Weer werken na kanker? Dat gaat niet altijd makkelijk

Reïntegratie Wie na een behandeling voor kanker het werk weer wil oppakken, kan op onbegrip van werkgever of collega’s stuiten. NRC vroeg drie (ex-)kankerpatiënten waar zij tegenaan liepen bij terugkeer naar de werkvloer.

Foto's Roger Cremers

Iemand die door kanker een gat in het cv heeft, komt moeilijker aan een baan. Onderzoeker Stijn Baert van de Universiteit Gent concludeerde dat onlangs na een experiment waarbij hij Vlaamse recruiters vroeg fictieve profielen van sollicitanten te bekijken. Mensen die een tijd niet hadden gewerkt door kanker, werden beoordeeld als fysiek minder sterk en sneller ziek. Hen in dienst nemen, was ook de gedachte, zou leiden tot aanpassingen op de werkvloer en dus hogere kosten. Zij werden hierdoor minder snel uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek.

Roel Masselink, belangenbehartiger bij de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK), is niet verbaasd. „Veel (ex-)kankerpatiënten stuiten op onbegrip als zij weer aan het werk gaan. Collega’s of werkgever zien een hersteld persoon en verwachten vaak dat zo iemand meteen weer de oude is. Maar herstel van kanker is zelden een lineair proces. Ook als de behandeling voorbij is, kan iemand zich de ene dag topfit voelen en een volgende uitgeput op de bank liggen. Zenuwpijnen, vermoeidheid of de angst voor terugkeer van de ziekte kunnen belemmerend zijn.”

Stappenplan

Wanneer een werknemer zich ziek meldt, treed de Wet verbetering poortwachter in werking: een stappenplan dat erop gericht is medewerkers snel weer aan de slag te krijgen. Als reïntegratie niet binnen twee jaar lukt, komt de werknemer in aanmerking voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering.

Uit onderzoek van de NFK in 2019 bleek dat ruim 70 procent van de ondervraagde (ex-)kankerpatiënten ten tijde van hun kankerdiagnose in vaste dienst werkte. Dat percentage was bij invullen van de vragenlijst gedaald naar 45 procent. Sommigen waren inmiddels met pensioen, maar de meesten gaven aan (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt te zijn.

De hersteltermijn van twee jaar is voor kankerpatiënten dan ook vaak te kort, zegt Masselink. Hij denkt dat hun reïntegratie makkelijker en succesvoller zou verlopen als zorgverleners het effect van de ziekte op het ‘werkende leven’ al vroeg bespreken. „Werk biedt naast een inkomen ook zingeving en draagt bij aan herstel. Terugkeer naar de werkvloer zou daarom al vanaf de eerste diagnose onderdeel moeten zijn van het gesprek in de behandelkamer.”

Claudia Koehoorn (52), coach: ‘Als zzp’er kan ik mijn eigen tijd indelen’

Claudia Koehoorn, Gespecialiseerd in de werking en verschillen in het vrouwen- en mannenbrein. Foto Roger Cremers

 

„Ik werkte al zeven jaar als algemeen medewerkster bij de GGD toen de weke-delenkanker terugkwam. Na een zware buikoperatie, waarvan ik anderhalf jaar moest herstellen, begon ik weer met werken op arbeidstherapeutische basis. Dat betekent dat je boventallig bent en nog niet volledig meedraait, maar wel op de werkvloer bent. Ik werkte twee keer per week twee uur, dronk koffie met collega’s, las mijn mail en pakte wat kleine taken op. Maar al snel merkte ik dat mijn collega’s niet echt blij waren dat ik terug was.

„In een gesprek bleek dat zij vonden dat mijn vervanger – die al maandenlang volledig meedraaide – meer recht had op mijn baan. Schoorvoetend gaf ook mijn werkgever min of meer toe dat ze het niet meer zagen zitten. Als je na twee jaar ziekteverzuim nog niet in staat bent terug te keren op de werkvloer, ga je volgens de wet het afkeuringsproces in – confronterend en pijnlijk. Ik wilde juist graag werken, weer iets bijdragen aan de maatschappij. Dit voelde als tien stappen achteruit.

„Na zes maanden las een oud-werkgever op social media dat ik geen baan meer had. Hij bood me mijn oude baan aan, pr en marketing bij een sieradenmerk. Uiteindelijk heb ik daar anderhalf jaar drie dagen per week gewerkt, waarvan één dag op kantoor. Daarnaast rondde ik een studie psychologie af.

