Reportage

Dicht bij de reuzen van de zee kunnen komen - wat voel ik me nietig

Duikreis Bij een Mexicaanse archipel in de Grote Oceaan zwemmen duikers met dolfijnen en manta’s. De walvissen in de buurt zouden te schuw zijn. „Dan doemt uit de blauwe mist een grote donkere vlek op.”

De manta’s, met een spanwijdte tot zeven meter, houden van het gevoel van luchtbelletjes op hun buik.
De manta’s, met een spanwijdte tot zeven meter, houden van het gevoel van luchtbelletjes op hun buik. Foto Paul Koopman

De golven spatten schuimend op tegen Roca Partida, een gespleten vulkaanrots zo’n 280 kilometer ten westen van de Mexicaanse havenstad Cabo San Lucas. De lichte rots biedt een spectaculair contrast met het diepe blauw van de Grote Oceaan. Maar het echte spektakel, zo is ons verzekerd, bevindt zich onder de zeespiegel. Hier komen rond deze tijd van het jaar bultrugwalvissen samen om hun jongen ter wereld te brengen. Of om te sterven, als ze aan het eind van hun levenscyclus zijn. Volgens de overlevering moet zich hier op een diepte van vele honderden meters een walvissenkerkhof bevinden van apocalyptische omvang. Zoals dat voor meerdere sterke verhalen geldt, heeft nog nooit iemand dat gezien – en het is sowieso te diep voor ons, als wij even later ruggelings in het zoute water plonzen.

Wie een plek wil bezoeken waar het ecosysteem van de oceaan nog in topconditie is, moet daar ver voor reizen. Er is nog slechts een handjevol enclaves waar haaien, dolfijnen, manta’s en walvissen nog in grote aantallen te vinden zijn. Het ecosysteem is op die plaatsen nog in orde omdat zo’n duikplek in een beschermd reservaat ligt, of omdat de bewoonde wereld simpelweg ver weg is. De vier vulkaaneilanden van de Revillagigedo-archipel voldoen aan beide criteria: het gebied staat al tien jaar onder bescherming van de Mexicaanse overheid en ligt honderden kilometers uit de kust.

Hier wilde ik al jaren naartoe, in het besef dat er met het afslachten van naar schatting 100 miljoen haaien per jaar ooit een eind komt aan al dit moois. Bezorgd ook, vanwege het besef dat er elke dag gigantische hoeveelheden plastic in onze oceanen worden gedumpt. Zouden de reuzenmanta’s die met hun open bek plankton opscheppen, zich daar in verslikken? En de walvissen die duizenden kilometers moeten zwemmen om hier op adem te komen, zouden die onderweg niet bezwijken aan ons drijvend welvaartsafval? En zou ik zelf tijdens deze reis oog in oog komen met zo’n kolos?

Duikavontuur

De bootreis van Cabo San Lucas naar Socorro, het eerste eiland waar we aanleggen, duurt vierentwintig uur. Hier kan ons duikavontuur beginnen: elke dag vier keer een uur onder water met een cilinder nitrox op onze rug. Al op de heenreis worden we begeleid door grote groepen dolfijnen. ’s Nachts horen we de krachtige ademstoten van walvissen. Als we voor anker gaan, lanceert een bultrug zich uit het water. Alsof een tientons vrachtwagencombinatie plotseling het luchtruim kiest en de licht corpulente chauffeur goedmoedig naar ons zwaait. Al urenlang hebben we dan al geen spoor meer gezien van plastic of ander afval.

Lees ook: Een jaar alleen op de oceaan: ‘Een gevoel van nietigheid, dat is het’

Met een groep van 24 sportduikers uit de hele wereld zijn we hier naartoe gereisd om getuige te zijn van een bijzonder tafereel: groot zeewild dat intiem contact zoekt met mensen. Duikinstructeur Juan David Cortès, tevens onze cursusleider mariene biologie aan boord, maakt ons vast lekker. We bezoeken een unieke plek, legt hij uit. Armen wijd gespreid, zijn donkere ogen in de smeltstand. „Wij Mexicanen zijn warmbloedig. We houden van knuffelen, slaan armen om elkaar heen, dat zit in onze aard. En dat zie je terug bij onze manta’s en dolfijnen.” Hij vervolgt: „Ze zoeken echt contact met duikers. Dat is bekend van dolfijnen, maar dat zie je bij reuzenmanta’s nergens anders ter wereld.”

Ik informeer voorzichtig naar de bultrug-walvissen. Zijn die ook zo knuffelig? „Je moet enorm veel geluk hebben om een walvis van dichtbij te zien”, zegt Cortès. „De mannetjes kun je vrijwel tijdens elke duik horen zingen. Elke groep walvissen heeft zijn eigen repertoire.”

Een manta zoekt interactie met een duiker in Socorro, Mexico.
Foto Paul Koopman
Foto Paula Radley
Foto links is gemaakt door Paul Koopman, de foto rechts is gemaakt door reisgenoot Paula Radley.

In het verleden had je de meeste kans een walvis te spotten bij Roca Partida, maar ook daar is het inmiddels een zeldzaamheid. „Vier jaar geleden heeft een groep orka’s daar een kalf van een walvis verzopen. Ze bleven om het jong heen zwemmen en belemmerden hem naar de oppervlakte te komen om adem te halen. Vervolgens hebben ze voor de ogen van de moeder, en voor de onze, de tong opgegeten en de rest aan de haaien gelaten. De moeder was wekenlang radeloos. Het klinkt misschien melodramatisch, maar je vóélde het verdriet dat hier in de oceaan stroomde.”

