Het Vuurtorenplein, een plek waar Noordwijkers zich al jaren voor schaamden, is Noordwijk aan Zee in het klein.

Foto David van Dam

Reportage

Verloederd Noordwijk moet weer het kuuroord van weleer worden

De badplaats Thomas Mann genoot er ooit van de zeelucht, maar inmiddels ligt Noordwijk aan Zee er rommelig en gedateerd bij. De badplaats doet het slechter dan de rest van de kust en heeft een opknapbeurt nodig om te overleven. Maar hoe doe je dat, als grote stukken grond in handen zijn van onwillige vastgoedondernemers?

Zo hadden Noordwijkers het Vuurtorenplein al lang niet meer gezien. De plek waar ze zich al jaren voor schaamden, gelegen aan de voet van de spierwitte vuurtoren, zag er ineens weer mooi uit. In het midden was een draaimolen neergezet en de panden eromheen waren omgetoverd tot boetiekjes en een ijssalon. Dat was het werk van een filmploeg van AVROTROS, die vorige zomer neerstreek op het plein. Ze schoten er scènes voor een televisieserie over de periode na de Tweede Wereldoorlog.

Het plein was in tijden niet zo levendig geweest, zegt patatzaakeigenaar Ajey Jagbandhan (58). Al 21 jaar runt Jagbandhan zijn cafetaria op de hoek van het Vuurtorenplein. Een bakkertje, reisbureau, boekwinkel, fotowinkel, drogisterij verdwenen de afgelopen jaren. En het toerisme liep terug. Had Jagbandhan aanvankelijk vijf „spitsuren” per dag – de eerste Duitsers bestelden om 9 uur ’s ochtends een uitsmijter, de laatsten middernacht. Nu is het alleen rond etenstijd druk. „In de avond is hier geen kip.”

Waarom zou het ook? Toeristen hebben hier niks te zoeken, zegt hij. Alleen de toeristenwinkel en hij zijn er nog, de rest is dichtgespijkerd. „Het is hier totaal verpauperd.”

Het Vuurtorenplein is Noordwijk aan Zee in het klein. Achter de strandboulevard zijn veel plekken over de houdbaarheidsdatum heen – maar liggen ze er nog bijna precies zo bij als in de jaren zestig en zeventig. Hier ademt Noordwijk vergane glorie. Het doet in z’n rommeligheid meer Belgisch dan Nederlands aan. Vaak, zoals op het Vuurtorenplein, komt dat door de opstelling van grote vastgoedondernemers, die hun peperdure grond alleen voor de hoogste prijs willen verkopen, en de plek anders liever laten verloederen.

Dat móét anders, vindt de gemeente. Lang verblijven aan de kust, waar Noordwijk van oudsher van leefde, is al decennia niet meer gebruikelijk - en om te overleven en bezoekers te blijven trekken moet het dorp veranderen. Weer luxe worden, het liefst als kuuroord, waar gasten voor langere tijd komen om van de zee te genieten. Anders loopt Noordwijk het risico het af te leggen tegen andere badplaatsen. Hoe doe je dat, in een badplaats waar jaren niks gebeurd is en vastgoedmannen voor een groot deel de dienst uitmaken? Van het Vuurtorenplein naar het Palaceplein: een wandeling over de Parallel Boulevard door een badplaats die een identiteitscrisis te boven probeert te komen.

Het Vuurtorenplein
Foto’s David van Dam

Parallel Boulevard 302

Wethouder Roberto ter Hark (40 jaar, VVD) wijst naar een braakliggend terrein ter hoogte van huisnummers 302 en 304 midden tussen een rijtje huizen. „Daar stonden twee hotels, maar die stonden leeg. Het zag er niet meer uit.” Oude strandhotels waren het. Kleinschalig, elk een tiental kamers. „Je ziet wel dat je tegenwoordig vaak eigenlijk veel meer kamers nodig hebt om rond te komen.”

De afbraak van de twee hotels is typerend voor Noordwijk aan Zee – niet te verwarren met het verderop gelegen Noordwijk-Binnen. Veel van de kleinere hotels en pensions worstelen al jaren, hun hoofd houden ze amper boven water. Het dorp telt, volgens een inventarisatie uit 2018, circa 43 hotels met ongeveer 4200 bedden in totaal aan de kust. Er worden ongeveer 500.000 overnachtingen per jaar geboekt – tegenover 570.000 in 2002. Bijna de helft van de hotels is volgens een analyse van consultancybureau ZKA, uitgevoerd in opdracht van de gemeente, nauwelijks levensvatbaar. Langs de rest van de Zuid-Hollandse kust doen accommodaties het beter.

