Foto Annabel Oosteweeghel

Interview

‘Van wie is de hemel? Die is van iedereen’

Zomeravondgesprek Sterrenkundige Amina Helmi en schrijver Frank Westerman beschouwen de mens in de ruimte. ‘Je zoekt naar buitenaards leven, maar de enige die we zéker tegen gaan komen zijn we zelf.’

Een vallende ster. Zo ziet de gouden frisbee eruit die schrijver Frank Westerman (56) heeft meegenomen naar Noordwijkerhout, en die hij nu in de richting van hoogleraar sterrenkunde Amina Helmi (50) werpt. We staan op het parkeerterrein voor het hotel, de namiddagzon net zo stralend als de frisbee.

„Als je morgen ineens kon, zou je dan gaan?” Het is het eerste dat Westerman aan Helmi vraagt, ze zijn amper aan elkaar voorgesteld. Helmi weet meteen wat hij bedoelt – de ruimte in – maar ze valt even stil door zijn directheid. Ze lacht, dan zegt ze ja. De aarde van buitenaf bekijken is een kans die ze niet voorbij zou laten gaan. Maar echt interessant vindt ze het niet, ruimtevaart. Te technologisch, te veel ego’s, te dichtbij. Voor haar ligt het échte mysterie dieper in het heelal. Als hoogleraar onderzoekt ze de evolutie van sterrenstelsels, en de donkere materie waar die stelsels voor een deel uit lijken te bestaan. Helmi ís een ster. Of beter gezegd: een sterrenstroom. Ze ontdekte in de buitenste lagen van het Melkwegstelsel het overblijfsel van een dwergsterrenstelsel dat miljarden jaren geleden werd opgeslokt door de Melkweg, dat naar haar werd vernoemd: de Helmi-stroom.

Westerman zou zeker gaan. „Al zou ik wel last krijgen van claustrofobie.” Hij zat recent nog in de Sojoez-TMA-03M, de krappe ruimtecapsule waarmee astronaut André Kuipers naar het internationale ruimtestation ISS werd geschoten. „Die capsule is tentoongesteld in Space Expo, hier vlakbij, in Noordwijk. Dus ik vroeg of ik er even in mocht, ter inspiratie voor mijn boek. Echt klein. En dan zat ik nog niet eens ingeklemd tussen twee Russen, zoals Kuipers, en mocht bij mij het deurtje openblijven.”

Het reiken naar de sterren legt het menselijke tekort bloot, schrijft Westerman in zijn laatste boek De kosmische komedie: „Hoe gloedvoller de prestaties in de ruimte, des te schrijnender het licht op de troep en de misère op aarde.” Niet voor niets veranderen veel ruimtevaarders terug op aarde terstond in milieu- en klimaatactivisten.

Westerman schrijft over de geschiedenis van de astronomie, verweven met herinneringen aan zijn jeugd in Drenthe. Daar, op fietsafstand van zijn huis kwamen hemel en hel samen. Radiosterrenwacht Westerbork stond op dezelfde plek als Kamp Westerbork, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gebruikt als doorgangskamp naar concentratiekampen als Auschwitz en Sobibor. Het Melkwegpad, dat Westerman daar als kind zo graag bezocht, was drie decennia eerder door naziofficieren Himmelfahrtallee genoemd. „In 1970 waren de houten barakken en wachttorens van Judendurchgangslager Westerbork afgebroken om plaats te maken voor de paraboolantennes.”

Tijd om te landen

De verlichting van de wetenschap tegenover de onontkoombare schaduwzijde van de mens. Dat thema komt nog terug maar nu, frisbeeënd in de zon, lijkt het ver weg.

Eerst is het tijd om te landen. „Kamer zesduizendhoeveel hebben jullie?” vraagt Westerman spottend. Anderhalve meter afstand houden is in het enorme conferentiehotel geen probleem, maar in dit terra incognita lijkt een intieme setting lichtjaren verwijderd. Dat de ruimte die ons is toebedeeld voor het diner ‘Alegria’ heet – Spaans voor vreugde – is wel een goed teken, vinden ze.

