Reportage

Tunesische revolutiewijk kijkt met wantrouwen naar machtsgreep

Staatsgreep Tunesië In een buitenwijk van Tunis was het feest na de machtsgreep van president Saied. Maar de inwoners houden hem in de gaten. „Het volk accepteert geen dictators meer.”

Saied-tegenstander Hamed in Ettadhamen, een volkswijk van Tunis (onder).
Saied-tegenstander Hamed in Ettadhamen, een volkswijk van Tunis (onder). Foto’s Melvyn Ingleby

In Ettadhamen is er altijd reden voor revolutie. Deze gigantische buitenwijk (bijna 200.000 inwoners) van de Tunesische hoofdstad Tunis speelde een belangrijke rol bij de val van dictator Zine al-Abidine Ben Ali in januari 2011. Sindsdien zijn de levensomstandigheden er niet beter op geworden en dus gingen de inwoners van Ettadhamen tien jaar na de zogeheten Arabische Lente weer massaal de straat op. „Alle revoluties beginnen hier, maar wij plukken er nooit de vruchten van”, zegt Fatma Jegham, een vrouw met kort roodgeverfd haar die op slippers door de wijk marcheert. De middelbareschooldocent kent iedereen, van de salafisten tot de wietverslaafden, en weet wat haar buurt nodig heeft. „Er is hier maar één postkantoor”, vertelt ze. „En zie je die berg afval? Daar probeer ik al tien jaar een speeltuintje te krijgen.”

Dan gaat de telefoon: de zuurstofflessen zijn er. Want Fatma is sinds anderhalf jaar ook Ettadhamens belichaming van het corona-outbreak management team. „Vanochtend nog heb ik twee mensen van straat geplukt die door corona in elkaar zakten”, aldus de buurtmoeder. „De staat bestaat hier niet, dus moeten we onze problemen zelf oplossen.”

Dit is de context die de inwoners van Ettadhamen voor de zoveelste keer de straat op dreef. Net als in veel andere plaatsen in Tunesië werd hier op zondag 25 juli – de Dag van de Republiek – massaal gedemonstreerd tegen armoede en de belabberde overheidsaanpak van de coronacrisis, die in dit land van 12 miljoen inwoners ruim 19,000 levens eiste. Duizenden betogers eisten het vertrek van de regering en het voltallige parlement, maar het protest werd beantwoord met traangas en rubberen kogels.

Salah Samshi (rechts): „Zonder Saied waren we nooit van de politici afgekomen.”

Totdat de avond viel. Even voor middernacht leek president Kais Saied gehoor te geven aan de eisen van de demonstranten door de premier te ontslaan en het parlement tijdelijk op non-actief te stellen. Said trok daarop de gehele uitvoerende macht naar zich toe, verklaarde zichzelf hoofd van de rechtspraak en verbood demonstraties voor een periode van dertig dagen. In die periode moet een nieuwe regering gevormd worden.

Onzekerheid

Overal in Tunesië braken spontane straatfeesten uit, maar op maandagochtend werd het land wakker in onzekerheid. Want wat als Saied zich niet aan de termijn van dertig dagen houdt? Wat als Tunesië, dat na de Arabische Lente als enige land in de regio erin slaagde zijn parlementaire democratie niet alleen op te bouwen maar ook te behouden, nu ten prooi valt aan een ordinaire staatsgreep?

„Maak je geen zorgen”, reageert Salah Samshi, terwijl hij een sigaret opsteekt in een koffietentje in Ettadhamen. „Saied is een integere man. Wij zijn blij met zijn actie, want anders waren we nooit van de politici afgekomen.” Zijn vriend Walid Issaoui knikt. „Natuurlijk vierden wij zondag feest. Ons parlement is een circus, ze hadden die mensen al jaren geleden de laan uit moeten sturen.”

Een groot deel van de onvrede in deze wijk richt zich tegen Ennahda, een partij die voortkomt uit de Tunesische islamistische beweging en na de val van dictator Ben Ali in 2011 aan de macht kwam. Ennahda werd wereldwijd geprezen voor haar bereidheid tot samenwerking met onder anderen seculieren en liberalen, maar bleek evengoed open te staan voor dealtjes met de zakenelite rondom de vertrokken dictator. Hoewel veel andere partijen zich hier net zo goed schuldig aan maken, beschuldigen veel Tunesiërs vooral Ennahda ervan te zijn uitgegroeid tot een corrupte baantjesmachine voor loyalisten. Met andere woorden: een nieuwe versie van het oude regime.