Ik kan mijn teleurstelling maar moeilijk verbergen. Als ik me langzaam naar een diepte van ruim twintig meter laat zakken, zie ik tientallen rifhaaien die hier in zogeheten haaienkuilen liggen te rusten. Dat maakt veel goed. En al tijdens de eerste duik wordt de zon even verduisterd als een chevron-manta met een spanwijdte van een meter of zeven overscheert. Het duurt niet lang of zo’n ruimteschip-Enterprise besluit met kalme vleugelslagen recht op me af te zwemmen. Ik zie Captain Kirk de situatie monsteren en een vluchtplan uitzetten. Met de receptoren aan weerszijden van zijn brede kop maakt de manta snel een elektromagnetisch beeld van de Hollandse duiker en besluit dat het in orde is. Rakelings zeilt hij over mijn hoofd. Links in beeld verschijnt een tweede ruimteschip. De manta’s beleven plezier aan het gekriebel van onze luchtbellen op hun buik, zal Cortès ons later uitleggen. Intiem contact, hij had geen woord te veel gezegd. Al is het soms iets te intiem naar mijn smaak. Zo’n gigantisch dier dat zo dichtbij komt is best intimiderend voor een duiker die een Hollandse snoek al groot vindt.

Verwarmd brein

Manta’s zijn geen zoogdieren zoals dolfijnen of walvissen, maar uit de kluiten gegroeide vissen die over een fors verwarmd brein beschikken en hun jongen in de baarmoeder met een soort melk voeden. Helaas geloven met name Chinezen dat de kieuwen van een manta helpen bij luchtwegklachten en wordt er een vermogen voor betaald. De felgekleurde clarion-poetsvissen die de manta’s in Mexico gezond houden door parasieten van hun huid te verwijderen, doen volgens Cortès in de zwarte handel al snel enkele duizenden euro’s per stuk. De handel in kieuwen levert volgens hem elk jaar 5 miljoen euro op, volgens Animals Today wereldwijd zelfs 11,3 miljoen euro.

Levend zijn de manta’s als toeristenattractie echter nog veel meer waard. Er ligt op elk moment van het jaar bij een van de vier eilanden wel een duikcharter. De kapiteins stemmen de routes met elkaar af zodat er nooit meer dan 25 toeristen tegelijk in het water liggen, verspreid over meerdere duikstekken. De continue aanwezigheid van deze schepen vormt ook een effectieve bescherming tegen illegale visserij. Zonder de duikindustrie zag het er waarschijnlijk somber uit voor deze zeereuzen.

Bij San Benedicto, het volgende eiland waar we aanleggen, krijgen we tijdens een duik gezelschap van een groep dolfijnen. Iedereen weet dat dit enorm slimme en speelse dieren zijn. Maar dit gedrag had ik nog niet eerder meegemaakt. Een groepje dolfijnen omringt aan alle kanten een jong. Het kleine dier wordt gestreeld door meerdere dolfijnsnuiten. En dan richten ze de aandacht op ons. Dartel, een beter woord is er niet. Twee volwassen dolfijnen tonen ons hun witte buik en laten zich langzaam naar beneden zakken op een armlengte afstand. Kom mee, lijken ze te zeggen. De dolfijnen zijn eropuit dat wij onze maximale duikdiepte (37 meter) overschrijden zodat de duikcomputers gaan piepen. Cortès legt het later uit: „Dat kunstje flikken ze ons steeds, dat gepiep vinden ze blijkbaar erg grappig.”

Roca Partida, waar de walvissen hun jongen baren. Foto Paul Koopman

Schreeuwen onder water

Van San Benedicto varen we in tien uur terug naar Isla Socorro. Na een week vier keer per dag duiken hebben we nog geen bultrug onder water gezien. Bijna ben ik het kolossale dier al vergeten als ik met mijn Braziliaanse buddy Leonardo door de forse stroming afdrijf van de groep. Ik grijp me vast aan een rots en richt mijn aandacht op relatief klein spul: een groene murene, een octopus die zich schuilhoudt in de rots.

Ik wist eigenlijk niet dat dat kon, schreeuwen onder water, maar nu meen ik toch duidelijk zoiets te horen. Leonardo verliest bijna zijn ademautomaat, zo hard is hij aan het roepen om mijn aandacht te trekken.

En dan doemt uit de blauwe mist een grote donkere vlek op, met een kleinere vlek daarboven. Langzaam worden de contouren zichtbaar. Daar passeert, doodgemoedereerd, een volwassen walvisvrouwtje met haar jong boven zich. Met kalme staartslagen kachelt ze voorbij, totaal niet bezig met onze aanwezigheid. Wat voel ik me nietig, in de nabijheid van veertig ton spieren en vet. Zou dit zestien meter lange zoogdier ons gezien hebben en gedacht: die twee opgewonden mensenmannen doen mij en mijn jong geen kwaad? Wonderlijk hoe dit ogenschijnlijk logge dier zich toch redelijk snel verplaatst zonder er geluid bij te maken. Wij zijn sprakeloos, al neemt ons luchtverbruik exponentieel toe.

Weer aan boord worden we door de andere passagiers en crew op de schouders geslagen. Wat hebben we een geluk! Cortès sluit ons in zijn armen. „Een bijzondere plek hier, hè?”, zegt hij.

Deze desolate archipel heeft ons een groot cadeau gegeven, realiseer ik me. Dieren die met uitsterven bedreigd worden zoeken contact zodra ze zich veilig wanen. Een walvis die vertrouwen heeft, ondanks het feit dat er elk moment een orka-bloedbad kan plaatsvinden. Als we vierentwintig uur later de haven van Cabo San Lucas naderen, horen we de zeerobben brullen die op de havensteigers liggen te rusten. Alsof ze ons toeroepen: kom snel terug.