Recensie

Recensie

Identiteit is meer dan geslacht of kleur: wie je bent, zit vanbinnen

Kinderboek In het eerste deel van haar zomertrilogie laat Meg Rosoff zien dat identiteit om meer draait dan iemands geslacht of seksuele geaardheid.

Kustplaatsje Newquay in Engeland
Kustplaatsje Newquay in Engeland Foto Loop Images / Universal / Getty Images

Als je De Godden broers leest valt het nauwelijks op, maar de Amerikaans-Britse auteur Meg Rosoff die in 2016 de Astrid Lindgren Memorial Award voor haar gehele oeuvre won, laat in het midden of de naamloze verteller van haar nieuwe (jeugd)roman een meisje of jongen is. Dat Rosoff hiervoor koos en haar hoofdpersonage zodanig levensecht en complex neerzet dat je dit vanuit je eigen verbeelding zelf kunt invullen is even veelzeggend als bevrijdend: identiteit draait om meer dan iemands geslacht of seksuele geaardheid (of kleur of geloof). Wie je bent zit vanbinnen. Al verandert die eigenheid onherroepelijk door wat er om je heen gebeurt en vooral door de mensen die je tegenkomt, zo laat Rosoff treffend zien in wat het eerste deel van een zomertrilogie moet worden.

Dat maakt De Godden broers een typisch character driven verhaal. De onopvallende plot, secundair aan de personages, laat zich dan ook eenvoudig samenvatten: een welgesteld, artistiek Brits gezin met vier kinderen in de middelbareschoolleeftijd en een bloedverwant van vaders kant met aanhang (een dramaturge en acteur met trouwplannen) brengen de grote vakantie traditiegetrouw in hun familiehuis aan zee door.

Vleermuiskasten

Aanvankelijk lijkt de zomer een herhaling van voorgaande jaren: Alex, de jongste van het viertal, is druk met zijn vleermuiskasten, Tamsin met haar manegepaarden en Mattie met haar uiterlijk, terwijl de volwassenen zwemmen, tennissen, zeilen en witte wijn drinken, pratend over niets. ‘Iedereen lacht of glimlacht en straalt optimisme uit’, merkt de ik-persoon licht spottend op, de oudste van de kinderschare die een scherp observator is en zich graag afzijdig houdt. Die ogenschijnlijk opgewekte stemming verandert echter als er bij Hope en Mal (het acteursstel) twee Amerikaanse broers komen logeren die elkaars tegenpolen zijn: Hugo (17) is stuurs en heeft ‘zijn hoofd van de wereld afgekeerd’. Acteertalent Kit (19) is juist innemend en bovendien ‘gloeiend’ aantrekkelijk: ‘De elektriciteit die van hem uitging had een cruiseschip kunnen verlichten’.

De zomersetting doet sterk denken aan Bonjour Tristesse (1953), Françoise Sagans klassieker waarin een zeventienjarige de gezinssituatie zodanig manipuleert dat haar vaders grote liefde het vakantieadres aan de Franse Rivièra verlaat en verongelukt. In De Godden broers blijkt niet Hugo, maar Kit de misleidende intrigant die ‘de geruststellende orde van de dingen’ verstoort. In pakkende zinnen vol gevatte dialogen en rake beelden beschrijft Rosoff bij monde van haar protagonist hoe de onderhuidse spanning tussen de vakantiegangers groeit. Geweldig goed getroffen is bijvoorbeeld de filmische scène waarin de verteller tijdens een warme broeierige nacht naar het strand sluipt en kijkt naar Mattie en Kit in een innige omhelzing in zee: ‘waanzinnig jaloers’ en bang ‘dat de maan door de wolken zou breken en me op gluren zou betrappen.’ Niet minder sterk en psychologisch overtuigend is het moment waarop ook de verteller ‘slaapwandelend dezelfde luchtspiegeling inloopt’ en bezwijkt voor Kits ‘mentale manipulatie’. Ondanks diens besef dat Kit ‘echte emotie zou misbruiken voor zijn eigen spelletjes’ is het geloof in Kits zoenen en zijn ‘jij maakt alles anders’ oprecht, omdat ‘het me zegt dat ik iets bijzonders ben.’

De tragedie die zich aankondigt en zich in een ‘wereld van lachspiegels en verdraaiingen, van verraad, onzekerheden, valse motieven en rookgordijnen’ gaandeweg ontrolt, wordt knap kracht bijgezet doordat Rosoff, – heel spitsvondig – Mal laat oefenen voor de rol van Hamlet die hij na de zomer moet spelen. Te pas en onpas, daarbij geholpen door Kit, declameert hij fragmenten Shakespearetekst, die speels en ongemerkt aansluiten bij ‘de duistere woelingen van de tieneronderwereld’ die Rosoff zo krachtig beschrijft, en die vooruitlopen op de uiteindelijk rampzalige afloop waaruit blijkt dat niemand kan ontsnappen aan de vloeibare aard van de werkelijkheid. Dat die wordt gevormd door de wisselende personages die ten tonele verschijnen en verandert naargelang de tijd verstrijkt, maakt meer dan nieuwsgierig naar Rosoffs vervolgdelen.