke of Oz wordt gehost en geschreeuwd. Maar alle ramen staan wijd open en de CO2-meter gaat akkoord: 899 ppm. Barman Marco verklaart de uitgelaten stemming: „Rugby is net afgelopen”. De avond nog lang niet.