Recensie

Recensie

Van boef tot denker der gevangenis

Familieonderzoek Twee historici onderzochten het onwaarschijnlijke leven van een ver familielid, een postkoetsovervaller in de VS. Zijn leven bleek heel anders te zijn dan ze dachten.

Postkoetsovervaller Reimund Holzhey.
Postkoetsovervaller Reimund Holzhey. Foto uit besproken boek

Zelfs Nederlandse kranten schreven in 1906 over de ‘wonderwel geslaagde’ hersenoperatie van een Amerikaanse gevangene in Michigan. De tot levenslang veroordeelde trein- en postkoetsovervaller Reimund Holzhey zou door de behandeling niet meer de meest gevreesde man zijn, maar de allervriendelijkste en meest getalenteerde.

Holzhey was als 15-jarige jongen vanuit Duitsland geëmigreerd naar Amerika, zijn twee ooms achterna die al jaren eerder die overstap hadden gemaakt. De jongen vond onderdak bij die ooms en werkte bij hen in de houthandel, maar kon er zijn draai niet vinden. Hij trok zich terug in de bossen en begon treinen en postkoetsen in Michigan en Wisconsin te overvallen. Hij werd berucht met de bijnaam ‘Black Bart.’

Reimund Holzhey (1866-1952) bleek een ver familielid van de Nederlandse literatuurhistorica Tanja Holzhey: Tanja’s bet-bet-bet-betovergrootvader was dezelfde als Reimunds bet-betovergrootvader. Haar familie komt oorspronkelijk uit Thüringen in Oost-Duitsland, haar vader zelfs uit hetzelfde dorpje Remschütz als waar Reimund werd geboren. Ze heeft samen met haar man, bouwhistoricus Gabri van Tussenbroek, onderzoek gedaan in Duitsland en Amerika naar het ‘onwaarschijnlijke leven’ van haar verre neef. In De laatste overval reconstrueren ze dat leven zo goed als mogelijk – waarom de jonge Holzhey emigreerde, waarom hij zijn ooms verliet en wat hem op het slechte pad deed belanden. De schrijvers weten het gewone verhaal vooral te overstijgen in het gedeelte over de gevangenis en zijn vermeende operatie in de kliniek voor geesteszieke criminelen.

Hoe Holzhey de allervriendelijkste man werd, daar kunnen de auteurs niets met zekerheid over zeggen. Wel zijn er stukken teruggevonden die Reimund in de gevangeniskrant schreef of voor zichzelf heeft geschreven. En daaruit blijkt hoe hij na vier jaar gevangenisstraf dacht krankzinnig te worden. Hij schreef een egodocument voor als hij zou sterven of niet meer bij zinnen zou komen, waarin hij het had over een latente neiging tot melancholie. Hij was ervan overtuigd – net zoals zijn advocaten – dat hij ontoerekeningsvatbaar was ten tijde van die beruchte laatste overval. Dat was zijn twaalfde binnen vijf maanden, op 26 augustus 1889 bij Lake Gogebic, waarbij een dode viel. Na een klopjacht van vier dagen werd de 22-jarige overvaller overmeesterd bij het verlaten van een hotel.

Hij bleef later het gevoel hebben dat ‘zijn geweten hem had verlaten’. De oorzaak van de misdaden, daar had niemand oog voor gehad. Zou hij honderd jaar later tbs met dwangverpleging hebben gekregen vragen Van Tussenbroek en Holzhey zich terecht af? Na behandeling zou de tot inkeer gekomen Reimund geen gevaar meer vormen voor de maatschappij.

Beide auteurs rekenen af met het beeld van ‘eens een dief altijd een dief’

Maar de onderzoekers komen er niet achter wat er in de tien maanden dat hij in de kliniek voor geesteszieke misdadigers in Ionia verbleef, is gebeurd. Omdat er eind negentiende eeuw al hersenoperaties werden uitgevoerd, sluiten ze een operatie niet uit. Zouden ze een zenuw die beklemd zat in zijn hoofd – zo suggereerde Reimund – ruimte hebben gegeven die het gevolg was van een ongeluk met een paard? Er zijn geen bewijzen voor.

Na terugkeer in de gevangenis volgden vele filosofische beschouwingen in de gevangeniskrant waarin hij het gevangenisbeleid hekelde. Zijn uitgangspunt: als een gevangene na afloop van zijn straf, een slechter mens was dan daarvoor, dan is er iets mis met het systeem. Een gevangene zou al in detentie moeten leren het goede boven het slechte te verkiezen en daarvoor beloond moeten worden. Zelfs de openbaar aanklager volgde hem als een scherpzinnig denker die begaan was met het lot van de medegevangenen en de maatschappij.

Het zijn vooral de hoofdstukken over zijn gevangenschap en de tijd na de opname die De laatste overval zo intrigerend maken. Van Tussenbroek, die met De toren van de Gouden Eeuw al eens de shortlist van de Libris Geschiedenisprijs (2018) haalde, en Holzhey, hopen met het boek het imago van de treinovervaller te nuanceren. Zodat hij niet alleen maar herinnerd wordt als de gevaarlijke ‘Black Bart’ die zo’n twee keer per maand toesloeg maar ook als iemand die (zijn) geestesstoornissen in verhouding tot een ernstig misdaad aan de orde stelde en het gevangenisregime kritisch analyseerde. Dus hoe een overvaller uiteindelijk denker der gevangenis werd. Daarmee hebben ze afgerekend met het stigmatiserende ‘eens een dief altijd een dief’.