Reportage

‘De handen van mijn dokters moeten trillen als ze een rapport schrijven’

Forensisch instituut Israël De doodsoorzaak van mensen vaststellen wordt door sommige overheden gebruikt als machtsmiddel. In Israël was de reputatie van het Forensisch Instituut duister. De huidige directeur zegt dat het met politieke druk gedaan moet zijn.

Een oude villa in een buitenwijk van Tel Aviv, vanaf de weg gezien half verscholen tussen de struiken. Aan de buitenkant is dit lastig te herkennen als een van de machtigste instituten van Israël. Details duiden er echter op dat het geen gewoon woonhuis is: een metalen hek, een grillig buizenstelsel aan de zijkant van het gebouw. Opvallend vaak rijden ambulances of politiewagens de oprit op.

Het Nationaal Instituut voor Forensische Geneeskunde, beter bekend onder de locatienaam Abu Kabir, gaat al sinds de jaren vijftig over de doden van Israël bij wie een onnatuurlijk overlijden wordt vermoed – zo’n tweeduizend per jaar.

Chen Kugel (59), sinds 2013 hoofd van het instituut, zit achter zijn bureau vol stapels pastelblauwe en roze dossiermappen. Roze is dood, blauw is levend – het instituut doet ook sporenonderzoek in bijvoorbeeld zedenzaken. De roze mappen hebben de overhand. Kugel vertelt met enthousiasme over kogelgaten en mysterieuze sterfgevallen. „Ik zie elke dag lijken”, zegt hij. „Maar het is vooral papierwerk.”

Dankzij moderne technieken hoeft er steeds minder daadwerkelijk in lichamen te worden gesneden. Op elke verdieping van de oude villa huizen andere specialisaties. Boven liggen half verbrande kledingresten klaar voor sporenonderzoek. Er is een huidlab, een DNA-lab. Een bottenspecialist, pathologen en iemand die het röntgenapparaat bedient. In de kelder zijn 42 koelingen. Op een metalen tafel steekt een plukje zwart haar onder een doek uit.

Boze nabestaanden

Lees ook: Woede en verwarring na dodelijke ramp bij orthodox festival Israël

Meestal functioneert het instituut in betrekkelijke anonimiteit. Maar op 30 april, een paar dagen na het eerste interview met Kugel, verzamelden zich ineens veel journalisten bij Abu Kabir. Er was een ramp gebeurd. Tijdens een religieus festival waren 45 mensen omgekomen door massale verdrukking. De aan het instituut verbonden rabbijn belde Kugel om half twee ’s nachts, nog voordat de politie hem informeerde. Vroeg in de ochtend waren Kugel en zijn mensen klaar voor de identificatie van de slachtoffers. Buiten stonden plastic stoeltjes en glaasjes water voor familieleden, de politie schermde de omgeving af. Jiddisch sprekende maatschappelijk werkers waren opgetrommeld om de voornamelijk ultraorthodoxe joodse nabestaanden bij te staan. Toch stonden ’s middags boze nabestaanden te schreeuwen dat de autopsies „te traag” zouden gaan. Voor de gelovigen was het belangrijk om hun geliefden vóór zonsondergang, het begin van de sjabbat, te begraven.

Dat lukte slechts in 22 gevallen, al was het volgens Kugel „de snelste autopsie ooit in Israël, en misschien wel in de wereld”. Eén van de eerste acties van de in juni aangetreden nieuwe regering was de aankondiging van een staatsonderzoek naar de oorzaken van de ramp. Daar zal het instituut zeker bij worden betrokken, verwacht Kugel. „Wij hebben hier de forensische rapporten van al die mensen.”

Aan het soort zaken waarmee het forensisch instituut te maken krijgt, kun je tot op zekere hoogte de stand van het land aflezen. Op dit moment betreft het, net als in andere landen, meestal verkeersslachtoffers, maar er was een tijd dat er meermalen per week slachtoffers van terroristische aanslagen werden binnengebracht.

Kugel herinnert zich met name de aanslag op discotheek Dolphinarium in Tel Aviv in 2001, waarbij 21 doden vielen. De meeste slachtoffers waren tieners, vaak de enige hoop van hun ouders. „Er was een moeder die arts was in Rusland; hier deed ze schoonmaakwerk”, vertelt hij. Het is twintig jaar geleden, maar ineens staan er tranen in de ogen van de dokter. „Ze was hier alleen met haar dochter gekomen, om haar een betere toekomst te geven. Zo iemand moet je dan vertellen dat je haar kind hebt geïdentificeerd”, zegt hij. „Vaak besef je eerder dan de mensen zelf dat hun hele leven is geruïneerd.”

