Nederlands loon voor Hongaarse truckers – rechter verbiedt schijnconstructie

Gerechtshof Het gerechtshof in Leeuwarden heeft donderdag een streep gezet door een constructie waarmee meerdere transportbedrijven goedkope buitenlandse chauffeurs inzetten.

Foto Abstract Aerial Art/Getty Images

Transportbedrijven zijn een schijnconstructie armer. Tot nu toe konden zij de Nederlandse arbeidsvoorwaarden omzeilen door hun chauffeurs niet zelf in dienst te nemen, maar via een zusterbedrijf in een land met lagere lonen, veelal in Midden- of Oost-Europa.

Maar als het werk van de chauffeurs vooral verbonden is aan Nederland, hebben zij recht op alle Nederlandse arbeidsvoorwaarden. Dat blijkt uit een donderdag gepubliceerde uitspraak van het gerechtshof in Leeuwarden.

De uitspraak kan grote gevolgen hebben voor andere transportbedrijven, zegt Beryl ter Haar, bijzonder hoogleraar Europees en vergelijkend arbeidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Deze constructies zijn heel veel opgezet”, zegt ze. „Zodat transportbedrijven hun kosten kunnen drukken en meer winst kunnen maken. Deze uitspraak laat duidelijk zien dat dit niet mag.”

De rechtszaak was aangespannen door tien Hongaarse chauffeurs, met hulp van vakbond FNV. Zij zijn inmiddels ontslagen, maar krijgen dankzij deze uitspraak enkele jaren aan achterstallig loon én aanvullende arbeidsvoorwaarden terug. Een kantonrechter zal nog bepalen hoe hoog de vergoeding precies uitvalt.

Lange procedure

De zaak draaide om transportbedrijf Van den Bosch in het Brabantse Erp. Dat bedrijf nam zijn Hongaarse chauffeurs in dienst bij een zusterbedrijf in Hongarije. Maar de ritten van de chauffeurs begonnen en eindigden doorgaans in Nederland. In Hongarije reden ze niet of nauwelijks. Ook de aansturing en planning werden vanuit Nederland verricht. Daarom geldt voor hen dezelfde cao (collectieve arbeidsovereenkomst) als voor Nederlandse werknemers, zegt het gerechtshof.

Lees ook: ‘Moderne slavernij’ in Nederland – hoe kan dat?

De uitspraak volgt op een lange procedure. In 2015 kregen de chauffeurs gelijk van de kantonrechter. Vervolgens won het transportbedrijf in hoger beroep. Die uitspraak werd in 2018 vernietigd door de Hoge Raad. Deze hoogste rechter verwees de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, om uitsluitsel te geven.

Transportbedrijf Van den Bosch laat weten zich „niet volledig te herkennen in de motivering van het hof”. FNV-bestuurder Erwin Atema spreekt van „een heel goed arrest”. Hij hoopt dat Van den Bosch tot een schikking wil komen, nog voordat de kantonrechter bepaalt hoe hoog de verschuldigde vergoeding is. „Dat zou de koninklijke route zijn.”

Nieuwe schijnconstructies

De FNV’er verwacht veel meer transportbedrijven te kunnen aanpakken nu deze uitspraak is gedaan. „We kennen veel andere zaken die hierop lijken”, zegt Atema. „Die kunnen we nu aanschrijven, of beslag laten leggen op hun bankrekening.”

Hoogleraar Ter Haar ziet ook een keerzijde van de „helder geschreven” uitspraak. De overwegingen van de rechter zijn zó duidelijk, dat transportbedrijven er hun voordeel mee kunnen doen als zij nieuwe ontwijkconstructies ontwerpen. „Ze kunnen bijvoorbeeld hun planning en aansturing naar Hongarije verplaatsen. Als je maar genoeg verandert, zou de balans weleens de andere kant op kunnen doorslaan, terwijl de feitelijke werkzaamheden voor de chauffeurs niet veranderen.”

Lees ook: Omzeilt een Drents transportbedrijf de wet met Moldavische chauffeurs? FNV stapt naar de rechter

Atema is daar niet bang voor. „In Europa is het uitgangspunt nog steeds: wie hetzelfde werk doen op dezelfde werkplek, krijgen evenveel betaald”, zegt de vakbondsman. „Zelfs al zetten ze heel hun kantine met pingpongtafels neer in Roemenië. Als de chauffeurs vooral vanuit Nederland rijden, durven wij de procedure aan.”

De FNV heeft ook een andere zaak lopen tegen Van den Bosch. Die gaat over een vergelijkbare schijnconstructie. Het verschil is dat die chauffeurs slechts in korte periodes vanuit Nederland werkten. In die periodes hadden zij recht op het Nederlandse loon, vindt de vakbond. Deze zaak ligt nu bij de Hoge Raad.