Profiel

Caeleb Dressel houdt van zwemmen, maar het is niet wie hij is

Tokio 2020 Met vijf keer goud is Caeleb Dressel de ster van het olympisch zwemtoernooi. De Amerikaan was niet naar Japan gekomen om medailles te tellen.

De Amerikaanse zwemmer Caeleb Dressel na zijn vijfde gouden medaille, op de 4x100 wissel.
De Amerikaanse zwemmer Caeleb Dressel na zijn vijfde gouden medaille, op de 4x100 wissel. Foto Carl Recine/Reuters

Wie de races van zwemfenomeen Caeleb Dressel de afgelopen dagen op de Olympische Spelen van Tokio heeft gevolgd, kan hem niet zijn ontgaan: de bandana. Steeds als de Amerikaan het podium beklom om een medaille in ontvangst te nemen, stak hij zijn linkerhand in zijn trainingsbroek, greep naar het blauwe stukje stof en wond het om zijn hand. Zo ook bij zijn overwinningen zondag op de 50 meter vrije slag (in een olympisch record) en de 4×100 meter wisselslag estafette (in een wereldrecord). Zijn vierde en vijfde titel in Tokio alweer, nadat hij eerder zegevierde op de 100 vrij, de 4×100 vrij en de 100 meter vlinderslag (ook met een wereldrecord). Niet voor niets noemde de Australische zwemgrootheid Ian Thorpe hem „de beste mannelijke sporter sinds Michael Phelps”. Phelps won 23 gouden medailles op de Spelen in de periode 2004-2016.

Maar die bandana dus. De meeste mensen denken dat het om bijgeloof gaat. Maar voor Dressel (24) is het veel meer, vertelt zijn voormalige coach Justin Faulkner op de Clay High School in Florida. „Dressel kreeg de bandana van de echtgenoot van zijn wiskundelerares, nadat zij was overleden aan borstkanker. Claire droeg tijdens het sporten bandana’s.” Door het stukje stof mee te nemen naar wedstrijden eert Dressel de vrouw die hij als zijn mentor beschouwde.

Faulkner, inmiddels rector op een andere school, coachte Dressel vier jaar, vanaf zijn veertiende. „Hij stak qua talent met kop en schouders boven de anderen uit”, zegt hij. „Maar wat hem echt speciaal maakte is dat hij zijn succes met iedereen deelde en zich voor niemand te goed voelde. In het water lag hij voorop, maar buiten het bad stond hij naast je. Hij zorgde er altijd voor dat niemand zich buitengesloten voelde.”

Dressel begon met zwemmen toen hij vijf was. Zijn ouders schreven hem in voor zwemles, iets wat hij aanvankelijk niet zo zag zitten. Maar al snel ontwaarde zijn moeder een geldingsdrang in hem. Aan journalisten vertelt ze vaker het verhaal dat hij als kleuter met zijn oudere broer meeging naar het zwembad in Jacksonville. Hij dook in de vrije baan naast zijn broer, zwom naar de overkant en riep: ‘Ik heb een medaille gewonnen!’

Onderwaterfase

Aanvankelijk combineerde Dressel het zwemmen met voetbal en American football, maar dat bleek niet haalbaar. Toen hij zich vanaf zijn twaalfde op het zwemmen begon toe te leggen, maakte hij meteen grotere vorderingen. In 2011 won hij de nationale juniorenkampioenschappen. Twee jaar later op het jeugd-WK veroverde hij goud op de 100 meter vrij en brons op de 50 meter vrij. Daarna kwamen de Olympische Spelen van Rio in zicht.

Bij zijn olympische debuut in 2016 won hij met ervaren en beroemde collega’s als Phelps en Ryan Held de 4×100 meter vrij en de 4×100 meter wissel, maar op de 100 meter vrij werd hij ‘slechts’ zesde. Die ervaring gaf hem hoe dan ook een enorme boost. Bij de twee volgende WK’s, in Boedapest (2017) en Gwangju (2019) won hij achtereenvolgens zeven en zes wereldtitels .

Met name de onderwaterfase van Dressel is indrukwekkend. Op de 100 meter zijn z’n zes dolfijnkicks en zijn eerste twee armslagen goed voor 80 procent van de race, zei hij ooit. Steeds vaker wordt Dressel – tegen zijn zin overigens – met landgenoot Phelps vergeleken.

In het zwemmen is Phelps de greatest of all times, zei Dressel vorige week tegen de Amerikaanse nieuwszender CBS, die wilde weten of die vergelijking hem druk oplevert, zeker nu Phelps voor het eerst sinds 2000 niet meedoet aan de Olympische Spelen. Hoe kon hij druk voelen, zei Dressel, als je weet dat een zwemmer als Phelps maar één keer in de miljoen jaar voorbijkomt? En voor alle duidelijkheid: hij was niet naar Japan gekomen om medailles te tellen. „Ik ben in Japan om te presteren voor mijn land.”

Voorgoed veranderd

Tijdens de pandemie is Dressel volgens zijn omgeving veranderd. Hij is nog even gefocust als voorheen, maar realiseert zich dat het leven uit meer bestaat dan zwemmen. „Hij is niet zijn zwemmen”, zei zijn vrouw Meghan vlak voor de Spelen tegen USA Today. „Hij houdt ervan, maar het is niet wie hij is.”

Toen de sport stillag volgde Dressel met zijn vader en zussen de Appalachian trail, een langeafstandswandelpad dat door de Smokey Mountains voert. Hij ontmoette nieuwe mensen en had voor het eerst sinds lange tijd de rust om na te denken. „Veel mensen vragen me naar de Olympische Spelen van Rio”, zei hij tegen USA Today. „Het was geweldig, maar het heeft mijn leven niet veranderd. De Appalachian trail heeft dat wel.”

Zijn telefoon gooit hij sindsdien vaker in een hoek en tegen journalisten zegt hij nóg nadrukkelijker dat hij niets heeft met roem. En toch genoot Dressel zondag zichtbaar van alle aandacht voor zijn bijzondere prestatie in Japan. Vanachter zijn mondkapje vandaan zag je hem breeduit lachen. Slechts vier zwemmers voor hem wonnen vijf gouden medailles op dezelfde Spelen: Michael Phelps, Mark Spitz, Matt Biondi en Kristin Otto. En dat terwijl Caeleb Dressel zijn top nog lang niet lijkt te hebben bereikt.