Opinie

‘Coup’ in bakermat Arabische Lente is niet te rechtvaardigen

Tunesië

Commentaar

De president van Tunesië kan volgens de grondwet van 2014 de regering naar huis sturen en het parlement voor dertig dagen buiten werking stellen. Maar dan moet er „imminent gevaar voor de instituties en veiligheid” zijn. En die ingrijpende maatregel kan alleen ingezet worden als de president zich verstaat met de premier en de parlementsvoorzitter én het grondwettelijk hof informeert. Aldus artikel 80. Als íémand dat weet, dan is het voormalig hoogleraar constitutioneel recht Kais Saied. Hij schreef als adviseur destijds nog mee aan de nieuwe grondwet van de jonge democratie die Tunesië na de ‘Arabische Lente’ was geworden. Afgelopen zondag greep Saied, sinds 2019 president, de grondwetstekst aan om zijn ongekende machtsgreep te rechtvaardigen.

Zijn tegenstanders hebben geen ongelijk als ze spreken van een ‘staatsgreep’. Saied stuurde niet alleen de regering en het parlement naar huis, maar riep zichzelf ook uit tot hoofd van de rechterlijke macht, ontsloeg de baas van de nationale omroep en liet het kantoor van de Qatarese zender Al-Jazeera sluiten. Overleg met de premier en de parlementsvoorzitter, zoals de grondwet voorschrijft, is er niet geweest. En het grondwettelijk hof dat geïnformeerd zou moeten worden is er zelfs nooit gekomen, mede door toedoen van Saied zelf. De unilaterale stap van Saied valt constitutioneel en politiek dus op geen enkele manier te verdedigen.

En toch bleef het in de straten van hoofdstad Tunis de afgelopen dagen relatief rustig. Saieds stap kwam ook niet totaal onverwacht. Eerder dit jaar lekte een plan uit dat voorzag in huisarrest van de premier en de parlementsvoorzitter. Saied had zich publiekelijk ook al meermalen beklaagd dat zijn functie hem te weinig speelruimte gaf om de hervormingen door te voeren waarmee hij twee jaar geleden de presidentiële verkiezing in ging. In de campagnes wierp hij zich populistisch op als een ‘homme providentiel’, de aangewezen man om Tunesië na moeilijke jaren weer terug te brengen op het pad van ontwikkeling. Ruim tweederde van de bevolking koos in de tweede stemronde voor hem. Door zijn lange staat van dienst en onberispelijke reputatie geven ook nu nog veel Tunesiërs de partijloze Saied het voordeel van de twijfel.

Lees ook deze analyse: Tunesische democratie bungelt aan dun draadje na ‘coup’

Dat heeft in grote mate te maken met algehele frustratie over de beroerde situatie waarin het land verkeert. De Covid-epidemie is in Tunesië welhaast onbeheersbaar, met ziekenhuizen die al weken aan hun taks zitten. Door slecht beleid, onrust in de regio en vooral ook het instorten van het toerisme is de economie in het afgelopen coronajaar met bijna 9 procent gekrompen. Boven de grootste partij die in het parlement vertegenwoordigd is, de bij de revolutie van 2011 belangrijke conservatief-islamitische Ennahda, hangt de verdenking van corruptie. Al maanden wordt in de grote steden gedemonstreerd tegen de onderlinge politieke strijd en de zware economische omstandigheden.

Saied heeft op dit ongenoegen handig ingespeeld. Maar terecht zei oud-president Moncef Marzouki deze week in NRC dat het kind (de democratie) niet met het badwater (Ennahda) moet worden weggespoeld. Tunesië is wat dat betreft een even symbolische als strategische plek. Het land waar eind 2010 de ‘Arabische Lente’ begon was na oorlog in Syrië en Libië en een contrarevolutie in Egypte nog het laatste in de regio waar dankzij een sterke civil society en een terughoudend leger daadwerkelijk gebroken leek met decennia van autoritair leiderschap. Economische ontwikkeling is onontbeerlijk. Maar op korte termijn is het vooral te hopen dat Saied het constitutioneel recht weer ter hand neemt en parlement en rechtsstaat in ere herstelt.