Reportage

Een jaar na de explosie in Beiroet is het iconische Sursock Paleis nog steeds grotendeels verbrijzeld

Libanon De explosie in Beiroet verwoeste een jaar geleden ook het Sursock Paleis van de rijke familie Sursock. Om de restauratie te betalen moet het nu een museum worden. „Dit gaat over het herstel van Beiroet als dé culturele hoofdstad van het Midden-Oosten.”

De ravage van het Sursock paleis in Beiroet, Libanon.
De ravage van het Sursock paleis in Beiroet, Libanon. Foto Diego Ibarra Sánchez

Het heeft even geduurd voordat Mary Cochrane weer in de buurt van het balkon van haar paleis durfde te komen. Vanaf deze plek zag ze vorige zomer dikke rookpluimen opdoemen uit het havengebied. Een loods vol ammonium nitraat ging op 4 augustus 2020 in vlammen op – nog geen 800 meter van het balkon vandaan. „Het is een wonder dat ik nog leef”, zegt Cochrane, die door de gigantische explosie die volgde vijf dagen in het ziekenhuis belandde met een gebroken arm en doorboorde longen. Hoe dat gebeurde, weet ze niet meer. „Ik herinner me een rondslingerende kroonluchter, daarna werd alles gitzwart.”

‘The Sursocks don’t sell’, sist Mary Cochrane

Mary Cochrane is de echtgenote van Roderick Cochrane, een telg uit de beroemde Libanese aristocratische Sursock familie (Roderick draagt de achternaam van zijn Ierse vader). Gekleed in een spijkerbroek en wit T-shirt geeft de Amerikaanse vrouw een rondleiding door het Sursock Paleis, het monumentale 19de-eeuwse pand in hartje Beiroet waar ze met haar gezin woont. Bij een opengereten fauteuil voor hetzelfde balkon houdt ze even stil. „De plaats delict”, mompelt ze.

Voor de lege raamkozijnen hangt een wit zeil. De ruiten zijn nog steeds niet vervangen, vertelt Cochrane, want de restauratie van het paleis is onbetaalbaar. De Sursocks mogen van adel zijn, de familie heeft al jaren weinig reserves vanwege het dure onderhoud van het paleis en zit sinds de explosie vrijwel zonder inkomsten doordat het pand niet meer verhuurd kan worden voor huwelijken en andere evenementen.

Bovendien bleef de hulp die na de explosie massaal beloofd werd grotendeels uit. „We zijn de krant van gisteren”, zucht Mary Cochrane. „Vorig jaar kwam Unesco hier een persconferentie geven en stonden buitenlandse ambassades in de rij om hun steun te betuigen. Iedereen leek te willen helpen, maar vrijwel niemand belde terug.”

Daarmee verkeert het Sursock Paleis een jaar na de explosie in Beiroet nog steeds in een staat van verval. Het iconische pand uit 1860 staat dan wel overeind, maar de interne structuur is grotendeels verbrijzeld. Binnen is de chaos nog groter: de centrale hal, met marmeren standbeelden en elegante zitkussens langs de wanden, doet tegenwoordig dienst als berging voor kapotte meubels en brokjes steenwerk. In de vertrekken eromheen liggen van de muur geblazen schilderijen tussen omgevallen stoelen en tafels.

Mary Cochrane wandelt door de ravage en vertelt liefdevol over elk verwoest kunstwerk en meubelstuk. Uit een urn naast de binnenplaats vist ze een gouden hoofd en houdt het boven het standbeeld ernaast. „Deze hier is onthoofd, maar haar gezicht is nog altijd schitterend”, zegt ze. „We proberen schoonheid te vinden in de verwoesting.”

Mary Cochrane houdt het gouden hoofd van een standbeeld vast dat na de explosie van de romp is afgeblazen. Foto Diego Ibarra Sánchez

Met dat doel voor ogen – en in een poging om fondsen voor de restauratie te werven – besloten Mary en Roderick een nieuwe weg in te slaan: hun paleis moet een museum worden. Terwijl zijzelf op de eerste verdieping blijven wonen, zullen de tuinen en de begane grond opengaan voor het publiek. Net als het al bestaande Sursock Museum een paar straten verderop, dat een neef van Roderick aan de stad schonk en sinds 1961 een museum is.

RestART

Het initiatief voor de transformatie van het Sursock Paleis kwam van RestART, een collectief van jonge Libanese en Europese ondernemers uit de culturele sector. De woordspeling in de naam zegt het al: hun idee is om door restauratieprojecten Beiroet te helpen opnieuw te beginnen.

Lees ook: Kunst zal Beiroet moeten vernieuwen

Is restaureren van musea niet een wat elitaire bezigheid, nu de helft van het land onder de armoedegrens leeft? „Natuurlijk hebben veel mensen andere prioriteiten”, erkent medeoprichter van RestART Joseph El Hayek, terwijl hij neerstrijkt in de uitgestrekte tuin van het Sursock Paleis. „Maar ik verzeker je: deze stad snakt naar meer groen en openbare ruimtes. De voorwaarde voor onze hulp bij de fondsenwerving is dan ook dat het paleis en de tuin voor iedereen toegankelijk worden.”