Een groot deel van deze hotels opende de deuren in de decennia na de Tweede Wereldoorlog. Noordwijk was een trekpleister voor toeristen. Onder Nederlanders en Duitsers, vaak van goede komaf, was de badplaats populair. Gasten vertoefden er vaak meerdere weken. Noordwijk aan Zee was chic. „Dankzij de inspirerende zeelucht kon ik er (..) heerlijk schrijven in mijn strandstoel”, berichtte de Duitse schrijver Thomas Mann in 1955 in een brief aan zijn Italiaanse vertaalster.

Op de boulevard vang je nog een glimp op van die tijd. De blikvangers: Hotels Van Oranje en Grand Hotel Huis Ter Duin, kolossale, luxueuze complexen aan de duinrand. Bekende congreshotels ook, waar diplomatieke delegaties graag neerstrijken. Met het bezoek van de Amerikaanse president Barack Obama aan Huis ter Duin in 2014 als hoogtepunt. Welgestelde families die weken uitwaaien aan de Europese kust zijn zeldzaam geworden. Internationale en verre reizen zijn tegenwoordig voor iedereen beschikbaar. Een ver-weg-vakantie is doorgaans goedkoper dan twee weken Noordwijk aan Zee.

Hotel van Oranje.Foto David van Dam

 

In Noordwijk aan Zee komen toeristen nu voor een dagje, hoogstens een weekend. Buienradar checken en in de auto springen, noemen Noordwijkers dat. En dan: slenteren door de Hoofdstraat, pootje baden, friet halen en weer terug.

Daar krijg je de hotels niet mee vol, en veel van hen hebben het dan ook moeilijk. Maar wat eigenlijk het ergste is, is dat Noordwijk aan Zee het ook nog eens slechter doet ten opzichte van andere Nederlandse badplaatsen. Begin deze eeuw constateerde een onderzoeksbureau al dat het aantal overnachtingen in de badplaats veel sneller afnam dan aan de rest van de Noordzeekust. En ook tegenwoordig weten bezoekers het stadje zonder station relatief slecht te vinden.

Dat is niet zo gek: Noordwijk aan Zee deed de afgelopen decennia weinig om een aantrekkelijke badplaats te zijn. Veel hotels zijn verouderd, en delen van het stadje liggen er verloederd bij: de trottoirs zijn gebroken, er is sprake van leegstand, en er zijn verschillende prominente pleinen die een opknapbeurt kunnen gebruiken. De afwatering rondom de Parallel Boulevard is bovendien niet toereikend, veel plekken kampen met te hoge grondwaterstanden.

Het wordt de gemeente niet makkelijk gemaakt. Ze discussiëren al jaren met drie vastgoedontwikkelaars: Bram Mol en Charles de Boer (de MoBo’s genoemd) en Ronald van de Putte.

Mol en De Boer bezitten onder meer Hotels van Oranje en wilden uitbreiden. Grote, luxe appartementencomplexen wilden ze naast het hotel bouwen. Die zouden zo massaal worden, dat de gemeente er niks voor voelde om een vergunning af te geven.

Foto’s David van Dam

 

Bij Van de Putte speelt het probleem zich af op een ander vlak. In Noordwijk aan Zee – en elders in het land zoals in Leiden, Sluis en Wassenaar – bezit hij grond op centrale plekken. Hij wil die grond niet verkopen, zegt de gemeente: „En ontwikkelen doet hij ook niet.” Gevolg: kriskras door het dorp braakliggend terrein. Van de Putte laat telefonisch weten niet te willen reageren op vragen van NRC.

Noordwijk aan Zee staat in feite al decennialang stil. Het voelt zich ergens nog de mondaine badplaats die het was, maar is ondertussen de grootste vijand van zichzelf. Dat bleek ook uit een enquête van 2018. Hotelondernemers noemden de openbare ruimte één van de grootste zorgen, met name rond het Vuurtorenplein. Het luxueuze imago van het dorp werd verspeeld, vonden zij.

Jan Kroonsplein

Met wethouder Ter Hark – roze colbert, wit overhemd en pantalon – door Noordwijk aan Zee lopen, is een vreemde ervaring. Op plekken die de toerist snel voorbijloopt, leeft hij juist op.