Lees ook: ‘De president vergist zich als hij denkt dat hij van Tunesië een dictatuur kan maken’

Voordeel van de twijfel

De woede daarover maakt dat veel Tunesiërs bereid lijken Kais Saied het voordeel van de twijfel te geven. Volgens een recente peiling steunt 87 procent van de bevolking zijn machtsgreep. Ook de machtige vakbond UGTT, die een miljoen Tunesiërs vertegenwoordigt, schaarde zich achter de president.

„Wie zegt dat we afzakken naar dictatuur, vergeet dat we daar al waren”, stelt activiste Nawres Douzi die verbonden is aan de Tunesische Liga voor de Mensenrechten. De jonge vrouw heeft genoeg van het ‘cliché’ dat Tunesië het enige succesverhaal van de Arabische Lente zou zijn. „Ik vind het kleinerend”, zegt ze. „Het idee erachter is: wees maar blij dat jullie geen Syrië of Libië zijn. Daar nemen we geen genoegen mee.”

Volgens de mensenrechtenactiviste was de Tunesische democratie al lang vóór Saieds machtsgreep in het geding. Van economische emancipatie kwam niets terecht, jonge demonstranten worden opgepakt en gemarteld, de oprichting van een constitutioneel hof werd herhaaldelijk gedwarsboomd, oppositieleiders zijn geliquideerd en verkiezingscampagnes werden beïnvloed door obscure geldstromen. „Het is niet dat wij Saied steunen”, benadrukt Douzi. „Maar we verzetten ons liever tegen hem alleen dan tegen dat hele systeem.”

De verkiezing van Kais Saied tot president in 2019, met maar liefst 72 procent van de stemmen, is in zekere zin een reactie tegen dat ‘systeem’. De 63-jarige voormalige professor constitutioneel recht mag dan graag klassiek Arabisch spreken en een kaal hoofd bedekt met ouderdomsvlekken hebben – hij deed het buitengewoon goed onder jongeren in achterstandswijken zoals Ettadhamen. Zijn campagne draaide rondom een klassiek populistische belofte: weg met het corrupte partijkartel, de macht moet terug naar ‘het volk’. Saied, zo schreef Le Monde destijds, „is een beetje de boemerang van de revolutie”: een terugkeer naar eisen die al sinds 2011 onvervuld bleven.

De straten van Ettadhamen. Foto Melvyn Ingleby

Maar als je niet uitkijkt, stoot die boemerang je hard tegen het hoofd, beseft ook Douzi. Ze maakt zich met name zorgen over Saieds „reactionaire” uitingen over vrouwenrechten en ziet parallellen met populistische politici elders. „Saied luistert naar het volk voor zijn eigen belang. Hij speelt in op de haat tegen het systeem en doet zich voor als de enige ware patriot”, aldus de activiste. „Dat kan gevaarlijk worden. Maar het probleem is: op dit moment weten we simpelweg nog niet wat er gaat gebeuren.”

Aanwijzingen zijn er wel. In de categorie ‘verontrustend’: de politie-inval in het kantoor van tv-zender Al-Jazeera, een dag na Saieds machtsgreep en de arrestatie van de prominente blogger, parlementariër en Saied-criticus Yassine Ayari vrijdag. Daartegenover stond een voor veel Tunesiërs gunstigere, zij het niet minder typerende, maatregel: Saied kondigde een anticorruptiecampagne aan tegen 460 zakenmannen die onder Ben Ali 4 miljard euro aan staatsgelden verduisterden. „Dat geld behoort toe aan het volk”, aldus Saied, die eist dat de zakenlui het bedrag schenken aan overheidsprojecten voor de armen.