Westerman woonde tijdens zijn studie tropische cultuurtechniek een jaar in Peru om irrigatietechnieken in de Andes te bestuderen. Helmi is Argentijns. „Dat merk ik vooral bij voetbal. Bij een WK juich ik het hardst voor Argentinië.” Haar oma was Siciliaans, haar moeder is Nederlands, haar vader Egyptisch en zij groeide op in Bahía Blanca, aan de Atlantische kust. „Als Argentinië verliest, ben ik ook echt een tijd van slag. Nederlanders zijn er na een dagje vaak wel overheen, dat begrijpen Argentijnen niet.”

Foto Annabel Oosteweeghel

Frank Westerman schreef een plank vol boeken en werd voor vele ervan onderscheiden. Hij was voor zowel de Volkskrant als NRC correspondent, in Belgrado en Moskou, versloeg verschillende internationale brandhaarden en was de enige journalist die tot twee keer toe tot de omsingelde en belegerde enclave Srebrenica wist door te dringen. De kosmische komedie wordt in zestien talen vertaald. „De astronoom is bescheiden, de astronaut vol bravoure”, schrijft Westerman daarin. „De astronoom laat zich drijven door verwondering, de astronaut door verlangen.” En inderdaad: als Helmi ’s avonds gaat wandelen kijkt ze uit automatisme wel omhoog, maar gewoon „omdat het mooi is om naar de hemel te kijken”. Niet om te kijken of ze het ISS kan zien.

Helmi raakte geïnteresseerd in andere werelden toen een juf op de lagere school met een sinaasappel en een citroen de baan van de maan rond de aarde liet zien. In 2019 won ze de Spinozapremie voor haar onderzoek naar de Melkweg. Ze woont sinds 25 jaar in Groningen, in het dorp Haren. „Mijn ouders spraken vooral Engels met elkaar, maar toen ik naar de kleuterschool ging in Argentinië bleek dat ik een accent had als ik Spaans sprak”, vertelt ze bij de borrel voorafgaand aan de fotosessie. „Toen werd Spaans de voertaal thuis. Maar besprenkeld met Engels, Nederlands en Arabisch.”

Westerman: „Besprenkeld, mooi.”

Helmi spreekt zangerig. Vloeiend Nederlands, soms met Spaanse intonatie. In welke taal ze denkt weet ze niet. „Volgens mij zijn mijn gedachten niet in woorden. Misschien is het omdat ik meertalig ben opgevoed dat ik niet gelijk een woord met een beeld associeer.”

Wat ik zo moeilijk vind aan taal is dat je elkaar kunt misverstaan. Dat heb je niet bij wiskunde.

Amina Helmi

Westerman heeft een directe manier van spreken. Hij denkt juist heel sterk in taal. Hij bewondert het woordbeeld van haar naam („A-mi-na, Hel-mi, twee keer mi, mooi!”). Maar de liefde voor exacte wetenschap is ook bij hem sterk ontwikkeld, al vanaf het moment dat hij op school over imaginaire getallen leerde. „Ik had net geleerd dat de wortel uit een negatief getal niet bestond. Tenzij je zegt: de wortel uit -1 is i. Twee i plus drie i? Daarmee kun je verder rekenen!” Vergulde blik. „Dan ga je door de geluidsbarrière van het mogelijke. Ik had dat ook met de lessen over hoe je de stelling van Pythagoras op verschillende manieren kon bewijzen, en met pi. Magisch.”

Helmi: „Omdat je pi zegt, moet ik denken aan het boek Contact van de Amerikaanse astronoom Carl Sagan. Daarin blijkt het getal pi de manier waarop een andere civilisatie contact maakt met ons. Ik vond dat zo mooi, alles kwam erin samen. Een jonge vrouw die van natuurkunde en wiskunde houdt, en de sterrenkunde ontdekt, ik vond dat supertof.”

Westerman had ook best die kant op kunnen gaan. „Al ben ik een eencellige vergeleken met jou.” Maar zoals de bouwstenen van het leven voor scheikundigen in het periodiek systeem te vinden zijn, en voor biologen in dna, ziet hij taal als basis van het leven. „We verhouden ons tot de dingen via taal. We benoemen de dingen. Je kunt je afvragen of de werkelijkheid wel bestaat als wij er niet zijn. De elementaire deeltjes zijn de letters van het alfabet.”

