Noodmedicijn voor mensen met zwakke afweer tegen corona ondanks vaccinaties

Corona Er is een nieuwe behandeling voor de een half tot één miljoen Nederlanders die ondanks vaccinaties geen sterke afweer tegen corona kunnen opbouwen. „Toen ik hoorde dat ik ook na mijn vaccinatie geen antistoffen had, was ik van het padje af.”

Het Erasmus MC in Rotterdam behandelt sinds vier weken kwetsbare patiënten met nieuwe krachtige antistoffen.
Het Erasmus MC in Rotterdam behandelt sinds vier weken kwetsbare patiënten met nieuwe krachtige antistoffen. Foto David van Dam

„Wat?! Ben ik een primeur in het ziekenhuis?”, zegt Edson (35) terwijl de verpleegkundige in het Erasmus MC in Rotterdam hem een infuus met antistoffen toedient. „Hoe voelt dat aan je arm?”, vraagt ze.

Edson (hij wil niet met zijn achternaam in de krant) is de eerste coronapatiënt in het Erasmus MC die een behandeling krijgt met zogeheten monoklonale antistoffen. Omdat hij in 2014 een niertransplantatie kreeg – en zijn lichaam die nieuwe nier niet moet afstoten – slikt hij afweerremmende medicijnen. Hoewel Edson volledig gevaccineerd is tegen corona, maakt zijn lichaam helemaal geen antistoffen, waardoor hij eerder die week alsnog in het ziekenhuis belandde met Covid.

Mensen met stoornissen in hun afweer, de kwetsbaarste groep in de coronapandemie, zijn met prioriteit al vroeg volledig gevaccineerd tegen Covid. Maar juist omdat hun afweer hapert, lukt het vaak niet om met een vaccin bescherming op te bouwen. Wanneer ze tegen het virus aanlopen is de kans veel groter dat ze ernstig ziek worden. Ook zijn ze vaak veel langer ziek en blijven ze soms wekenlang besmettelijk.

„Het gaat in Nederland naar schatting om een half tot één miljoen mensen”, zegt Bart Rijnders, internist-infectioloog in het Erasmus MC. Door het gebruik van afweeronderdrukkende medicijnen, een ziekte of erfelijke aanleg kunnen al deze mensen geen sterke afweer opbouwen. Artsen en onderzoekers proberen manieren te vinden om deze groep alsnog beter te kunnen beschermen.

Brits onderzoek

De krachtige monoklonale antistoffen zijn kortgeleden toegelaten als ‘noodmedicijn’. De behandeling kwam beschikbaar na de positieve uitkomsten van een groot vergelijkend Brits onderzoek. Daaruit blijkt dat het overlijdensrisico van Covid-patiënten die zonder meetbare antistoffen in het ziekenhuis belanden afneemt van een op de drie naar een op de vier als ze monoklonale antistoffen krijgen toegediend.

Het Erasmus MC was vier weken geleden het eerste ziekenhuis in Nederland dat deze therapie bestelde bij het RIVM, dat de nationale voorraad beheert. Na Edson zijn er nog vijf patiënten in het Erasmus mee behandeld.

„Voor de individuele patiënt is het lastig te zeggen of het zal werken, dat kun je niet voorspellen”, zegt Rijnders. „Maar voor de groep als geheel is in onderzoek duidelijk bewezen dat dit middel het risico op overlijden, ziekenhuisopname en IC-opname vermindert. Daarom geven we het nu aan iedereen die ervoor in aanmerking komt.”

Bij iedere patiënt die met Covid in het ziekenhuis belandt worden meteen de antistoffen in het bloed gemeten, vertelt Rijnders. „Zijn die er niet, dan gaan we die mensen onmiddellijk behandelen met monoklonalen. Meten we wel antistoffen, dan geven we geen monoklonalen, voorlopig ook niet als we weten dat die persoon een zwakke afweer heeft is. Uit de Britse studie blijkt namelijk ook dat wanneer je dit geeft aan mensen die zelf al antistoffen hebben, je het sterfterisico mogelijk juist verhoogt. Waarschijnlijk interfereren de monoklonale antistoffen met de antistoffen die de patiënt zelf al maakt.”

Ernstige obesitas

De behandeling met monoklonale antistoffen werkt het beste als die heel vroeg aan coronapatiënten wordt gegeven, dus voordat mensen in het ziekenhuis belanden. Uit onderzoek blijkt dat behandeling binnen enkele dagen na de infectie bij 70 tot 80 procent van de mensen met Covid ziekenhuisopname kan voorkomen, zegt Rijnders. „Die kans om mensen uit risicogroepen, bijvoorbeeld vijftigplussers met ernstige obesitas die mogelijk ook geen antistoffen aanmaken, snel te behandelen wordt nu nog vaak gemist. Dat zouden we kunnen organiseren via behandelcentra door het hele land waarnaar huisartsen risicopatiënten kunnen doorverwijzen. ”

In andere landen, bijvoorbeeld in Frankrijk, kunnen patiënten met afweerstoornissen al een derde prik krijgen, om hun afweer extra op te krikken. Het RIVM beraadt zich daar nog op. De grote vraag is of extra vaccinaties wel effectief zijn, als de eerste twee kennelijk niet goed werkten.