„We zien goede wil maar ook dubbelzinnigheid”, zegt Alaa Talbi, directeur van het Tunesisch Forum voor Sociale en Economische Rechten, een maatschappelijke organisatie die op woensdag een onderhoud had met de president. „Dat hij ons uitnodigde is op zich een goed teken”, zegt Talbi. „Maar zijn stijl is niet veranderd: hij gedraagt zich als de professor die ons doceert.”

Talbi is niet bepaald onder de indruk van Saieds campagne tegen de zakenmannen. Corruptie erkennen is één ding, maar waarom richt de president zich niet op geldverduistering ná de revolutie? Bovendien lijkt de president geen concreet economisch beleid te hebben, aldus Talbi. „En dat terwijl wij al jaren waarschuwen: de Tunesische democratie is beperkt en kwetsbaar. Zolang de economische problemen niet opgelost worden, stort ze in elkaar.”

Lees ook: Politiek buitenbeentje Saied zet toekomst van Tunesië op het spel

Dertig dagen

Nog zorgwekkender is dat Saied tegenover Talbi en andere organisaties geen concrete beloftes deed over de termijn van zijn machtsgreep. „Hij zei dat het zijn voorkeur heeft het binnen die dertig dagen te houden, maar ook dat het mogelijk langer zal duren. Dat is beangstigend.”

Die angst leeft zeker onder aanhangers van Ennahda, waarvan sommigen, met name van de oudere generatie, vervolgd en gemarteld zijn onder de streng seculiere regimes van de Tunesische dictators Bourguiba en later Ben Ali. Ennahda’s leider Rached Ghannouchi heeft Saieds interventie niet voor niets scherp veroordeeld als staatsgreep en riep op tot een dialoog met de president. Zover is het vooralsnog niet gekomen.

Ondertussen bestaat er ook een risico op geweld tussen Tunesiërs onderling. Hoewel de rust op dit moment is teruggekeerd in Tunis, staken woedende betogers afgelopen zondag nog enkele partijkantoren van Ennahda in brand. „Drie leden van de partij zijn uitgekleed en geslagen”, weet mensenrechtenactiviste Douzi. „Een ander is van het dak gegooid, maar heeft het gelukkig overleefd.”

In de wijk Ettadhamen zijn Ennahda-aanhangers op hun hoede. Een eigenaar van een buurtwinkel die volgens inwoners bij de partij zit, weigert een interview. In het koffietentje, tegenover een muur met graffiti-kunst over Palestina en de lokale voetbalclub, wil een andere man na enig aandringen wel zijn mening kwijt. „Saied handelt buiten de wet”, zegt Hamed. „Hij heeft nu al de rechtspraak overgenomen. Geef hem een paar maanden en hij laat Ennahda-leden opsluiten. Dan zijn we gewoon weer een dictatuur, net als alle andere landen.”

Meteen brandt een discussie los tussen de mannen in het café. Hamed beweert dat de Verenigde Arabische Emiraten en Frankrijk in het geheim Saied steunen. Salah Samshi valt hem in de rede en verdedigt zijn president. Een derde caféganger, Idi Mounir, probeert de gemoederen te bedaren. „We hebben andere meningen, maar dat is prima! Zo werkt het in een democratie.”

Lees ook: ‘Tunesië zinkt na machtsgreep alleen maar dieper in crisis’

De democratie

En dáárover zijn de mannen het eens: die democratie, of wat er van over is, laten de Tunesiërs zich niet zomaar ontnemen. Mocht president Saied zich inderdaad ontpoppen tot dictator, zegt zelfs zijn fan Samshi, dan krijgt hij het aan de stok met Ettadhanem. „Het volk accepteert geen dictators meer”, zegt hij. „Ofwel je gedraagt je, ofwel je vliegt eruit.”

Om die waarschuwing kracht bij te zetten, heeft docent Fatma Jegham alvast een demonstratie georganiseerd voor deze zaterdag. Vlak na het afleveren van de zuurstofflessen voor coronapatiënten, roept ze via Facebook de mensen in de wijk op om de straat op te gaan.

„De revolutie is nog in volle gang”, aldus de buurtmoeder. „Saied moet weten dat de straat het laatste woord heeft. Het was onze eis om het parlement en de premier te vervangen. Nu willen we een duidelijk schema en een referendum over de komende besluiten. Dat is geen verzoek, het is een bevel.”