Helmi: „Wat ik zo moeilijk vind aan taal is dat je elkaar kunt misverstaan. Dat heb je niet bij wiskunde, daarbij kan iedereen een andere taal spreken en toch een formule op dezelfde manier begrijpen. Wiskunde verbindt.”

Westerman: „Heb je nooit getwijfeld over wat je wilde worden? Heb je ooit gedacht: ik word zeezeiler, of bioloog?”

Helmi: „Ik heb gedacht aan wiskunde. En aan ingenieur, maar dat vond ik te technisch.”

Westerman: „Het moest abstract.”

Helmi: „Nee. Ik wil juist begrijpen waarom dingen zijn zoals ze zijn. En bij biologie lukt dat nog niet. Biologie is fenomenologisch en beschrijvend omdat de systemen zo complex zijn. Bij biologie kun je vanuit basisprincipes geen voorspellingen maken van hoe iets zal worden. Het is te moeilijk.”

We verhouden ons tot de dingen via taal. De elementaire deeltjes zijn de letters van het alfabet.

Frank Westerman

Verbazing. Helmi houdt zich bezig met sterren en stelsels die miljoenen lichtjaren ver weg zijn en soms miljarden jaren geleden al verdwenen. Ze stond aan de basis van de in 2013 door ESA gelanceerde Gaia-ruimtetelescoop, die de posities en beweging van sterren meet. Biologie te complex?

Westerman, met een glimlach: „De planeten houden zich netjes aan de regels.”

Helmi, lachend: „Ja! Supersimpel. Qua begrippen is het complex, maar als je kijkt naar de formulering is het simpel.”

De snelheid van een ster

Bij het maken van de foto’s krijgen ze een lichtje in hun handen gedrukt van de fotograaf. Westerman, met nadruk: „Ik wil níet in religieuze houding worden geportretteerd, zo met mijn handen vroom gevouwen. Daar pas ik voor.”

Later vertelt hij over het boek dat hij lang vóór De kosmische komedie schreef, Ararat, over die ándere hemel, waarover hij vroeger leerde dat er een god zou leven met een hoofdletter G. „Ik heb nooit willen spugen op het nest. Maar vanaf de middelbare school ben ik een eigen ontdekkingstocht begonnen. We hadden op school een sterrenkoepel waar onze leraar uitlegde hoe je aan veranderingen in het lichtspectrum, roodverschuivingen, de snelheid van een ster kon aflezen. Dat stond zó ver van de Bijbel af…”

Later beklom hij de berg Ararat, met ruim vijf kilometer de hoogste van Turkije. Daar zou volgens het Oude Testament de ark van Noach na de zondvloed aan de grond gelopen zijn, waarna het leven op aarde opnieuw begon. „Ik deed dat om me te leren verhouden tot het geloof van mijn kindertijd.”

De top haalde hij niet; het was mistig en min zeventien, en de laatste meters lukten niet. „Zestig meter, ongeveer één kerktoren. Ik heb de top ook niet gezien, maar er is dat vermoeden van: er is nog meer. Dat raakt mij ook bij het geloof. De suggestie vind ik mooi, de verbeelding vind ik mooi, de verleiding vind ik mooi. Ik vind het goed dat er dingen zijn die ik niet snap. Alleen: ik haak af als het in steen gebeiteld komt te staan. Kom bij mij niet aan met geboden, met hoofdletters. De god van mijn jeugd heeft niet langer een grote G.”

Foto Annabel Oosteweeghel

Helmi is stil. We vragen of zij gelovig is opgevoed. „Ik ben katholiek. Praktiserend. Als kind wil je erbij horen, en dat had ik met het geloof – in Argentinië zijn heel veel mensen katholiek. Maar omdat ik ben opgevoed door een christelijke moeder en een vader die moslim is, gaat God voor mij verder dan de grenzen van een bepaalde stroming of geloof. Als ik in Egypte was opgegroeid, was ik waarschijnlijk moslim geweest.”

Is het geloof niet moeilijk te verenigen met haar wetenschappelijke blik? „De natuur is voor mij materie, maar religie valt daarbuiten. God bevindt zich niet op een plek die je kunt aanwijzen. Het is eerder als wiskunde. Je kunt oneindig tellen, en zo geloof ik ook dat er iets bestaat dat oneindig veel liefde in zich draagt, iets dat al het positieve en het goede is. Dat is God voor mij.”

