Opinie

Voorkomen is beter dan genezen, ook in de rechtsstaat

Strafrecht In de roep om veiligheid wordt vaak naar het strafrechtelijk systeem gewezen, maar daar zit niet de oplossing, schrijft
Foto Roger Dohmen / Hollandse Hoogte

Afgelopen maand moest Nederland afscheid nemen van Peter R. de Vries. In de reacties op de afschuwelijke aanslag op zijn leven wordt regelmatig gepleit voor herstel van de rechtsstaat. Daarbij valt op dat hogere straffen vaak in één adem worden genoemd met versterking van politie en justitie. Veel minder vaak hoor je voorstellen voor een ander drugsbeleid, en nóg minder talrijk zijn de voorstellen om de maatschappelijke oorzaken van criminaliteit aan te pakken.

Een war on drugs, zoals we die vooral kennen uit de Verenigde Staten, moeten we in Nederland niet willen. Die maakt problemen uiteindelijk groter, onder meer omdat straf meestal geen positieve gedragsbeïnvloeding oplevert, eerder het tegenovergestelde. Toch zijn we geneigd straf als oplossing te zien. Het is daarom goed om het oorspronkelijke uitgangspunt van ons Nederlandse Wetboek van Strafrecht (in werking sinds 1886) te memoreren. A.E.J. Modderman, als toenmalig minister van Justitie hiervoor verantwoordelijk, heeft strafrechtspleging met nadruk bestempeld als ultimum remedium. Het strafrecht was volgens hem een uiterst redmiddel, een sluitstuk voor een overheidsbeleid gebaseerd op preventieve maatregelen.

Criminele ‘carrière’

Het is ook goed om ons te bedenken dat iemand niet als een donderslag bij heldere hemel een zware crimineel wordt: daar gaat veelal een zekere criminele ‘carrière’ aan vooraf. Deze begint ver voordat men de kans loopt om met politie en justitie in aanraking te komen. Het voorkomen van dat criminele gedrag en het opbouwen van een crimineel cv begint bij de opvoeding en bij goed onderwijs, en is veelomvattend. In het rapport Kwesties voor het kiezen, van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), worden vijf urgente maatschappelijke vraagstukken geanalyseerd voor de komende kabinetsperiode, vier daarvan zijn in deze kwestie relevant: kansenongelijkheid in het onderwijs, armoede en onzeker werk, de arbeidsmarktpositie van mensen met een migratieachtergrond en huishoudens met energiearmoede.

Lees ook: Hoogste baas politie: ‘Nederland is geen narcostaat’

Het onderwijs is hét systeem waarmee burgers vroeg in hun leven sociale, culturele en cognitieve hulpbronnen krijgen aangereikt om hen voor te bereiden op een zelfredzaam leven. Dat geldt zeker voor kinderen met gedragsproblemen, voor wie het onderwijs steeds minder goed past. Met ongelijk verdeelde onderwijskansen worden ongelijke maatschappelijke posities van generatie op generatie doorgegeven. Scheidslijnen tussen laag- en hoogopgeleiden dreigen daardoor te verharden. Ook armoede beperkt de kansen van veel kinderen. Het SCP ziet een „hardnekkig armoedeprobleem”, waarbij het beleid om kinderarmoede terug te dringen zich vooral richt op de arbeidsparticipatie van de (laag opgeleide) ouders. Maar werk is steeds onzekerder en niet voor iedereen bereikbaar volgens het SCP.

Het strafrecht kan bij onze veiligheid geen hoofdrol spelen

Gezinnen met een migratieachtergrond lopen in de opvoeding regelmatig vast. Op dergelijke problemen wijzen is niets nieuws, maar van effectief integratiebeleid is ondanks veel politiek gekrakeel nog geen sprake volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). De overheid dient actiever beleid te gaan voeren om migranten wegwijs te maken en op te nemen in de samenleving, stelt de WRR in het rapport Samenleven in verscheidenheid. Zo niet, dan dreigt de samenleving uit elkaar te vallen in tal van kleinere groepen, die elk houvast zoeken in hun eigen identiteit. Daarbij hebben sommige migrantengroepen, of hun kinderen, moeite een baan te vinden of te houden. Zij kunnen daarbij volgens de WRR ondersteuning goed gebruiken. Achterstandsproblematiek als dieperliggende oorzaak van (zware) criminaliteit, verdient kortom meer aandacht.

Veiligheidsproblemen

Wanneer burgers bijgestuurd moeten worden, laat de overheid ook steken vallen. Zo zouden justitiële inrichtingen gedetineerden beter kunnen voorbereiden op hun terugkeer naar de vrijheid. En ook blijkt uit onderzoek dat politiewerk steeds meer vanuit de auto en op het politiebureau wordt gedaan, in plaats van op straat. De aanpak van veiligheidsproblemen door de politie is dan eerder reactief dan preventief van aard. Reclasseringswerkers hadden in de afgelopen jaren met een combinatie van bezuinigingen en gelijktijdig meer cliënten te maken. Hun werk in bijvoorbeeld gezinnen die met justitie in aanraking zijn gekomen staat onder hoge druk. Zeker wanneer de opvoeding is mislukt en veel op het spel staat voor de jongere broertjes en zusjes in het gezin. Jeugdzorginstellingen kampen met wachtlijsten en financiële problemen. Daarbij blijken zelfs de beschermingsmaatregelen die de rechter nodig acht voor kinderen die hiermee te maken hebben soms niet uitgevoerd te kunnen worden. Onlangs luidde de Rechtspraak daarover opnieuw de noodklok.

De rechtsstaat wordt aan zijn wortels geraakt als burgerlijke vrijheden niet voldoende worden gewaarborgd door de overheid, gerechtelijke dwalingen niet meer uit alle macht worden voorkomen of wanneer opgelegde sancties op termijn averechts werken. De meeste gevangenen komen immers weer vrij. In de politiek heeft een ‘zorgmoraal’ volgens onderzoekers al zo’n twee decennia geleden plaatsgemaakt voor een ‘punitieve moraal’. Maar de rechtsstaat wordt bedreigd als maatschappij en politiek ervan uitgaan dat het strafrechtelijk systeem een hoofdrol kan spelen bij onze veiligheid. Het tegengaan van criminaliteit is en blijft vooral een kwestie van het voorkomen ervan.