Het Jan Kroonsplein? Het lelijkste plein van Nederland, volgens NRC-columnist Frits Abrahams. Pittoreske vissershuisjes maakten er de afgelopen decennia plaats voor rommelige postmoderne bouwsels. „Niet per se een mooi plein”, zegt Ter Hark.

Dan toch enthousiast: „Daar willen we huizen in vissersstijl bouwen met daarachter een dwaalgebied, waar je door kleine straatjes kunt lopen. Er komen woningen, appartementen, horeca winkels en een vernieuwd museum.” Een deel van de woningen wordt sociale huur. In de gemeente Noordwijk is 22 procent sociale huur, veel lager dan het landelijk gemiddelde. Omdat de grond van het Jan Kroonsplein tot de duurste van het dorp behoort, legt de gemeente zelf geld bij. „Twee miljoen euro”, volgens Ter Hark.

Noordwijk aan Zee, badplaats die een identiteits-
crisis te boven probeert te komen

Ter Harks aanpak is on-Noordwijks. Hij wil iets dóen met het dorp. Te lang is er gedacht dat je het hele dorp in één keer „met een groot masterplan” moet opknappen, zegt hij. Dat werkte niet. Het onderhandelen met vastgoedontwikkelaars is juridisch ingewikkeld en kost veel tijd. Beter kun je accepteren dat je op sommige plekken machteloos bent en je tijd en energie steken in „haalbare zaken”, zegt Ter Hark.

Zo vervangen nieuwe, goudgele tegels langs de Parallel Boulevard het kapotte grindbeton dat nu overal ligt. En andere stenen moeten plaatsmaken voor groen.

Het Jan Kroonsplein gaat op de schop. De relatie met de Mobo’s is hersteld: Hotels van Oranje mag na jaren onderhandelen uitbreiden. De appartementen van de hotels reiken maximaal tot de vuurtoren, dat vonden de Noordwijkers belangrijk. De hotels krijgen een ondergrondse parkeergarage, waardoor ruimte vrijkomt om duinen aan te leggen op het oude terrein. En het afwateringssysteem van de boulevard wordt opgeknapt, zodat kelders niet langer onderlopen.

Het kan niet anders, zegt hij. Anders verliest Noordwijk aan Zee de strijd met andere badplaatsen. Maar een spic en span openbare ruimte alleen is niet genoeg, weet Ter Hark als oud-marketingman voor verzekeraar Achmea. Zijn badplaats heeft een verháál nodig.

Het PalacepleinFoto David van Dam

Daarom profileert Noordwijk aan Zee zich de laatste jaren steeds nadrukkelijker als kuuroord. Het zeewater is er relatief schoon, de lucht fris. Mede daardoor is Noordwijk sinds 2020 „een heilzame badplaats”, zegt de wethouder. Dat is een internationaal keurmerk waar met name Duitsers volgens hem, scherp op letten.

Thomas Manns Noordwijk aan Zee in een nieuw jasje: gasten moeten net als vroeger langer dan een dagje of een weekend vertoeven in de badplaats. Het kuurseizoen is bovendien buiten het hoogseizoen, en zorgt voor betere bezetting in relatief rustige tijden – erg welkom als de congresmarkt door de coronacrisis langer op z’n gat blijft liggen.

Palaceplein

Ter Hark staat aan de rand van een braakliggend stuk grond schuin tegenover het ‘gat van Pallas’. Daar brandde in 1978 het Palacehotel af. Het plein, een grote stenen vlakte, markeert het zuidpunt van de Parallel Boulevard, als tegenhanger van het Vuurtorenplein aan de noordkant.

De twee pleinen hebben dezelfde eigenaar: vastgoedman Van de Putte. Ruim veertig jaar na de Palace-brand is er nog altijd niks ontwikkeld op deze plek, waar de drukke Hoofdstraat van Noordwijk uitmondt in de duinrand – elke bezoeker komt er langs.

Aan het hek van het bouwterrein hangt een artist impression van een appartementencomplex in Tudor-stijl. „We hebben er een bouwvergunning voor afgegeven”, zegt Ter Hark, „maar daar heeft Van de Putte nooit gebruik van gemaakt”. De vergunning is inmiddels verlopen. Hij heeft de vastgoedman twee keer telefonisch gesproken, zegt hij. „Dat waren op zich prima gesprekken”, zegt Ter Hark. „Hij had een mooi romantisch plan voor het plein, met mooi materiaal- en kleurgebruik. Maar ik denk niet dat het er gaat komen.”