Te bloot, te commercieel, te mannelijk, te wit. Waar staat de Pride na 25 jaar?

25 jaar Gay Pride Amsterdam De Pride in Amsterdam, 25 jaar geleden begonnen als feestje van de gay horeca, is onder meer te bloot, te commercieel, te mannelijk, te wit bevonden. En nu? ‘We gaan weg van de dominantie van de witte homoman.’

De Canal Parade, onderdeel van de Amsterdam Pride, in 2015.
De Canal Parade, onderdeel van de Amsterdam Pride, in 2015. Foto Bram van de Biezen

Homo’s beneden, hetero’s boven. Jazz, latin, soul, hiphop. Optredens van dragqueens „en op dinsdag een Antilliaanse kaartavond”: in danscafé Havana in de Amsterdamse Reguliersdwarsstraat kwam dat allemaal voorbij, zegt Siep de Haan (63). Op die plek bedacht hij halverwege jaren negentig met twee anderen de Amsterdamse Pride, die volgens hem net zo’n diverse mix zou moeten zijn.

Komende week is het 25 jaar geleden dat de eerste Pride in Amsterdam werd gehouden, al wil de organisatie de viering van dat jubileum een jaar uitstellen. Door corona gaan de straatfeesten en de beroemde botenparade voor de tweede keer niet door, het culturele programma en de protestmars wel.

De afgelopen kwart eeuw kreeg de Pride voortdurend kritiek: te commercieel, te wit, te hetero, te mannelijk, te feestelijk, te bloot. Er kwam een Utrecht Pride, die niet door de grote bedrijven gedomineerd moest worden zoals in Amsterdam. Vorig jaar leidde een kritische opmerking van de voorzitter over vluchtelingen tot het aftreden van het voltallige Pride-bestuur. Omdat Pride te veel een apolitiek feestje zou zijn, wordt sinds 2020 op een ander moment een Black Pride georganiseerd.

Een feestje moest de eerste Amsterdamse Pride in 1996 inderdaad vooral worden. „We wilden belangenorganisatie COC niet voor de voeten lopen”, zegt Siep de Haan. „Zij organiseerde al de Roze Zaterdagen in juni. Die hebben een politiek karakter.” In het format uit 2005 dat hij toestuurt staat zelfs: „De Pride is niet zozeer gericht op de homo-emancipatie, maar viert dat Amsterdam een tolerante stad is waar het voor verschillende bevolkingsgroepen goed samenwonen is.”

Is de bekendste Pride van Nederland, en zeg maar gerust de meest fotogenieke ter wereld, sindsdien voldoende met zijn tijd meegegaan?

Gay business

De Amsterdamse Pride begon als citymarketing. Toen wiskundeleraar Siep de Haan met zijn partner Peter Kramer en godsdienstleraar Huub Verweij in 1994 in café Havana bij elkaar kwamen, constateerden ze dat hun stad niet meer de homohoofdstad van de wereld was. Amsterdam was volgens De Haan afgegleden naar de „gay capital of Europe”. „En inmiddels gay capital of Noord-Holland”, grapt hij.

In 1998 zouden de Gay Games in Amsterdam plaatsvinden. „Dat leefde helemaal niet”, zegt De Haan. Om het enthousiasme ervoor te vergroten en het Amsterdamse homotoerisme een boost te geven, bedachten de drie mannen Gay Business Amsterdam, waar uiteindelijk zo’n tachtig roze bedrijven zich bij aansloten – veel horeca, maar ook kappers en advocaten. De ‘leden’ waren eigenlijk donateurs, met hun geld werden gay evenementen georganiseerd. Later kregen de heren – vriend Ernst Verhoeven had inmiddels Verweij opgevolgd – het plan voor een driedaags festival met meteen al het gouden idee van een botenparade.

Pride is politiek, en dat zal het altijd blijven

Naomie Pieter initiatiefnemer Black Pride

De Pride zoals die op veel plekken ter wereld wordt gevierd, komt wel degelijk voort uit een emancipatiestrijd: de Stonewall-opstand uit 1969. Na de zoveelste inval door de politie in gaybar Stonewall Inn in New York vochten de bezoekers, met name zwart en transgender, dagenlang terug. Naar aanleiding daarvan werden een jaar later de eerste Pride-parades georganiseerd, van de VS tot Nieuw-Zeeland. In Nederland kreeg die, vanaf 1977, de vorm van Roze Zaterdag, normaal in juni. Omdat de Stonewall-opstand die maand plaatsvond, staat juni bekend als ‘Pride-maand’.