„Inmiddels heb ik mijn eigen praktijk als coach. Het geeft me de vrijheid om mijn werk in te delen op een manier die voor mij werkt. De kanker is stabiel, maar nog steeds heb ik dagen dat ik extreem vermoeid of ziek ben. Dan werk ik vanuit huis en soms zelfs vanuit bed. In loondienst had dat waarschijnlijk niet gekund. Maar ziek zijn en afgekeurd worden, betekent niet dat je niet kan bijdragen.”

Sylvia Bastiaan (40), hr-adviseur: ‘Vier dagen per week, dat kan en wil ik niet meer’

Sylvia Bastiaan (40), hr-adviseur Foto Roger Cremers

 

„Ik werkte vier dagen per week als hr-adviseur bij een bouwmaatschappij toen ik gediagnosticeerd werd met buikvlieskanker. Tijdens een zeventien uur durende operatie is twintig kilo aan kanker en organen weggehaald. Het duurde anderhalf jaar voor ik weer aan het werk kon. Jarenlang had ik zelf mensen begeleid in ziekteverzuim. Nu was ik degene die moest reïntegreren.

„Volgens collega’s zag ik er goed uit, maar juist nu ik voor de buitenwereld hersteld leek, besefte ik dat ik door de bijeffecten van alle behandelingen niet meer de oude was. Het ene moment voelde ik me goed, het volgende kon ik me amper concentreren of had ik veel pijn. Mijn accu kon ineens leeg zijn.

„Bijna twee jaar na mijn diagnose besloot ik daarom te stoppen met mijn oude baan. Vier dagen per week, dat kon en wilde ik niet meer. In plaats daarvan ging ik voor minder uren aan de slag bij een hr-adviesbureau waar ik werkgevers en medewerkers begeleidde bij de reïntegratie na kanker. Daarnaast heb ik mijn eigen ervaringen verwerkt in een boek.

„Wanneer je ziek wordt, krijg je met allerlei instanties te maken. Synergie is er zelden. Werkgevers volgen het gestandaardiseerde stappenplan van overheid en UWV, maar uiteindelijk gaat het om individuen. Het moet niet vanzelfsprekend zijn dat een werknemer die kanker heeft of heeft gehad, zonder begeleiding weer aan het werk gaat of automatisch het werk weer oppakt zoals voor de ziekte. Dat is fysiek of mentaal niet altijd meer mogelijk. Tegelijkertijd moet je deze mensen ook niet afschrijven. Met kleine aanpassingen – zoals aanpassen van een werkplek, of regelmatige evaluatiegesprekken met leidinggevende en collega’s – is er vaak nog veel mogelijk.”

Tom Stals (28), automonteur en apk-keurmeester: ‘Met de juiste begeleiding was ik niet burn-out geraakt’

Tom Stals (28), automonteur & APK-keurmeester Foto Roger Cremers

 

„Ik was blij toen ik na een zwaar behandeltraject voor lymfeklierkanker weer aan het werk kon. In het jaar dat ik eruit was geweest, had ik chemokuren, een stamceltransplantatie en bestralingen gehad. Heerlijk om op de werkvloer even niet bezig te zijn met ziek zijn. Ik had zo nu en dan contact met een psycholoog en de bedrijfsarts, maar in principe deed ik de reïntegratie op eigen houtje.

„Na de laatste behandeling was ik binnen drie maanden weer fulltime aan de slag. Achteraf gezien was dat te snel. ‘Doe nou rustig aan jongen’, zeiden collega’s wel tegen me, maar ik wilde niets liever dan keihard werken en mijn werkgever was daar natuurlijk ook blij mee.

„Na een half jaar stortte ik in. Ik sliep tien uur per nacht, maar was altijd uitgeput. Mijn sociale leven lag stil. Al mijn energie ging naar eten, werken en slapen. Weer kwam ik thuis te zitten, dit keer met een burn-out.

„Doordat mijn werkgever van bedrijfsarts wisselde, kwam ik in contact met een coach van reïntegratiebureau Do Some Good. Zij zijn gespecialiseerd in het opbouwen van arbeidsbelastbaarheid na ziekte. Sindsdien zijn er veel stappen in de goede richting gezet. Ik werk inmiddels weer drie dagen vijf uur per week. Na elke werkdag stuurt mijn coach me een bericht om te vragen hoe mijn werkdag is verlopen. Eens per week voeren we een gesprek, soms samen met mijn werkgever.

„Ik ben ervan overtuigd dat ik niet in een burn-out was geraakt als ik al in een eerder stadium was begeleid in mijn terugkeer naar het werk. Als onderdeel van de nazorg vanuit het ziekenhuis had ik wel gesprekken met een psycholoog, maar dat ging vooral over omgaan met de ziekte en niet over werk. Daar is veel ruimte voor verbetering.”