Het is zomer, bijna alles is dicht

Maar dat mag de zomerpret niet drukken, schrijft .

Bij mij in de buurt zijn geen komkommers meer te koop, behalve dan die in armoedige plastic geklede exemplaren die tot het waterige assortiment van mijn supermarkt behoren. Mijn groenteman is sinds zaterdag officieel met vakantie.

„Waar ga je naartoe?”, had ik hem nog gevraagd, de laatste dag dat hij open was, in de halflege winkel. Hij had zijn schouders opgehaald. „Ik blijf hier.” Ik knikte. „Ik ook.”

En ook bij de Turkse groenteman verderop hangt nu een briefje op het raam. Ze zijn twee weken naar Antalya, na twee jaar onafgebroken te hebben gewerkt. „Het is nodig”, had hij me nog toevertrouwd voor vertrek.

Bij hem kocht ik bosjes munt, peterselie en koriander, een blok feta, rode uien, olijven en een pot yoghurt. „Vergeet de komkommer niet”, zei hij.

Vanaf volgende week is ook de poelier weg. En de bloemist. De visboer. Het is zomer en de uitverkoop is bijna uitverkocht. Er zijn meer parkeerplaatsen beschikbaar, de kranten zijn dunner en alleen Zomergasten is nog op televisie. Mijn balkon heb ik opgeknapt met bloemen van vorig jaar. De nieuwe hangmat – voor twee want je weet nooit wat de zomer brengt – is al in gebruik.

Met een vriendin pakte ik de pont naar Amsterdam-Noord. De tocht voelde als een drie minuten durend vakantie-intermezzo. Klaar voor de donkere zalen van de bioscoop waren we niet, maar het terras van EYE oogde uitnodigend. We genoten van een glas rosé en keken in stilte naar het eindeloze waterballet van vrachtschepen en veerboten.

In de verte zag ik het Bimhuis en kreeg een diep gevoel van nostalgie naar live muziek en gezelschap van jazzliefhebbers. Een vriendelijke ober onderbrak mijn reverie. Wat we wilden eten, was zijn vraag. Een salade met bieten, feta, rode ui.

Ik vermaak me, deze zomer. Geen komkommer in zicht.