De Pride in Amsterdam heeft daar weinig mee te maken. De organisatoren prikten de datum in het eerste weekend van augustus, „omdat het dan statistisch het mooiste weer is”, zegt De Haan. Door de enorme populariteit die het evenement in enkele jaren verwierf, verschoof ‘juni Pride-maand’ in Nederland naar de achtergrond.

Stonewall-opstand

Doordat homohorecabedrijven veelal door mannen werden gerund, werd de Pride nogal een „mannenbusiness”, zegt Mieke Martelhoff (74). Als eigenaar van café Vivelavie nam zij het op zich de vrouwen te vertegenwoordigen, bijvoorbeeld met een bruidenboot.

Martelhoff is nooit het type geweest dat de vrouwen scheidde van de mannen. In haar café aan het Rembrandtplein, dat in 2017 sloot, „stond altijd een man achter de bar”, zegt ze. „Ik heb gestreden om niet in een hokje te zitten.”

„Mieke bekeek het niet activistisch”, zegt Irene Hemelaar (52), die in 2008 in een verder volledig mannelijk Pride-bestuur terechtkwam. „Die gedijde prima tussen de kerels met hun homobars.” Maar Hemelaar voelde zich slecht vertegenwoordigd. „Alles was voor homomannen”, zegt ze. „Bijvoorbeeld de artiesten: Willeke Alberti, Bonnie St. Claire. Homomannen hebben homomoeders.” Zij organiseerde in 2009 binnen de Gay Pride de eerste LesBian Pride, met bijvoorbeeld een lesbisch filmprogramma.

Later kwamen daar de Fetish Pride (2013), Senior Pride (2015) en Youth Pride (2017) bij. Inmiddels kent Pride twaalf van dit soort ‘commissies’, een idee van huidig Pride-directeur Lucien Spee. „Zo geef je die groepen een structurele plek in de organisatie”, zegt hij. Zo is de Trans Pride een samenwerking van tien organisaties met een eigen opening, boot, conferentie en zwemdag. In 2017 veranderde de organisatie haar naam van Amsterdam Gay Pride naar Pride Amsterdam.

Pronken met regenboogveren

In de loop der jaren groeide de kritiek dat de Pride een feestje werd van bedrijven die even konden pronken met hun regenboogveren, die ze daarna weer afdeden (pinkwashing). Kleine ideële stichtingen zouden het inschrijfgeld voor de botenparade niet kunnen betalen. „Vanuit links-activistische hoek”, kwam de wens om de Pride meer een protestkarakter te geven, zegt Spee.

Daan Smeelen van het Homomonument kwam met het idee voor een Pride Walk door Amsterdam, die aandacht vraagt voor gelijke rechten voor de wereldwijde regenbooggemeenschap. De Pride Walk wordt zaterdag over een week voor de tiende keer gelopen. Bedrijven zijn uitgesloten van deelname.

Voor de botenparade varieert het inschrijfgeld van 125 euro voor kleine particuliere initiatieven tot 90.000 voor bedrijven met een jaaromzet boven de 10 miljoen euro. Dat bedrijven als ING, Uber en Shell zijn gaan meevaren was noodzaak. Door de stijgende bezoekersaantallen en dreiging uit extremistische hoek, moest de beveiliging rond 2005 flink worden opgeschroefd. De botenparade levert zo’n 1,5 miljoen euro op. Die inkomsten moet de Pride nu twee jaar missen.

Dat laat wel meer ruimte voor de inhoud. Op PrideTV zijn net als vorig jaar in de Prideweek debatten en documentaires te zien. Die culturele randprogrammering stond altijd in de schaduw van de botenparade. Vorig jaar trok PrideTV volgens directeur Spee een miljoen unieke kijkers. „Daardoor hebben we veel meer kunnen vertellen dan met een boot die voorbij vaart. Langs de kant zijn mensen niet in de stemming voor zo’n boodschap.”