Misschien is dat moeilijk te begrijpen, voegt ze toe. „Maar ik heb nooit ervaren dat wetenschap niet te combineren was met geloof. Voor mij was God altijd aanwezig bij mijn grootste ontdekkingen, in dankbaarheid. Dat ík, zo klein als ik ben, zulke dingen mocht doorgronden.”

Opgroeien in een dictatuur

Een serveerster komt de bestelling opnemen. Westerman aarzelt: hij gaat voor de caesarsalade, maar met of zonder kip?

Westerman: „Als kind kon ik urenlang wakker liggen over de invloed van toevalligheden: wat als ik nu mijn vinger opsteek, of juist niet? Wat als ik wel of niet naar buiten ga? En ook: hoe zou de loop van de geschiedenis zijn veranderd als Rob Rensenbrink in de WK-finale van 1978 in én tegen Argentinië de bal níet tegen de paal had geschopt? Mijn vader zei altijd: dan waren de Nederlanders niet levend het stadion uitgekomen. Argentinië in die tijd, onder Videla… Dat maakte op mij wel indruk natuurlijk.”

Tegen Helmi: „Hoe heb jij dat ervaren, opgroeien in een dictatuur?”

Helmi: „Die uitspraak van jouw vader… Die is buiten proportie. Zo heb ik het destijds niet ervaren. Ik was nog jong natuurlijk, me niet zo bewust van wat er gebeurde. Mijn ouders hebben me beschermd. Ja, je mocht ’s nachts niet naar buiten, en je hoorde verhalen over bommen. Maar dat er allemaal mensen zijn verdwenen…”

Westerman scherpt aan: „Vermoord.”

Helmi, ook scherp: „Ja, natuurlijk – ook vermoord. Maar dát dat gebeurde, hoorde ik later pas. Ik was dertien toen de democratie kwam, en in de jaren die volgden zag ik films die een ander beeld lieten zien. Dat was shockerend.”

Westerman: „Kijk je dan anders op je jeugd terug? Is die van kleur verschoten?”

Helmi: „Nee, dat niet. Ik voelde me toen niet beperkt en ik voel dat met terugwerkende kracht ook niet. Ik hoorde later pas dat mijn vader op de universiteit waar hij werkte mensen hielp onder te duiken in andere delen van het land. Het voelt alsof er twee geschiedenissen zijn, een parallel universum. Het is triest dat je niet weet wat er gebeurde en niet hebt kunnen optreden. Ook al had ik als kind natuurlijk weinig kunnen doen.”

Is het schuldgevoel?

„Nee, het is verdriet.”

Van wie is de hemel? Die is van iedereen.

Amina Helmi

We eten. Helmi vis, Westerman caesarsalade mét kip. Helmi vertelt hoe ze haar Argentijnse temperament soms in toom probeert te houden. Temperament en emotie: mooi, maar als je een punt over wilt brengen, kan het tegen je werken. Soms moet je je aanpassen, zegt ze. „Zo heb ik lang nagedacht over wat ik zou aantrekken vandaag. Ik heb bij congressen altijd broeken met een jasje gedragen, donkere kleuren, erg mannelijk, erg neutraal. Eigenlijk ben ik meer van de bloemetjes enzo. Toen ik jou zag”, zegt ze tegen de vrouwelijke verslaggever die óók een jurk met bloemen draagt, „dacht ik: oh gelukkig!” Ze lacht er uitbundig bij.

„Ik heb tot ver in mijn carrière geprobeerd de aandacht niet te trekken naar hoe ik eruit zag, maar naar wat ik te vertellen had. Nu voel ik: ik heb ook iets te vertellen met de kleren die ik draag. Ook voor jongere generaties vrouwen, het beeld dat wetenschappers allemaal stijve nerds zijn is niet goed. En dit is ook wie ik ben.”

Mannen, zegt de Indiase ruimteschipontwerpster Susmita Mohanty in het boek van Westerman, kunnen het niet af zonder vrouwen: „Vrouwen zijn op Mars onmisbaar. Niet alleen voor de voortplanting, maar ook voor de goede verstandhouding, de vreugde én de vrede.”

