Opinie

Voor een vorm van vaccinatieplicht is in Nederland geen reden

Keuzevrijheid

Commentaar

Anderhalf jaar na de start van de pandemie komt het punt in zicht waar velen al die tijd naar hebben uitgekeken: het punt waarop iedereen die dat wil volledig is gevaccineerd. Dit is wonderbaarlijk snel bereikt; aan het begin van de pandemie zeiden deskundigen te verwachten dat het zeker anderhalf jaar zou duren voor er een goed werkend vaccin zou zijn. Dat duurde uiteindelijk korter dan een jaar. Begin september zullen vermoedelijk alle belangstellenden volledig geprikt zijn. De meesten van hen zullen, in elk geval met de huidige variant, beschermd zijn tegen ziekte – en zij die toch nog ziek worden na contact met een coronapatiënt, zullen voor het grootste deel niet in het ziekenhuis belanden.

Als iedereen die dat wil is gevaccineerd, breekt een nieuwe fase aan. Het coronavirus zal dan niet verdwenen zijn, maar het is een stuk minder gevaarlijk. Er is dan geen goede reden meer de huidige maatregelen te handhaven – immers, wanneer is dan wél een logisch moment om die af te schaffen? Het ligt meer voor de hand om, net als het Verenigd Koninkrijk, de principiële keuze te maken ‘te leren leven met het virus’ – tenzij de omstandigheden zo veranderen, onder invloed van nieuwe varianten bijvoorbeeld, dat de volksgezondheid weer in gevaar komt.

Zo’n principiële keuze betekent dat zodra iedereen die dat wil gevaccineerd is, het oude leven weer wordt hervat. Dat wil zeggen: geen anderhalve meter afstand, geen digitale colleges, geen gesloten nachtclubs. En ook: geen verplichting om een vaccinatie- of testbewijs te laten zien bij de ingang van horeca of collegezalen.

Een voorwaarde voor het maken van deze keuze is dat de vaccinatiegraad hoog genoeg ligt. Als dat niet zo is, kan het loslaten van de maatregelen tot een onaanvaardbaar hoog besmettingsniveau leiden: de zorg kan weer zwaar belast raken en veel mensen kunnen langdurig ziek worden. De kans op dit scenario wordt kleiner naarmate meer mensen zich hebben laten vaccineren.

Nederland kan zich gelukkig prijzen: de vaccinatiebereidheid ligt hier hoog. Die is nu gestegen tot 90 procent, bleek deze week uit de laatste RIVM-cijfers. Dat is verrassend hoog – bij de BMR-prik, waarover minder discussie is, ligt die op 93,6 procent – en het is te hopen dat die bereidheid zich inderdaad vertaalt in een hoge vaccinatiegraad.

In andere landen ligt die veel lager: van de Fransen wil tot dusver maar 55 procent zich laten vaccineren, in de VS is de vaccinatiebereidheid met name laag in Republikeinse staten. In deze landen treft de overheid dan ook voorbereidingen om de keuzevrijheid van burgers in te perken. Franse zorgmedewerkers moeten zich voor 15 september hebben laten vaccineren, anders dreigt een non-actiefstelling. En voor alle Fransen geldt vanaf augustus dat zij zonder ‘gezondheidspas’ (te verkrijgen met een vaccinatie- of testbewijs) niet meer welkom zijn in horeca, ziekenhuizen, winkelcentra en het ov. De Amerikaanse president Joe Biden liet eerder deze week weten dat hij overweegt een vaccinatieplicht in te voeren voor federale ambtenaren. De staten New York en Californië hebben hun ambtenaren al verplicht zich te laten vaccineren óf een wekelijkse test te doen.

Zo’n verkapte vaccinatieverplichting is in Nederland niet aan de orde. Tot een letterlijke vaccinatieplicht zal het sowieso vermoedelijk niet komen. De laatste keer dat de overheid de bevolking verplichtte zich te laten inenten was bij de pokkenuitbraak in 1870. Maar er zijn ook andere manieren om de vaccinatiegraad omhoog te krijgen.

De Gezondheidsraad onderscheidde in een begin dit jaar uitgekomen advies zeven niveaus tussen geen enkele overheidsinterventie en volledige dwang. Onderaan deze ‘interventieladder’ staan het bieden van informatie en het organiseren van een ‘laagdrempelig vaccinatieaanbod’ op bijvoorbeeld treinstations en winkelcentra. Daarna volgen financiële prikkels zoals korting op de zorgpremie na vaccinatie. Dit zijn voorbeelden van ‘lichte drang’. Vervolgens wordt de drang sterker, met achtereenvolgens een verplicht vaccinatiebewijs bij ‘niet-essentiële ruimten’ en bij ‘essentiële ruimten’.

Mocht blijken dat de vaccinatiegraad in september nog niet hoog genoeg ligt, dan kan de overheid eerst naar de minst ingrijpende middelen kijken. Met duidelijke en gerichte voorlichting kan wellicht nog veel worden bereikt. Pas als de middelen aan de onderkant van de interventieladder zijn uitgeput, mag gedacht worden aan inperking van de keuzevrijheid.