Opinie

Mussolini biedt een spiegel voor onze tijd

Paul Scheffer

De lezer blijft duizelig achter na 1.400 bladzijden die het leven van Benito Mussolini beschrijven. En dan zijn we pas halverwege: er komen nog twee delen van dit ongelooflijke verhaal. Het literaire talent van de schrijver, Antonio Scurati, brengt ons dicht bij de manier waarop Mussolini zich na de oorlog van ’14-’18 uit een marginaal bestaan opwerkt tot de alom bewonderde dictator van Italië.

Met ijzingwekkende details beschrijft Scurati bijna van dag tot dag deze verovering van de macht, die evenveel zegt over het doorzettingsvermogen van Mussolini als over de hopeloze zwakte van zijn tegenstanders. Een voor een buigen ze het hoofd, met als symbolisch dieptepunt dat in 1932 niet meer dan 13 van de 1.300 hoogleraren weigeren om trouw te zweren aan de fascistische staat.

In tal van reacties op het boek, dat fictie en non-fictie combineert, wordt een link gelegd met het hedendaagse populisme. Scurati zelf is voorzichtig, al denkt hij wel dat een confrontatie met het verleden nuttig is: „We zien onszelf nog altijd als een volk van migranten, vooral in het armere zuiden van Italië. We zijn niet in staat onszelf te beschouwen als een volk van beulen, onderdrukkers en veroveraars.” (De Volkskrant, 11/6.)

Dat is vast waar, maar mij viel op hoezeer die tijd verschilt van onze tijd. De eerste twee delen, die de periode van 1919 tot 1932 beslaan, maken duidelijk dat het fascisme is geboren in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. De kern van de aanhang van Mussolini bestaat uit de Arditi: elitetroepen die als taak hadden de loopgraven van de vijand binnen te dringen om daar dood en verderf te zaaien.

In een gemechaniseerde oorlog vertegenwoordigden zij nog het ‘lijf-aan-lijfgevecht’: „Onder de stortbuien van staal in de anonieme massale dood [...] hadden zij de tot het uiterste gedreven individualiteit weer ingevoerd, de heldencultus van de vroegere krijgers.” Zo typeert Scurati deze soldaten die de kern zullen vormen van het legertje zwarthemden dat Mussolini naar de macht zal begeleiden.

Vanaf het begin staat het fascisme in het teken van de verheerlijking van geweld en van het gebruik van geweld. Mussolini zegt: „Dit proletariaat heeft een bloedbad nodig.” De knokploegen van voormalige frontsoldaten, die getraumatiseerd uit de oorlog zijn gekomen, stuwen de machtsverovering voort. Een van de ideologen van de fascistische partij weet: „De vuist is de samenvatting van de theorie.”

De Eerste Wereldoorlog is omschreven als een ‘oercatastrofe van de twintigste eeuw’. Dat is geen overdrijving. De totalitaire stromingen van fascisme en communisme zijn ondenkbaar zonder de ervaring van deze eerste totale oorlog. Het doden op industriële schaal brengt een ontwrichting met zich mee die de voorbode vormt van de volgende wereldoorlog.

Scurati beschrijft hoe bij politieke bijeenkomsten doden vallen, hoe de knokploegen tegenstanders intimideren en hoe Mussolini het geweld rechtvaardigt. In zijn boek schetst hij het tijdsgewricht: „Deze naoorlogse tijd is een storm, is een woeste zee met kolken: er zijn enkel impulsen, chaos, verkrampingen, zwakke regeringen, volksmennerij, de angel die je uit de slaap houdt.”

Als hij eenmaal de onbetwiste dictator is, probeert Mussolini zich los te maken van het ongeregelde geweld – als een maffiabaas die in de bovenwereld erkenning zoekt. En we weten hoe die verhalen doorgaans aflopen. Zijn pogingen om respect te verwerven zinken telkens weg in de troebele ondergrond van zijn beweging. De moord op het socialistische parlementslid Giacomo Matteotti is daarvan een voorbeeld.

Niet alleen breidt het geweld zich uit in eigen land, ook over de grenzen laat de dictatuur zijn sporen na. Scurati neemt de lezer mee naar de koloniale oorlog in Libië, waar gifgassen worden ingezet om de opstandige stammen te onderwerpen. En hij beschrijft de gruwelijke experimenten met concentratiekampen. Het fascisme was een genocidale politiek.

Het gebruik van geweld kenmerkt vanaf het eerste moment deze beweging. Zoals Mussolini voor zijn machtsovername schrijft: „We zijn telkens gewelddadig als het nodig is. […] Ons geweld moet dat van de massa zijn.” Eenmaal aan de macht bevestigt hij dat idee: „Geweld is moreel als het stormachtig, vlijmscherp, ridderlijk is.”

Er zijn vast raakvlakken tussen toen en nu, maar het epos van Scurati laat vooral zien dat het veelvuldige gebruik van de term ‘fascisme’ weinig bijdraagt aan het begrip van onze tijd. De opkomst van Mussolini begon met oorlogsgeweld dat de geesten rijp maakte voor straatterreur. Die liep vervolgens over in staatsterreur. En zijn fascisme eindigde zoals het begon – met oorlog.

Paul Scheffer schreef onder meer Het land van aankomst en De vorm van vrijheid.