Helmi knikt.

Mohanty toonde Westerman Vyom Mitra, de eerste Indiase astronaut die nog dit jaar de ruimte ingaat. Een robot in een sari. ‘Vriendin in de ruimte’ betekent haar naam. Westerman: „Laten we Vyom Mitra en andere robots sturen, maar laten we niet zelf naar de maan en Mars gaan. Geen Arabische kolonie, geen Chinese kolonie, geen Amerikaanse kolonie op Mars.”

Helmi: „En waarom?”

Westerman: „Omdat ik bang ben dat we het menselijk tekort gaan overplanten. We hebben Elon Musk, de ruimtecowboy. Jeff Bezos en Richard Branson maken nu hun eerste ruimtereizen. Ik zie een parallel tussen het koloniseren van vreemde kusten, en wat deze ego’s doen met de vreemde kusten van het zonnestelsel.”

Helmi: „Ben je niet bang dat dat ook zal gebeuren als we robots sturen?”

Westerman: „Misschien doen zij het wél goed. Wij mensen doen het zeker niet goed. Als we op de maan of op Mars gaan wonen, wordt het binnen een paar generaties hetzelfde als op aarde. Je zoekt naar buitenaards leven, maar de enigen die we zéker tegen gaan komen zijn we zelf. Maar onze voortbrengselen, zelflerend of wat ook, die hebben het tot nog toe niet verprutst. En…”, hij zegt het met een lange pauze, „waarom zou een onvolmaakt wezen niet iets kunnen voortbrengen wat minder onvolmaakt is?”

Helmi: „Ik zie wat wij creëren als een verlengstuk van ons. Amerika gaat dat soort robots ook sturen, China ook. Daarom zie ik niet zo’n groot verschil met het sturen van mensen zelf. Ze zullen altijd een robot sturen met een vlaggetje erop.”

Westerman: „Vlaggetjes zijn het begin van het einde.”

Helmi: „Wat je wilt is dat de ruimtevaart niet gaat over één land, maar dat we samenwerken zoals bij wetenschappelijke missies.”

Westerman: „De ruimtevaart is toch gebouwd op rivaliteit.”

Helmi: „Ja, maar dat hoeft niet zo te blijven. Als je heel veel wilt bereiken, moet je samenwerken. Je kijkt naar de hemel, en van wie is die? Van iedereen.”

Westerman: „We zijn al voorbij dat punt. De meeste satellieten zijn spionagesatellieten, dat is een scherm van wantrouwen. Er is één satelliet van jou, Gaia. En de Hubble, en het ISS. Dat zijn de uitzonderingen. Hier vlak achter in de duinen is de eerste bestuurbare raket gelanceerd, de V2. Vergeltungswaffe zwei. De allereerste raket die met een parabool mooi over de Noordzee ging was een massavernietigingswapen. Dus ik heb niet zoveel fiducie.”

Ruimtevaart is toch gebouwd op rivaliteit.

Frank Westerman

„Wat er nu gebeurt gaat niet eens om landen”, zegt Helmi. „Het is het wilde westen in de ruimte, er zijn geen absolute wetten. Zie die duizenden satellieten die gelanceerd worden door Starlink” – ze spuugt de naam van Musks satellietnetwerk bijna uit. „Die verstoren de waarnemingen van peperdure telescopen, sommige zelfs betaald door Amerika, maar Amerika doet niks om het te stoppen. Het gaat allemaal om nog meer geld. We verliezen de hemel aan een paar bedrijven.”

Elon Musk meent dat we nog maar aan het begin staan van de hemelse ladder, zegt Westerman: „Hij wil van onze planetaire soort een interplanetaire soort maken. Dat klinkt toch heel aantrekkelijk.”

Helmi: „Ja?”

„Jaaa, kom op zeg. Als we hier straks naar de zee lopen, en je kijkt uit over het water, dan wil je toch weten wat er aan de andere kant is?”

Helmi, voorzichtig: „Ja… dat is de nieuwsgierigheid. Maar waarom moet je dat in je eentje doen? Het ego speelt zo sterk hier. Musk lanceert satellieten. Astronomen roepen: alsjeblieft niet zonder overleg, want zo kunnen we niet meer goed waarnemen. Waarom vraagt hij zich niet af wat de consequenties zijn?”

