ABN: hoogste staatsschuld ooit is nog steeds geen probleem

Herstelbeleid Landen hebben zich diep in de schulden gestoken. Blijf investeren, adviseren ABN-economen nu. Er is geen reden voor zuinigheid.

De economen moedigen slimme investeringen aan die toekomstige groei bevorderen, „bijvoorbeeld in infrastructuur”.
De economen moedigen slimme investeringen aan die toekomstige groei bevorderen, „bijvoorbeeld in infrastructuur”. Foto David van Dam

Nog nooit heeft de eurozone zich zó diep in de schulden gestoken. De gemiddelde staatsschuld in de landen die de euro als betaalmiddel gebruiken, bedroeg begin dit jaar 100,5 procent, meldde statistiekbureau Eurostat vorige week. Daarmee was de staatsschuld voor het eerst sinds de invoering van de euro in 2002 groter dan de omvang van de economie.

Maar er is geen enkele aanleiding om daar zenuwachtig over te worden, schrijven drie economen van ABN Amro deze donderdag. Ook de komende jaren is het verstandig als overheden niet zuinig zijn, maar volop investeren in de toekomstige groei van hun economie.

De ABN-economen onderzochten de zes grootste economieën van de eurozone (Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje, Nederland en België), de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Van deze landen heeft Nederland verreweg de laagste staatsschuld (ongeveer 55 procent van het bruto binnenlands product), gevolgd door Duitsland (bijna 70 procent). Italië voert de lijst aan met een schuld van zo’n 156 procent van de economie.

Het bijzondere is dat die grote schuldenlast vrijwel pijnloos is voor deze acht landen. Het bedrag dat zij kwijt zijn aan rentebetalingen over hun staatsschuld was voor hen – op Spanje na – nog nooit zo laag. Met dank aan de centrale banken, die de rentes nog altijd op een uitzonderlijk laag niveau houden.

De kans dat de rente gaat stijgen is bijzonder klein, volgens de ABN-economen

Maar wat als de rente toch weer gaat stijgen? Kunnen overheden hun gigantische schuldenlast dan wel terugbetalen? Die kans is bijzonder klein, volgens de economen. Zij voorzien dat de rente nog lange tijd laag blijft. Eén risico op renteverhogingen noemen zij wel: een hoge inflatie. Als de consumentenbestedingen bijvoorbeeld zó hard toenemen dat de prijzen in rap tempo worden opgedreven, kan het zijn dat centrale banken daartegen in actie willen komen. Door de rentetarieven te verhogen, kunnen zij sparen stimuleren en lenen ontmoedigen.

Lees ook dit interview met DNB-president Klaas Knot: ‘Nu is het moment voor verdere afbouw van de hypotheekrenteaftrek’

Maar als dat gebeurt, zal die hoge inflatie niet lang aanhouden, verwachten de ABN-economen. En voor een overheid wordt de hoge rente pas problematisch als die langdurig hoog blijft, zegt Aline Schuiling, een van de auteurs. „Schulden hebben een lange looptijd. En dat is ook goed: als de rente laag is, is het verstandig om die voor een lange tijd vast te leggen.”

In de meeste van de onderzochte landen zal de staatsschuld dit jaar zijn hoogtepunt bereiken, om daarna langzaam te dalen, verwachten de economen.

Zij vinden het verstandig dat er al veel plannen klaarliggen voor grootschalige investeringen. Zoals het Groeifonds in Nederland, ter waarde van 20 miljard euro. En het Europees Herstelfonds (750 miljard euro), dat er kwam ondanks het aanvankelijke verzet van Nederland. Schuiling: „Hiermee kun je op de langere termijn op een hoger groeipad komen.” En als de economie groeit, daalt de relatieve staatsschuld vanzelf. Die wordt immers gemeten als percentage van het bruto binnenlands product.

Lees ook: Hoe gaat Italië om met de royale Europese coronasteun?

Maar dat werkt alleen als met dit geld slimme investeringen worden gedaan, zegt Schuiling, die de toekomstige groei bevorderen. „Bijvoorbeeld in infrastructuur, ict, groene energievoorzieningen. Dan kun je op termijn een hogere groei krijgen.”