Vaak besef je eerder dan de mensen zelf dat hun leven is geruïneerd

Chen Kugel Baas van Abu Kabir

Soms is het voor een forensisch instituut moeilijk afstand te houden van de politieke omgeving waarin het – net als andere staatsinstellingen – functioneert. Zeggenschap over de doden is één van de machtsmiddelen om controle over de levenden uit te oefenen, schreef sociologe Suhad Daher-Nashif in 2019 in een wetenschappelijk artikel. „Forensische instituten hadden in vroegere tijden een duistere reputatie”, vertelt Kugel. „Het was een instrument van de heerser om een pseudo-wetenschappelijk stempel te geven. Een in de gevangenis gedode persoon, die de patholoog dan als suïcide moest benoemen. Dat gebeurt in democratische landen gelukkig niet meer.”

Doden uit bezette gebieden

Toch werd ook dit instituut lange tijd gewantrouwd – en terecht. Het Israëlische forensisch instituut was en is nauw verbonden aan het Israëlische leger. Tot de oprichting van een zelfstandig instituut voor de Palestijnse Autoriteit in 1996, kwamen ook doden uit de bezette Palestijnse gebieden in Abu Kabir terecht. Palestijnen wantrouwden de conclusies van Israëlische pathologen als een Palestijn was gedood door Israëlische militairen of burgers.

Daher-Nashif beschrijft een geval van een jongeman die in 2002 door Israëlische grenspolitie uit een rijdende auto was gegooid in Hebron. De familie vroeg een buitenlandse patholoog bij de autopsie aanwezig te zijn. Dat werd de Deense professor Jorgen Thomsen. De patholoog concludeerde dat de Palestijn door geweld om het leven was gekomen; de betrokken agenten werden vervolgd.

Een man kijkt naar een scherm in de operatiekamer van het Forensisch Instituut. Foto Kobi Wolf

Het was één van de gevallen waaraan Kugel tegen de wil van het toenmalig hoofd van het instituut meewerkte. Trots vertelt Kugel hoe hij in de jaren negentig als jonge dokter besefte dat er iets niet klopte. Er werden zonder toestemming van nabestaanden organen verwijderd uit lichamen. Ook getuigde het toenmalig hoofd bij de rechtbank over autopsies waar hij zelf niet bij was geweest. „Daardoor zijn mogelijk onschuldige mensen in de gevangenis beland”, zegt Kugel.

Toen hij de misstanden aankaartte, werd hij in eerste instantie verguisd. Maar de aantijgingen bleken terecht. De directeur vertrok uiteindelijk in 2012, waarop Kugel werd benoemd. „Ik denk dat ik als enige klokkenluider ben weggegaan en vervolgens teruggekomen als hoofd van het instituut dat ik bekritiseerde”, zegt hij.

Met de beperkte middelen en mensen die Kugel tot zijn beschikking heeft, probeert hij Abu Kabir te moderniseren en onafhankelijker te maken. Er werken veertien pathologen bij het instituut. Nieuw personeel is nauwelijks te krijgen. Aan het huis kunnen maar zeer beperkt aanpassingen worden gedaan, omdat het een monumentaal pand is. Kugel hoopt een moderner instituut te bouwen, maar door de coronacrisis is dat vertraagd.

Ik denk dat ik als enige klokkenluider ben teruggekomen als hoofd van het instituut dat ik bekritiseerde

Chen Kugel

Toen Kugel zelf een tijdje aan de andere kant stond, besefte hij pas hoeveel macht het nationale instituut had. „Honderd procent van mijn opinies werd in de rechtbank geaccepteerd, dus ik dacht dat ik de beste forensisch specialist ooit was”, kijkt hij glimlachend terug. „Als expert van de verdediging zag ik ineens maar 10 procent van mijn opinies overgenomen door de rechtbank. De rechters vertrouwen het instituut volledig.” Hij probeert tunnelvisie te voorkomen door minstens twee mensen naar een rapport te laten kijken. „Als één dokter een fout maakt, kan dat zomaar de mening van de staat worden.” Hij wil zijn medewerkers doordringen van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. „Door jouw handtekening kan iemand in de gevangenis terechtkomen. Ik wil dat je dat beseft, dat je hand trilt als je een sectierapport schrijft.”

Het imago is aanzienlijk veranderd. „Het is niet meer het duistere instituut in dienst van de politie”, zegt Kugel. Nog steeds doen pathologen van Abu Kabir autopsies voor het Israëlische leger, op een militaire locatie. Maar het is volgens Kugel afgelopen met de obstructie van forensisch pathologen die een second opinion willen geven, ook bij controversiële zaken. Tegenwoordig werkt het instituut goed samen met Palestijnse en buitenlandse collega’s. „Ik ben juist blij als ze hierheen komen als een geval wordt betwist”, zegt Kugel. „Hoe meer professionele ogen meekijken, hoe beter.”