Recensie

Recensie

Ten Bos benadert de kwalijke relatie tussen mens en natuur met zwarte humor

Filosofie Hoe geef je uitdrukking aan dat wat niet in de modellen of zintuiglijke ervaring past? Filosoof René ten Bos schreef een boek over ‘het weer’.

Foto Getty images

Niets zo veranderlijk als het weer. Dat maakt het tot een interessant filosofisch onderwerp, aldus René ten Bos in Meteosofie, al hebben de meeste filosofen het juist vanwege die veranderlijkheid die zekere kennis in de weg staat genegeerd. Het weer is iets waar je alleen maar over kunt oreren, wat vraagt om boerenwijsheid en spreekwoorden.

Ten Bos is als filosoof bij uitstek geïnteresseerd in het veranderlijke, onzekere en onvoorspelbare. En in de relatie tussen mens en natuur en de kwalijke kanten daarvan, die hij altijd met zwarte humor benadert. Het leverde vorig jaar een werk op over de coronacrisis waarin de afwezigheid van absolute (wetenschappelijke) kennis de grond vormde voor een aanklacht tegen de anti-virusmaatregelen. De omineuze ondertitel zegt genoeg: De coronastorm. Hoe een virus ons verstand wegvaagde. Het kwam Ten Bos op veel kritiek te staan en bracht erkenning in het kamp van de complotdenkers. Als niets zeker is, staat de deur naar de fantasie immers op een kier.

Blijkens de datering rondde Ten Bos Meteosofie af vlak voor de pandemie losbarstte. Deze (westerse) geschiedenis van het nadenken over de ‘verschijnselen tussen hemel en aarde’ begint bedaagd. Startend bij de presocraten en sofisten gaat hij op zoek naar traktaten, uitspraken en theorieën over de meteoros. Aristoteles, Descartes, Pascal, Kant: ze hebben allen iets over het weer te berde gebracht. Of beter gezegd: ze hebben zich er op stukgebeten. De hokjes en wiskundige modellen van het rationele denken blijken het weer niet te kunnen vangen. Onderwijl leert de lezer over de meest uiteenlopende weersverschijnselen, hun verklaringen en de weerleggingen van die verklaringen. Van feitenvrijheid kun je Ten Bos niet betichten. Wel rees bij mij de vraag hoe in andere delen van de wereld over het weer wordt gedacht.

Ten Bos laat parallel aan de geschiedenis van grote namen een rivier van vloeibaar denken stromen. Hij haalt de door hem bewonderde Franse filosoof Michel Serres aan, die de bestudering van de weersverschijnselen weer de filosofie binnentrok. Op zijn beurt hield Serres zich bezig met de atomist Lucretius, die ook in Meteosofie een doorslaggevende rol speelt. Het is bij de Romeinse dichter dat het inzicht ontstaat dat enkelvoudige verklaringen bij het weer nooit zullen voldoen. ‘Weer is met andere woorden in wezen meervoudigheid,’ schrijft Ten Bos.

Hoe geef je uitdrukking aan dat wat niet in de modellen of zintuiglijke ervaring past?

Deze meervoudigheid is waar het om te doen is. Gestaag werkt het boek toe naar de huidige tijd, waarin ‘het weer’ niet alleen bepalend is voor de oogst of de uitkomst van een veldslag, maar in direct verband staat met klimaatverandering en dus het voortbestaan van het leven op aarde zoals we dat kennen. Opnieuw gaat het hier over waarschijnlijkheid – en het gevaar van de open deur naar fantasie en complot. Maar het is niet anders; ook het IPCC schrijft consequent over de gevolgen van het opwarmen van de aarde in termen van waarschijnlijkheid, hoe groot die ook is, en dus van onzekerheid, hoe klein ook. Dat betekent niet dat elke verklaring hout snijdt of elke voorspelling ergens op slaat. Maar eerder dan vast te houden aan een al te stringent wetenschapsbegrip, hebben we een andere taal nodig, zegt Ten Bos. Hoe geef je uitdrukking aan dat wat niet in de modellen of zintuiglijke ervaring past? Meteosofie laat overtuigend zien dat we voor die taal kunnen bogen op een spreken dat al duizenden eeuwen gaande is.