De vraag komt op tafel of wat Musk doet überhaupt nut heeft.

Helmi lacht. „Met Starlink heb je internet in de woestijn. En tja, wat voor zin heeft een Tesla die rondjes rond de zon maakt?”

De raketten die weer kunnen landen en daardoor herbruikbaar zijn, lijken wel nuttig. „Als je drie van die raketten tegelijk ziet landen op dat platform, dat is een dans, een choreografie. Ja, dan ga ik ook klappen”, zegt Westerman. „Maar als je er even over nadenkt: waar gaat dit over? Wie zit erachter? Wat zijn z’n ambities? Het is een wedstrijdje verplassen.”

Helmi: „Dat is het probleem. Het is heel erg macho, wie is het eerst, wie heeft de grootste. Als er meer vrouwen waren geweest op dat gebied… Rivaliteit is er ook tussen vrouwen, maar ze werken toch meer samen, is mijn ervaring.”

Foto Annabel Oosteweeghel

Voorbij Venus

„Het afgelopen jaar ben ik rauwkost gaan waarderen”, zegt Westerman, terwijl hij de laatste slablaadjes aan zijn vork prikt. „Ik woonde tijdens het schrijven van mijn laatste boek tijdelijk bij mijn ouders. In maart vorig jaar was mijn moeder gevallen en had haar enkel gebroken. Toen zijn mijn zus en ik ombeurten bij ze in gaan wonen, 48 uur op, 48 uur af. ’s Nachts sliep ik in mijn oude jongenskamer. Je belandt in een mengeling van nostalgie en irritatie. Maar ik ben blij dat we het gedaan hebben en zo afscheid hebben kunnen nemen, want in oktober overleed ze.”

In de tijd bij zijn ouders vormde het schrijven een houvast. „Om 21.00 uur, als ik klaar was met de afwas, was ik eigenlijk te moe om te schrijven. Maar ik dacht: nee, als ik dat laat schieten, gaat het mis. Ik ontdekte dat kauwen helpt om wakker te blijven. Ik heb kilo’s worteltjes en bleekselderij weggewerkt.”

Het diner is afgeruimd, de zon zakt achter de horizon. Of we even naar het strand zullen, oppert Westerman. Geen weidsere sterrenhemel dan boven de zee, tenslotte.

Eenmaal aan zee kijkt Helmi naar de lucht. Niet terwijl ze sterren en planeten opnoemt, eerder alsof ze in de supermarkt de melk zoekt. „Die daar naast de maan is Venus, die weet ik. Maar veel meer moet je mij niet vragen. Ik kijk liever hier voorbij.”

Met hun voeten in het zand praten Helmi en Westerman vrijer. Vertrouwelijker. Misschien doordat hij net over zijn moeder vertelde. Ook zij heeft het afgelopen jaar een ouder verloren.

Voorheen bracht Helmi elke Kerst door in Argentinië, deels aan de kust bij Bahía Blanca. Maar twee jaar geleden verhuisden haar ouders naar Nederland. „Ik ben enig kind en wilde hen dichterbij hebben. Mijn moeder wilde al heel lang komen, maar mijn vader niet. Uiteindelijk hebben we hem overtuigd.” Eind vorig jaar is hij overleden. „Hij was negentig. Het was goed zo. En het was heel fijn dat hij in de buurt was en ik voor hem kon zorgen, zeker met corona. Ik zou het verschrikkelijk vinden als ze met z’n tweetjes in Argentinië in lockdown hadden gezeten.”

Maar het verdriet is nog vers en de volgende ochtend, als Westerman bij het ontbijt indringend vertelt hoe zijn eigen vader na het breken van zijn heup het einde dacht te naderen en zijn horloge en trouwring aan hem gaf, brengt het Helmi tot tranen. „Sorry”, zegt ze, door haar tranen heen. Westerman stelt haar gerust – dat ze zich niet hoeft te verontschuldigen voor haar emoties.

Dan, met een blik op de sliert hotelgasten die zich bij het buffet opstelt: „Toch mooi hoe we deze onpersoonlijke ruimte hebben overwonnen.”

Foto’s Annabel Oosteweeghel.