‘Komt wel goed, wijffie’ herhaalde Willem van Velzen (1956-2021) regelmatig in zijn gezin met drie vrouwen

De laatste bladzijde In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Willem van Velzen was conciërge op het Libanon Lyceum in Rotterdam.

Willen van Velzen met zijn vrouw Coby tijdens een fietstocht op de Strabrechtse Heide in juli 2020.
Willen van Velzen met zijn vrouw Coby tijdens een fietstocht op de Strabrechtse Heide in juli 2020. Foto privécollectie

De Godfather. Zo werd Willem van Velzen genoemd door zijn dochters en schoonzoons. Gebbetje natuurlijk. Maar het middelpunt van de familie was hij wel. Niet dat hij daar zijn best voor deed. Verre van dat. „Hij kletste met iedereen, maar ging er niet voor de deur uit”, zegt zijn dochter Cindy. „Iedereen ging naar hém toe voor een praatje.”

Dat was zo op camping op Heezerenbosch, nabij Eindhoven, waar hij in de lente- en zomermaanden met zijn vrouw Co (Coby) heen ging. En waar zijn dochters Wendy en Cindy en hun gezinnen ook veel kwamen. Zo ging het ook thuis in Overschie, het dorp waar Coby opgroeide en dat Willem – zelf opgegroeid in Delft – na hun huwelijk in zijn hart sloot. Het was ook zo op het Libanon Lyceum, waar hij de conciërge was. En waar hij graag babbelde met leerlingen. Vooral die waar het even wat minder goed mee ging.

Vanwege corona was de uitvaart digitaal voor leerlingen. Anders hadden er ongetwijfeld rijen jongeren langs de weg gestaan om de laatste eer te bewijzen, zegt vriend en voormalig leraar aardrijkskunde Pieter Claessens. In plaats daarvan werden honderden berichten in het condeolanceboek geschreven, ook door leerlingen die al tien jaar van school zijn.

De school, zegt Claessens, is heel divers. Een baaierd van leerlingen met verschillende achtergronden, uit verschillende milieus. Claessens: „Het maakte Willem niet uit. Hij kon met iedereen goed omgaan.” Raymond: „Als jongeman had hij zelf ook de grenzen opgezocht. Hij vertelde wel eens over kerstbomenjacht en opgevoerde brommers.” Het was afgelopen toen hij op zijn eenentwintigste met zeventienjarige Coby trouwde. Tot zijn dood een liefdevol huwelijk.

Als conciërge hanteerde hij de regels maar kneep ook vaak een oogje dicht, zegt Claessens. „Tenzij iemand het té bont maakte. Je moest hem niet in de maling nemen. Dan kon hij stevig ingrijpen. Maar hij las de les achter gesloten deur. Een openbare vernedering hoefde niet.”

Met zijn dochters, hun gezinnen en zijn vrouw in de buurt was het leven goed, vond hij

Cindy wist dat allemaal niet. Maar ook voor haar was hij een rots om tegen te leunen. Haar huwelijk met Heiko moest door corona twee keer worden uitgesteld. „Ik helemaal in paniek.” Haar vader niet. „Komt wel goed, wijffie”, zei hij dan. „Dat werkte kalmerend.”

Komt wel goed, wijffie. Dat was een zin die Willem van Velzen in allerlei varianten regelmatig herhaalde in zijn gezin met drie vrouwen. „Drie stress-kippen”, zegt Cindy. „Als we uit eten gingen, dan waren we allemaal bezig met: welke jurk? Toch dat broekpak? Zit m’n haar goed? En dan begonnen we tegen hem: Ben je klaar? Trek een schoon overhemd aan. ‘Doe toch even rustig’, zei hij dan.”

Willem van Velzen sloot mensen niet direct in zijn hart. Dat merkte Raymond Plomp (45), de man van Wendy, toen hij voor het eerst met haar mee naar huis ging. Zij was 16. Hij 21. „Het eerste contact was nogal, eh, stug. Willem bleef boven op bed liggen. In de loop van de avond moest hij van Co naar beneden komen.”

Een paar weken later was Raymond goed bevonden. Daarna kon het nooit meer stuk. „We hebben een gezamenlijke liefde: sport. We kijken graag voetbal, hockey, de Tour…

Ook Pieter Claessens deelde de liefde voor voetbal met Willem van Velzen. Hij herinnert zich de keer, in februari 2017, dat ze met de zoon van Claessens na schooltijd naar Parijs reden voor de wedstrijd Paris Saint Germain - Barcelona. „Midden in de nacht reden we terug, om 8 uur zat hij weer op het werk.”

Ontelbare keren ging Raymond Plomp met zijn schoonouders en vrouw naar de camping. „Samen yahtzeeën of voetbal kijken. Als er anderen bij waren gingen we kaarten of dobbelen.” Toen dochter en schoonzoon opperden dat ze een eigen caravan wilden kopen, vond Van Velzen dat de grootst mogelijke onzin. „Het is toch gezellig zo? Als je dat geld echt kwijt moet, dan geef je het maar aan mij.”

Willem in 2018, thuis.

Foto privécollectie

Met Raymond had haar vader het over sport of vissen, met haar sprak hij graag over eten, zegt Cindy. „Lekker eten is ónze hobby. Het allerliefst had hij aardappelen, groente, vlees. Een prakkie, noemde hij dat. Hollandse kost. Maar hij vond alles lekker, net als ik. Als je op z’n tenen trapt, gaat zijn bekkie open, zeiden we. Wij wilden altijd barbecueën, steengrillen of uit eten. En dan riep mijn moeder: ‘Oh, komen zij weer met dat eten.’”

Lastig was soms, zegt Cindy, dat pa altijd gelijk had. „Dacht te hebben. Laatst nog zocht hij een airco voor in de caravan. Ik had er net een uitgezocht voor bij ons thuis in de salon, dus kon adviseren. Maar hij wist het beter. Als je dan met bewijs kwam van het tegendeel dan moest ie lachen. ‘Hebbie toch een keer gelijk’.”

Zwaar had Willem van Velzen het met zijn rug. Hij kampte sinds een ongeluk in het verleden met een hernia en werd er verschillende keren aan geopereerd. „De weinige keren dat ik hem chagrijnig heb gezien, was omdat hij pijn had, zegt Raymond Plomp. „Hij was dan heel stil.”

Zijn rug weerhield hem er niet van veel te ondernemen met zijn kleinkinderen Desteny (18), Djesley (10) en Diyen (8). Hij ging naar de dierentuin, kinderboerderij, bioscoop en zwemmen met ze. Hij deed spelletjes, knutselde, ging vissen. Vooral in de zomervakantie wanneer opa, net als zij, zes weken lang vrij was. Met zijn dochters, hun gezinnen en zijn vrouw in de buurt was het leven goed, vond hij. Meer was niet echt nodig.

Willem van Velzen overleed op 15 april aan het coronavirus.