Hoe olympische sporters omgaan met hun gevoelens

Zap Bij de sportverslaggeving van de NOS gaat het over de fysieke prestaties van de olympische sporters, maar hun geestelijke gesteldheid wordt niet vergeten. „Ik heb grip nodig. Zonder houvast glipt het uit je handen.”

Zwemster Femke Heemskerk hoort dat ze in de finale zit.
Zwemster Femke Heemskerk hoort dat ze in de finale zit. Beeld NOS

Judoka Guusje Steenhuis, 28 jaar, vijfde van de wereld, komt nét van de mat waarop ze door haar Cubaanse tegenstander is gevloerd. Meteen moet ze vijf meter verderop langs een haag journalisten om uit te leggen hoe het komt dat ze haar kansen op een bronzen medaille miste. Zo is het nou eenmaal met sporters en pers afgesproken door het Internationaal Olympisch Comité.

Haar zweet druppelt op de microfoon van NOS-Sport verslaggever Matthijs Weststrate. Haar blik is nog geconcentreerd en naar binnen gekeerd, je vraagt je af of bij haar ook is ingedaald dat ze zojuist heeft verloren. Ze begint hakkelend een zelfanalyse. Ze was te statisch, niet dynamisch, niet goed genoeg. En dan zegt ze iets wat geldt voor judo, maar net zo goed opgaat voor alle topsporters daar in Japan: „Ik heb grip nodig. Zonder houvast voel je het uit je handen glippen.”

NOS-presentatoren in de studio, de verslaggevers en commentatoren ter plaatse zijn al dagen bezig verslag te doen van de sportende mens. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet, getuige de noodkreet van de Amerikaanse turnster Simone Biles die zich wegens mentale problemen terugtrok uit de olympische wedstrijden: „Sporters zijn ook mensen.”

Bij de NOS ging het gisteren over fysieke prestaties en/of mankementen, maar de geestelijke gesteldheid van de mountainbikers, roeiers, turners, surfers, en hockeyers werd niet vergeten. En alle gevoelens kwamen wel zo’n beetje voorbij. Soms moest de sporter een handje geholpen worden door de NOS’er van dienst, soms ging het vanzelf.

Janken

Zwemster Femke Heemskerk hoort voor de draaiende camera dat ze een finaleplaats bemachtigd heeft. „Ik ben zo blij, ik kan wel janken.” En weg stuitert ze. „Einde interview”, constateert Tom Egbers aan de studiotafel droogjes.

Ingehouden euforisch is bijna-Olympisch surfkampioen Kiran Badloe. Schuldbewust is de roeister die één keer een roeispaan verkeerd het water in stak, waardoor ze brons kreeg omgehangen en geen zilver. Vergevingsgezind haar mede-roeister die niet wil horen van spijt of boete. Rechttoe rechtaan verdrietig is turnster Lieke Wevers als ze laatste wordt. Rationeel en gecompliceerd atlete Dafne Schippers, met een dubbele hernia, die op de 100 meter verstek laat gaan maar wel de 200 meter zal rennen.

Leedvermaak

Leedvermaak is ook heel menselijk, dus krijgt studiogast Ellen Hoog nog maar eens de beelden te zien van de jammerlijk verloren hockeyfinale bij de Olympisch Spelen van Rio tegen de Engelse ploeg. Ze waren de beste, maar werden tweede. „Doet het pijn?”, vraagt Egbers. Haar gezicht spreekt boekdelen, ook al is het vier, nee vijf jaar geleden.

Samen kijken ze naar de wedstrijd van de Nederlandse hockeymannen tegen Groot-Brittannië. „Stroef.” En: „Ze stralen weinig plezier uit.” Nee, dan de hockeyvrouwen die hard en vals het Wilhelmus inzetten voor hun wedstrijd tegen de Engelsen, die na de olympische zege niets meer gewonnen hebben. Zeven speelsters waren er in Rio ook bij, onder wie de keepster, Maddie Hinch. Zij vond de overgang van „zero naar hero” zo’n mentale schok, dat ze maanden niet heeft kunnen spelen.

De helft van de Nederlandse hockeyvrouwen speelde destijds ook in Rio. Zijn zij de klap van toen te boven? Schaterend holden ze donderdag het veld op. Mmh, welke emotie zouden ze hier weglachen? Geen idee. Ze wonnen, weliswaar nipt, maar ze wonnen. Ook een manier om problemen op te lossen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.