Internist-infectioloog Bram Goorhuis van Amsterdam UMC denkt van wel: „Wat we weten van vaccinaties tegen andere ziekten is dat een extra prik bij deze groep kan werken. Maar we moeten onderzoeken of dat bij Covid ook zo is. Bij sommige mensen zal er misschien nog een vierde of vijfde prik nodig zijn. We houden ook in de gaten of de bescherming na vaccinatie bij deze groep wellicht sneller wegebt.”

Goorhuis is in samenwerking met andere centra begonnen met een onderzoek naar het effect van Covid-vaccinatie bij hematologische patiënten. Dat zijn mensen die aan bloedkanker lijden of een stamceltransplantatie hebben ondergaan, waardoor ze hun immuniteit tegen allerlei ziekten helemaal opnieuw moeten opbouwen. Goorhuis: „Binnen alle patiënten met afweerstoornissen reageert deze groep het slechtst op Covid-vaccinatie.”

In Frankrijk kunnen patiënten met afweerstoornissen al een derde prik krijgen. Het RIVM beraadt zich daar nog op

Antistoffen in het bloed vertellen niet het hele verhaal over afweer. De afweer kan ook op andere manieren het virus bestrijden. Goorhuis: „ Simpel gezegd: de antistoffen beschermen je tegen besmetting en als het virus eenmaal binnen is, zorgt een goede T-cel-afweer (door witte bloedcellen die geïnfecteerde cellen herkennen en opruimen) vervolgens dat je het weer snel kwijtraakt.”

Preventieve behandeling

Toch blijkt uit onderzoek van het RIVM dat er in ieder geval bij gezonde personen wel een relatie is tussen de sterkte van de antistofreactie en de sterkte van de T-celreactie. „Op basis daarvan hanteren we een grenswaarde voor de antistofconcentratie in het bloed om te bepalen of iemand wel of niet voldoende beschermd is”, zegt Goorhuis.

Patiënten met een zwakke afweer preventief monoklonale antistoffen toedienen als bescherming tegen Covid kan mogelijk ook werken, zegt Bart Rijnders, die daar net een onderzoek naar is gestart. „Maar zo’n behandeling moet elke vier weken herhaald worden en het is duur. Je zou dit wel tijdelijk kunnen doen, bijvoorbeeld als iemand in de omgeving van de patiënt positief test. Deze mensen maken zich terecht zorgen besmet te raken.”

„Toen ik hoorde dat ik ook na mijn vaccinatie geen antistoffen had, was ik van het padje af”, vertelt een 62-jarige vrouw uit Rotterdam, een deelnemer aan de studie van het Erasmus MC. Ze heeft een zeldzame longziekte en slikt daarvoor afweerremmende medicijnen. Omdat ze bang is haar baan te verliezen, wil ze graag anoniem blijven (haar naam is bij de redactie bekend).

Corona is voor haar levensbedreigend en ze maakt zich grote zorgen dat ze vroeg of laat besmet zal raken. Haar kinderen gaan graag uit en zij wil weer eens op vakantie. „Straks moet ik me als enige nog afsluiten van mijn omgeving.”

Toen ze haar zorgen besprak met haar longarts, wees die haar op dit onderzoek. Vandaag krijgt ze haar dosis antistoffen toegediend.

Infuus

Zojuist heeft de vrouw uit Rotterdam tweeënhalf uur aan een infuus gelegen. Voor en na het infuus is bloed afgenomen om te zien hoeveel antistoffen er direct erna te zien zijn. Nu moet ze nog even wachten voordat ze naar huis mag. Het kan zijn dat ze zich even niet lekker voelt.

De komende weken moet ze nog tien tot twaalf keer terug naar het ziekenhuis om haar bloedwaarden te laten controleren. Meedoen aan het onderzoek kost haar tijd, maar ze wordt er hoe dan ook beter van, denkt ze.

„Ik wil wel benadrukken dat we niet weten hoe lang en hoe goed de antistoffen werken”, zegt Bart Rijnders tegen de vrouw. „Dus u moet uzelf alsnog beschermen de komende tijd.” Over een maand kunnen Rijnders en zijn team de resultaten van twintig proefpersonen beoordelen.

De belangrijkste bescherming voor deze kwetsbare groep zal echter moeten komen uit een hoge vaccinatiegraad in de algemene bevolking, benadrukt Bram Goorhuis. „Neem bijvoorbeeld mazelen”, zegt hij, „Eén van de besmettelijkste ziekten die we kennen. Als mensen met een afweerstoornis dit virus oplopen, hebben ze een risico eraan te overlijden. Toch hoor je dat zelden, en dat is te danken aan het feit dat 95 procent van de Nederlanders is gevaccineerd tegen mazelen. Als het uitbreekt wordt het al snel gesmoord door de grote groep mensen die weerstand heeft. Daardoor bereikt het zelden de kwetsbaren.”