Analyse

Nog geen bioscopen omgevallen, maar de kleine filmzalen hebben het moeilijk

Bioscopen & corona Hoewel bioscoopbezoek weer mag, moeten de zalen voor minstens twee derde leeg blijven. Dat drukt zwaar op de marges. Vooral de kleine filmzalen hebben het moeilijk.

Still uit de film De Slag om de Schelde
Still uit de film De Slag om de Schelde

Afgelopen jaar stonden de bioscopen niet erg hoog op het versoepelingenlijstje van het kabinet. De branche had in juni 2020 weliswaar haar protocol al klaar en er is nog steeds geen enkele (aangetoonde) besmetting in een filmzaal geweest, maar toch mogen ze – na een half jaar coronalockdown – sinds twee maanden de zalen nog slechts mondjesmaat vullen. Vol spanning kijken ze dan ook uit naar 13 augustus, de dag waarop het demissionaire kabinet weer een ‘weegmoment’ heeft voor mogelijke versoepelingen.

De derde sluiting half december overviel de sector volledig en duurde veel langer dan gepland, nadat de bioscopen in 2020 al in totaal vijf maanden dicht waren geweest. Het aantal bezoeken kelderde vorig jaar daarom met 56 procent naar 16,8 miljoen verkochte kaartjes. Pas begin juni 2021 mochten de filmtheaters weer de deuren openen: het is veilig te zeggen dat wat er verder ook gebeurt ook 2021 geen topjaar voor de filmbranche zal worden.

Lees ook: Onenigheid bij bioscopen: hoe ziet de 1,5-metercinema eruit?

De Nederlandse Vereniging van Bioscopen en Filmtheaters (NVBF) kan en wil geen actuele bezoekcijfers verstrekken. „Dat doen we pas tijdens de nieuwjaarsreceptie”, laat een woordvoerder weten. Ook bioscoopexploitant Pathé geeft geen concrete cijfers, maar laat weten dat „dagelijks een groot deel van de stoelen, die voor één derde beschikbaar zijn, bezet worden door onze bezoekers.”

Directeur Jacques Hoendervangers stelde eerder dit jaar in een Zoom-gesprek met koning Willem-Alexander dat het „op die manier nét uitkan”. Maar om de lange periodes van gedwongen sluiting sinds het uitbreken van de coronacrisis te overbruggen, moest de grootste exploitant van Nederland wel een reorganisatie uitvoeren en een lening afsluiten om de verliezen te dempen.

Platina Film

Ondanks de beperkte capaciteit lukt het grote films deze zomermaanden gestaag om een flink aantal bezoekers bij elkaar te sprokkelen. Het epos De Slag om de Schelde, met een budget van 14 miljoen euro de duurste Nederlandse film in vijftien jaar tijd, ging begin juni draaien en zit inmiddels op ruim 350.000 verkochte kaartjes. Het ambitieuze drama, dat na bijna twee maanden nog steeds in de top 5 van best bekeken titels staat, lijkt hard op weg de eerste Platina Film sinds de coronalockdown te gaan behalen. Deze prijs wordt door de Nederlandse filmsector toegekend aan Nederlandse films die de 400.000 bezoekers zijn gepasseerd.

„Als je kijkt naar alle geldende maatregelen en het feit dat we een oorlogsfilm uitbrengen in de zomerperiode zijn we heel tevreden over deze cijfers”, meldt Pim Hermeling van distributeur September Film. Oorlog is doorgaans geen genre dat in de zonnige zomermaanden veel publiek naar de theaters trekt. „Natuurlijk zou de film in een wereld zonder Covid nog meer bezoekers hebben getrokken. Maar we zijn realistisch: we leven nu en met alle omstandigheden en maatregelen die nu gelden zijn we erg tevreden met deze resultaten.”

Ook grote Hollywood-titels lijken uiteindelijk hun verwachte resultaten te behalen. Fast and the Furious 9 zit na drie weken op 400.000 verkochte kaartjes, bijna de helft van het totale aantal Nederlandse bezoekers van het achtste deel in de succesreeks uit 2017 dat 850.000 bezoekers trok.

Onder de streep

Waar de grote multiplexen van Pathé het net redden met deze bezetting, hebben de kleine filmhuizen het zwaarder met de beperkende maatregelen. „Het is lastig algemene uitspraken te doen over de kleinere bioscoopen”, stelt Friederike Weisner van het Nederlands Filmtheater Overleg (NFO), een koepel van bijna dertig grotere filmhuizen. „Er zijn voor zover wij weten nog geen bioscopen daadwerkelijk omgevallen. En de bezoekers weten ons absoluut te vinden. Maar onze potentiële bezettingsgraad ligt door de anderhalvemeterregel lager dan in grote bioscopen. Het is een onwerkbare situatie: kleine zalen mogen met de huidige restricties amper 25 procent van de stoelen verkopen.”

De NVBF en de NFO kunnen allebei niet zeggen hoeveel overheidssteun de filmtheaters tot nu toe hebben ontvangen. „Het is in elke stad verschillend”, legt Weisner uit. „Sommige theaters hebben nog een aanvraag lopen bij hun gemeente, andere theaters vallen onder landelijke regelingen. Maar het is evident dat dit, ondanks alle goede voornemens, voor veel bioscopen het tweede slechte jaar op rij wordt. Iedereen is onzeker over wat er aan het eind van het jaar onder de streep voor cijfer staat. Het is afwachten of er dan veel kleinere theaters zijn die hun conclusies moeten trekken.”