Opinie

Bij Mark Rutte en Hugo de Jonge blijft zelfreflectie uit, tenzij ze onder druk worden gezet

Clarice Gargard

Soms lijkt het alsof we aan de eindstreep van de pandemie staan, maar – trigger warning – die is eigenlijk nog lang niet in zicht. Dat besefte ik toen ik afgelopen maand voor de tweede keer corona kreeg. Toen de pandemie uitbrak bleef ik binnen, ik volgde de regels en trachtte anderen online van informatie te voorzien. Naasten noemden mij spottend de corona police.

Toch raakte ik in april besmet via contact met een besmette collega – ik droeg een mondkapje en hield afstand. En kort daarna, in juni, kreeg ik bij een evenement vermoedelijk de Deltavariant, precies toen ik mijn eerste prik kreeg. Pechvogel Donald Duck is er niets bij. Volgens de GGD maakt het me zo immuun dat ik geen tweede prik nodig zou hebben. Ik vroeg het aan een kennis die microbioloog is en die vertelde dat er te veel onbekende variabelen zijn om zo stellig te zijn en dat het onder andere van de symptomen afhangt.

Zelden ben ik zo ziek geweest. Het deed pijn om op te staan, of te douchen, omdat mijn huid zo hevig brandde dat elke aanraking als vlijmscherpe scheermesjes aanvoelde. Ik rook en proefde niks en lag dagenlang geïsoleerd en uitgeput op bed. Met schaamte en schuld omdat ik de teugels lichtjes had laten vieren. Ik had toch beter moeten weten hoe onvoorspelbaar alles is?

Maar controle, vooral bij dit virus, is een illusie. Het wordt met alle Alfa-, Bèta -, Gamma- en Deltavarianten alleen maar gevaarlijker, waarschuwden ook virologen vorige week in de Volkskrant. Corona sluipt erin en slaat juist op de zorgeloze momenten die het leven zo levenswaardig maken het hardst toe. Dat zagen we de afgelopen weken toen besmettingen omhoogschoten op uitjes en feestjes.

We hebben uiteraard een eigen verantwoordelijkheid als burgers, maar het constant op je hoede zijn eist zijn tol. We zijn als individuen immers niet gemaakt om het leed en de last van de volksgezondheid te dragen.

Dan is het nog wranger dat de overheid het ons moeilijker maakt door voorbarige versoepelingen en mankementen bij het ‘testen voor toegang’. Ik heb met veel frustratie naar persconferenties en media-uitingen van demissionair premier Mark Rutte (VVD) en demissionair minister Hugo de Jonge (CDA) gekeken bij wie, tenzij onder druk gezet, zelfreflectie uitblijft.

Dat betekent niet dat ik strengere lockdowns bepleit, maar ik hoop op beleid dat gebaseerd is op voortschrijdend inzicht. In plaats van een lat die zo laag ligt dat niet overlijden of op de IC belanden al gezien word als ‘missie geslaagd’. Terwijl fysieke en mentale repercussies van het coronavirus volgens deskundigen zorgwekkend zijn. Zelf heb ik nog last van extreme vermoeidheid en concentratieproblemen. Onlangs deelde ik mijn ervaring op sociale media en ik kreeg veel reacties (en adviezen) van volgers die hetzelfde ervaren maar niet weten waar ze terecht kunnen.

We willen zó graag uit de pandemie dat we soms vergeten te bespreken wat er gebeurt terwijl we er nog middenin zitten. Ik ben waarschijnlijk een van de gelukkigen. Anderen zullen blijvend letsel oplopen, waardoor weer een nieuw soort crisis ontstaat. Hoe zullen we daarmee omgaan, als we dit al niet aankunnen?

Thuis had ik gelukkig dierbaren die check-ups deden en boodschappen en medicijnen brachten. Soms maakt de huidige self care-trend plaats voor collectieve zorg (waarbij het welzijn van de een de zorg van de ander wordt) die hopelijk blijvend is.

Ik schrijf dit niet uit alarmisme. Juist omdat ik wil dat we zo heelhuids en snel mogelijk uit de pandemie komen, denk ik dat we veel realistischer moeten zijn.

Clarice Gargard is programmamaker en freelance journalist.