Vergane glorie

Wat Joseph El Hayek (28) betreft zijn kunst en cultuur bovendien niet minder relevant in tijden van crisis. Hij ziet het herstel van cultureel erfgoed juist als een krachtig medicijn tegen het collectieve pessimisme waar Libanon aan lijdt. „Bijna alle jongeren willen weg”, zegt El Hayek. „Om dat te voorkomen, moeten we laten zien waarom dit land de moeite waard is. Deze restauratie gaat niet alleen over wederopbouw na de explosie, maar om het herstel van Beiroet als dé culturele hub van het Midden-Oosten.”

Lees ook over de economisch crisis in Libanon: Als er één dingetje misgaat, is het in Tripoli game over

De Sursocks en hun paleis staan symbool voor die vergane glorie. De van oorsprong Grieks-orthodoxe familie bekleedde hoge bestuurlijke posities in het Ottomaanse Rijk en vergaarde in de 19de en 20ste eeuw een enorm kapitaal met de graanhandel. Dankzij hun talenkennis en een reeks strategische huwelijken bouwden ze een machtig netwerk op van Alexandrië en Cairo tot aan Parijs en Napels. Zowel de Ottomaanse sultan Abdulhamid II als Franz Josef I van Oostenrijk waren in het Sursock Paleis te gast.

„Het was een extreem kosmopolitische wereld”, vertelt Mary Cochrane, die na de rondleiding ijsthee serveert in het tuinhuis waar de familie nu overnacht. „De grootvader van Roderick was diplomaat in Parijs namens het Ottomaanse Rijk. Zijn vrouw kwam uit Napels en verzamelde kunst. Daarom bezitten we de grootste collectie Italiaanse barok-schilderijen in het Midden-Oosten.”

Tijdens de Libanese Burgeroorlog (1975-1990) vertrok een groot deel van de familie naar Europa en raakte het paleis beschadigd bij bombardementen. Rodericks moeder Yvonne bleef achter en overzag na de oorlog de restauratie. Ze genoot een legendarische reputatie in de Libanese kunstwereld, maar de explosie van vorig jaar werd haar fataal: Lady Yvonne Sursock Cochrane overleed enkele weken erna op 98-jarige leeftijd aan haar verwondingen.

„Ze zat op het balkon vlak onder mij”, vertelt Mary Cochrane. Net als veel Libanezen houdt ze de regering verantwoordelijk voor de dood van haar schoonmoeder en die van meer dan 200 anderen. Libanese politici wisten immers van de opslag van het zeer explosieve ammoniumnitraat, maar deden niets om het gevaar tegen te gaan.

De verwoesting is dit keer vele malen groter dan na de burgeroorlog. Toch heeft Mary er naar eigen zeggen geen seconde aan gedacht om het paleis te verkopen en haar biezen te pakken. „The Sursocks don’t sell”, sist de vrouw des huizes streng. „Iedere generatie draagt een verantwoordelijkheid om voor het huis te zorgen. Net zoals Yvonne dat deed.”

Façade van het Sursock Paleis in Beiroet

Foto Diego Ibarra Sánchez

Jaren werk

Ook Joseph el Hayek van RestART zegt zich gebonden te voelen met het paleis. „Ik heb Lady Yvonne tien jaar geleden mogen interviewen voor een studieproject”, vertelt hij glunderend. „Als kind al vroeg ik me af hoe het er hier binnen zou uitzien. Daarom wil ik zo graag dat iedereen hier kan komen kijken.”

Daar zal nog jaren werk overheen gaan, al zit El Hayeks team niet stil. Veel schilderijen zijn inmiddels ingepakt en opgeborgen, mede dankzij een donatie van het Nederlandse Prins Claus Fonds. Enkele topstukken vertrokken naar Milan voor restauratie. De rest van de collectie is gecatalogiseerd in samenwerking met een kunsthistoricus van University College London.

Ondertussen blijft het zoeken naar donoren. Met de tot nu toe gevonden fondsen is een deel van het marmer en een aantal meubelstukken hersteld. De volgende taak is de restauratie van de noordelijke façade van het paleis, dat op de haven uitkijkt. Geschatte kosten: 250.000 dollar (210.000 euro).

De Libanese overheid heeft nog geen cent bijgedragen, aldus El Hayek, maar dat zit hem niet in de weg. Na het Sursock Paleis hoopt hij zich toe te leggen op de restauratie van het verlaten operagebouw en van ‘het Ei’, een iconische bioscoop die door de burgeroorlog nooit is afgebouwd.

Gevraagd of hij niet liever zijn vrienden achterna gaat en Libanon verlaat, schudt El Hayek zijn hoofd. „Dat kan helemaal niet”, aldus de twintiger. „Er is hier nog veel te veel werk te doen.”