Recensie

Recensie

Japan: een land waar je op school je haar zwart moet verven

Japan Freek Vossenaar schreef een boek over de zere plekken in de Japanse samenleving.

Foto Phil Noble / Reuters

Kan het vast september worden? En mag er in de doorgespoelde tijd alsjeblieft geen ramp gebeuren? Hoogtepunten kunnen we ook overslaan, als het maar voorbijgaat zonder dat er al te grote virusuitbraken komen en we tegenover de hele wereld voor paal staan.

Vorige week begonnen in Japan na een jaar uitstel en twijfel alsnog de Ongemakkelijke Spelen, met lege stadions en voortdurende zorgen over het virus. Ruim 80 procent van de bevolking vond het geen goed idee dat het feest nu plaatsvindt, en onder de Olympiërs en de mensen om hen heen werd de ene na de andere besmetting gemeld. Maar nog verder uitstellen of zelfs afzeggen zou de toestand alleen maar pijnlijker maken.

Dan maar zo, dacht Seiko Hashimoto, voormalig olympisch schaatster en nu de voorzitter van het organisatiecomité: „Ik wil me werkelijk vanuit mijn hart verontschuldigen voor de opeenstapeling van frustratie en zorgen die de bevolking heeft gevoeld over de Spelen”, zei ze vorige week dinsdag tijdens een persconferentie. Ze toonde zich nederig op de in Japan gewenste wijze, en ging daarna door met haar werk. Nog altijd was het onzeker of het evenement niet op het allerlaatste moment moest worden geschrapt.

Hoe hoog waren de verwachtingen vooraf. Toenmalig premier Shinzo Abe zei begin vorig jaar over het sportfestijn: „Dit brengt alle Japanners samen om voorwaarts een nieuw tijdperk te betreden”. Japan zou aan zichzelf en de wereld laten zien dat het de kernramp in Fukushima te boven was gekomen, dat het een stabiele, democratische machtsfactor is naast China en dat het ondanks de vergrijzende bevolking een modern land is, waar robots helpen om de bezoekers in Tokio de weg in de stadions te wijzen.

Harmonie

Freek Vossenaar, voormalig diplomaat op de Nederlandse ambassade in Japan, vroeg zich toen al af of Abe gelijk zou krijgen. Tijdperken breken niet zo makkelijk aan in Japan, waar het in stand houden van de harmonie de drijvende kracht achter de samenleving is. Van hem verscheen dit voorjaar Kijken in de ziel van Japan, zo’n typisch landenboek waarin een buitenstaander aan de hand van thematische hoofdstukken het land duidt.

In Japan moeten crises koste wat het kost voorkomen worden

De titel had origineler gekund, de opbouw misschien ook, maar Vossenaars observaties zijn raak en zijn stijl is prettig no-nonsens en soms van een vermakelijke, vriendelijke droogheid. Zachtjes legt hij vingers op veel zere plekken in de Japanse samenleving. Zo bespreekt hij de bevolkingskrimp, de aan xenofobie grenzende angst voor migranten, de seksualisering van ‘schattige meisjes’ en dat ene onderwerp waarin Japan niet schroomt om vijanden te maken op het wereldtoneel: de walvisvaart. Dit alles met veel respect voor het land waar hij al dertig jaar komt.

Terugkerend thema is de vaak verstikkende hang naar conformiteit. Zo beschrijft Vossenaar het proces tegen een oud-zorgmedewerker die negentien mensen met een verstandelijke beperking had omgebracht. De families van de slachtoffers voelden niet alleen verdriet en woede, maar ook schaamte en angst voor discriminatie omdat zij een gehandicapt familielid hadden. Zij gaven hun getuigenissen van achter een dik gordijn, daar was alle begrip voor.

Een ander treffend voorbeeld: begin dit jaar oordeelde een rechter in Osaka dat scholen leerlingen met lichtgekleurd haar mogen opdragen hun haar zwart te verven. Openbare scholen mogen ook eisen dat leerlingen wit ondergoed dragen. In het geweer komen tegen dergelijke codes is riskant. De 33-jarige Yumi Ishikawa, medewerkster van een uitvaartonderneming, begon twee jaar geleden een campagne tegen het verplicht dragen van hoge hakken voor vrouwen op de werkvloer. Het leverde haar een haatcampagne op sociale media op, mede gevoerd door vrouwen. Niet zo onbeleefd, meisje!

Lees ook dit opiniestuk van Freek Vossenaar: De Olympische Spelen in Tokio worden geen vrolijk festijn

In het beste hoofdstuk, dat over de ramp in Fukushima en de nasleep, zien we de ontreddering die ontstaat – en maar blijft hangen – als Japan een keer de controle verliest. Een groot gebied rond de kerncentrale is in feite onbewoonbaar geworden, maar dat erkennen is te confronterend. De vroegere gemeenschappen zijn uit elkaar gevallen, producten en mensen die uit de streek afkomstig zijn worden gemeden. Voor de centrale zelf is nog altijd geen oplossing.

Fukushima

Symbool van de tragiek van Fukushima zijn de graafmachines, die tien jaar na dato nog altijd bezig zijn met het afgraven van de verontreinigde bovengrond in de dorpen. Meter voor meter schrapen ze de bovenste decimeters af en doen die in grote zakken. Maar voor de zakken is geen bestemming, die worden in groepen bij elkaar gezet op duizend plaatsen in de omgeving, ‘in een vorm van ‘‘tijdelijk” die alle schijn van permanentie begint te krijgen’, ziet Vossenaar.

Crisismanagement bestaat niet in Japan, zo noteert de auteur uit de mond van een Japanse journalist. Crisis moet koste wat kost voorkomen worden. Als dat niet lukt, overheerst een verlammend ongemak. In een poging de bladzijde om te slaan worden nu de olympische honkbal- en softbalwedstrijden niet in Tokio, maar in Fukushima gehouden. De lokale bevolking is niet onder de indruk. De regering wil hiermee zeggen dat dit de Spelen van hoop en wederopbouw zijn, zegt een inwoner tegen Vossenaar, maar het is ‘huichelachtig’.

De huidige crisis, die van de pandemie tijdens de Olympische Spelen, is voor Japan één grote stresstest, die het land hobbelend doorstaat. Wel doorgaan, niet doorgaan, wel publiek, alleen Japans publiek, geen publiek, een nieuwe noodtoestand, toch weer meer besmettingen. Het is een voortdurend zoeken naar een modus die de harmonie zo min mogelijk verstoort, en zo de daadkracht in de weg staat. Je gunt Japan vooral dat het straks voorbij is.