Leather-community

Toch lijkt de Pride onderweg enkelen te hebben verloren: zwarte en gekleurde lhbt’ers. In 2020 besloot een groep mensen een Black Pride te organiseren, los van Pride Amsterdam. Naomie Pieter (31) was een van hen. „In 2018 stapte ik bij het Pride-bestuur binnen met de vraag: is er plek voor Black Pride hier?”, vertelt Pieter. „Dat kon wel, maar niet onder die naam. ‘Black’ was al vergeven aan de Leather-community. Met vrienden kwamen we toen uit op Pride of Colour. Maar dat knaagde. Het voelde niet goed dat een witte man mij vertelde hoe ik mijn emancipatie mag noemen.”

Lees ook dit interview met Mieke Martelhoff: Zij was de eigenaar van dé ontmoetingsplaats voor lesbiennes

De Pride of Colour verliep ook niet naar wens. „We wilden safe spaces creëren voor alleen zwarte queers, maar dat begrepen ze niet. Evenementen moesten voor iedereen zijn.” Na twee jaar splitsten Naomie Pieter en anderen zich af om de Black Pride te organiseren, met meer een protestkarakter. Pride-directeur Spee vindt dat de Pride of Colour, nog steeds onderdeel van Pride Amsterdam, bedoeld is voor iedereen met een niet-westerse achtergrond. Volgens hem „strookte dat niet met hun doelstellingen”.

Ze beschrijft Black Pride als „hoop, zelfbeschikking, verzet uit liefde, thuiskomen”. Als „een plek waar je geen concessies hoeft te doen en geen uitleg hoeft te geven over je zwart en queer zijn”. Thema dit jaar was ‘black joy’, met een black pride healing en panels over de betekenis van zwarte queer vrouwelijkheid, mannelijkheid en gezondheid. „Pride is politiek, en dat zal het altijd blijven”, zegt Pieter. „Daarvan afstappen is doodslaan waar mensen al die tijd voor hebben gevochten.”

Politieboot

Volgens Siep de Haan is Pride altijd „meer dan een feestje” geweest. „Er zijn elk jaar statementboten.” De eerste Antilliaanse boot voer mee in 1997, een Arabische boot in 2001. Een Turkse boot in 2014. „Dat is juist het probleem”, zucht Naomie Pieter. „Het gaat niet over een boot die mag meedoen, diversiteit moet de norm zijn, onderdeel van jouw hele evenement, het dna.” Ze vindt het bijvoorbeeld problematisch dat de politie meevaart, omdat de politie etnisch zou profileren.

Begin 2020 trad het voltallige Pride-bestuur af na een opmerking van voorzitter en VVD’er Frits Huffnagel bij het radioprogramma Spraakmakers over vluchtelingen („wij zien een kind en denken dan ‘oh wat zielig’, terwijl we zien niet die vader die daarachter staat die misschien oorlogsmisdaden heeft gepleegd en een moeder die daarachter staat die dat heeft gefaciliteerd”). In het bestuur dat vervolgens aantrad zijn vier van de zeven leden van kleur, onder wie oud-psychiater Glenn Helberg.

Lees ook dit interview met Naomie Pieter: ‘Het verwijt was: jij bent niet zwart genoeg’

Helberg (66) twijfelde of hij toe zou treden. ‘Vragen ze me om mijn kleurtje?’, vroeg hij zich af. Hij ging te rade bij verschillende biculturele gemeenschappen. „Iedereen zei: doen, want we merken dat er te weinig representatie is.” Een ander nieuw bestuurslid, Dinah Bons, een transvrouw van kleur die zich ook inzet voor sekswerkers, wil meer „veiligheid binnen de gemeenschap” creëren.

Of de Pride er nu ook anders uitziet kan Helberg niet zeggen. „Je zou kunnen zeggen dat we voortborduren op wat al was ingezet. Het bewustzijn voor het belang van diversiteit is er. We gaan weg van de dominantie van de witte homoman.” Dit jaar zijn ook de meeste ambassadeurs van de Pride transgender of van kleur.

Pride Amsterdam maakt de stap van diversiteit naar inclusiviteit, zegt directeur Spee. Een feestje van de gay horeca is het allang niet meer, zegt hij. „Pride verandert voortdurend, en daarmee ook de mensen aan boord. Pride is een beweging.”