Recensie

Recensie Film

Hoe reageer je op een zwijgende cameraman voor de deur?

Documentaire In de experimentele documentaire ‘A Man and a Camera’ belt Guido Hendrikx zwijgend aan bij willekeurige mensen en filmt hun reactie, die varieert van vijandig tot gastvrij.

Wat te doen als er een zwijgende man met een camera voor de deur staat? Beeld uit de documentaire ‘A Man and a Camera’.
Wat te doen als er een zwijgende man met een camera voor de deur staat? Beeld uit de documentaire ‘A Man and a Camera’.

Het medium film is bij uitstek geschikt om de toeschouwer te laten reflecteren over de vraag ‘wat zou ik doen in deze situatie?’ Dat geldt voor een speelfilm als Indecent Proposal (1993), waarin een miljardair een getrouwde vrouw een miljoen dollar biedt om met haar naar bed te mogen, maar ook voor documentaires als A Man and a Camera.

Hierin gaat filmmaker Guido Hendrikx (Stranger in Paradise, 2016) op pad met een camera op zijn schouder. De kijker ziet alleen zijn schaduw of zijn reflectie. Hij belt bij willekeurige mensen aan, zwijgt als zij iets vragen en registreert hun reactie. Het spreekt voor zich dat die reacties variëren, van vijandig („bent u mij aan het filmen?”, waarna een flinke optater volgt) tot open („waar is dit voor?”) en nieuwsgierig („u kunt niet praten?”). Tekenend is de vrouw die „ik doe de deur dicht hoor” zegt maar hem vervolgens toch op een kiertje laat. Achterdochtig én nieuwsgierig tegelijk.

Hendrikx hanteerde drie regels bij het filmen van zijn experimentele documentaire: naast stug zwijgen gaf hij ook geen non-verbale signalen af, degene die voor de camera kwam bepaalde hoe lang het shot zou duren en hij filmde in alledaagse omgevingen, in willekeurige wijken. We zien dus veel non-descript asfalt, stoepjes, deuren en opritten.

In de eerste helft krijgt Hendrikx vooral te maken met afwijzing, met als exemplarisch voorbeeld de man die zijn gezicht achter boombladeren verstopt. Wel kijken de meeste mensen terug, soms lacherig, waarbij het meeste ongemak toch vooral voort lijkt te komen uit het feit dat Hendrikx consequent zwijgt, zelfs als hem gevraagd wordt of hij een koekje of koffie wil.

De omslag komt als hij naar binnen mag bij een gastvrij echtpaar dat op hun kleinkinderen past. Bij hen gaat hij twee keer langs, de tweede keer blijft hij tot ’s avonds laat („ga lekker slapen, doei”). Bij een vriendelijke man gaat hij zelfs drie keer langs. De eerste keer waarschuwt hij Hendrikx voor de buurtpreventie-app, de tweede keer („ha vriend”) mag hij binnenkomen en de derde keer („hé grote vriend”) mag hij alleen in huis achterblijven terwijl de man zijn kleinzoon naar school brengt. Zijn eerdere terzijde tegen deze kleinzoon is heel geestig „Als-ie maar niet van D66 is, dan heeft-ie een vet probleem.”

Vraag is wel wat A Man and a Camera sociologisch gezien nou oplevert, wat zegt deze film over de Nederlandse volksaard? Ook weer een vraag om over te reflecteren.