Als de vragensteller iets oprécht wil weten

Vroeger vroeg de combinatie ‘oprechte vraag’ om oprechtheid in het antwoord. Nu onderstreept het de oprechtheid van de vraag zelf, merkt .

Natuurlijk verandert de taal voortdurend, er komen nieuwe woorden bij, andere gaan verloren, mensen spreken hun klinkers anders uit dan een vorige generatie, een lang gekoesterd stuk van de grammatica sterft af. Maar soms is het ook de manier waarop we de taal gebruiken die verandert: we zoomen meer of we schrijven minder handgeschreven brieven. En die twee dingen zijn soms lastig uit elkaar te houden.

De vaste woordcombinatie ‘oprechte vraag’ is daar een voorbeeld van. Die vind je de laatste jaren veel op de sociale media, vooral op Twitter. „Oprechte vraag”, schrijft iemand bijvoorbeeld, „zijn de Amerikaanse rechters in de praktijk minder politiek dan we vaak op basis van de benoemingen aannemen?” En zo worden er op het platform inmiddels tientallen oprechte vragen per dag gesteld.

Is dat een verandering in de taal? In bronnen van voor het jaar 2010 komen we de constructie ‘oprechte vraag’ nauwelijks tegen. Op de website DBNL.org, met tienduizenden titels uit de klassieke Nederlandse literatuur, komt de uitdrukking in totaal negen keer voor, waarvan drie keer in verschillende versies van één en dezelfde roman De wereld een dansfeest van de vroeg-twintigste-eeuwse schrijver Arthur van Schendel: „Met uw verlof, mevrouw, men kan een oprecht antwoord alleen verwachten op een oprechte vraag.”

Op die oprechte vraag gaf de arts even oprecht antwoord dat hij het niet geloofde

Volgens de historische website Delpher van de Koninklijke Bibliotheek komt de uitdrukking in kranten van de afgelopen 150 jaar 51 keer voor. Dit is de eerste, van 22 oktober 1881, uit het Bataviaasch Handelsblad: „Op die oprechte vraag gaf de arts even oprecht ten antwoord dat hij het niet geloofde.”

Natuurlijk kon je het bijvoeglijk naamwoord oprecht altijd al combineren met het zelfstandig naamwoord vraag, en daarom vind je zowel in de DBNL als Delpher wel een paar voorbeelden. Maar het zijn er veel minder dan nu. Tot een paar jaar geleden waren de woorden toevallige passanten die elkaar af en toe een hand gaven, op sociale media worden ze als magneten tot elkaar aangetrokken.

Is dat nu een verandering in de taal? Het valt in de oude citaten op dat de ‘oprechte vraag’ steeds gecombineerd wordt met een ‘oprecht antwoord’. De nadruk ligt daarbij steeds als het ware op de laatste, de mededeling is zoiets als ‘ik als vragensteller ben eerlijk, geef jij dan ook een eerlijk antwoord’. Het is het contrast met de mogelijke oneerlijkheid van het antwoord dat benadrukt wordt.

Op Twitter is het anders. De uitdrukking ‘oprecht antwoord’ komt er veel minder vaak voor, en dat is niet voor niets. Op Twitter communiceren mensen met elkaar die elkaar niet of nauwelijks kennen, en vaak op een polemische toon. Dat betekent dat een vraag kan worden geïnterpreteerd als een manier van zuigen en mensen uit hun tent lokken. Anders dan in de oude citaten lijkt ‘oprechte vraag’ nu bedoeld om echt iets te zeggen over de vraag zelf en niet over het antwoord. Er is ineens behoefte aan het onderstrepen van de oprechtheid van de vraag.

Dat kun je overigens ook positief interpreteren, als het gevolg van het feit dat mensen permanent communiceren met andere mensen die ze niet goed kennen. Af en toe hebben ze daarbij dus ook nog oprecht iets te vragen aan elkaar.