Opinie

Bouw een zeedijk om Nederland heen, om nog grotere overstromingen te voorkomen

Slechts honderd kilometer westelijker had de regen van afgelopen week nog veel ernstiger overstromingen veroorzaakt. Nederland kan niet achteroverleunen, schrijft
Straatverlichting is waterverlichting geworden bij Arcen (op de achtergrond) in Limburg, door hoog water in de Maas.
Straatverlichting is waterverlichting geworden bij Arcen (op de achtergrond) in Limburg, door hoog water in de Maas. Foto Vincent Jannink / ANP

Wat als de diepe, langzaam bewegende depressie die de recente overstromingen in Duitsland, België en Nederland veroorzaakte een iets andere positie had gehad? Moet Nederland zich zorgen maken? Ja. We moeten maatregelen nemen om een ramp in de toekomst te voorkomen.

Door de relatief sterkere opwarming van de polen, ten opzichte van de evenaar, worden straalstromen zwakker en blijven hoge- en lagedrukgebieden langer aanwezig op eenzelfde plaats. Met zogenoemde ‘quasi-stationaire’ weersystemen tot gevolg. Een studie van Newcastle University en het Met Office Hadley Centre geeft aan dat de kans op dit soort weersomstandigheden – wekenlang regen, gevolgd door hoosbuien met 200 tot 300 millimeter regen in 48 uur – tegen het eind van de eeuw tot wel veertienmaal zo groot is. Ofwel een frequentie van eens in de zeven jaar.

De depressie, die zich nu nestelde in Centraal-Europa, had ook 100 kilometer westelijker kunnen liggen. De waterstromen zouden dan niet via de Rijn en Maas afgevoerd zijn, maar hoofdzakelijk via de Maas. De projecten Maaswerken en Ruimte voor de Rivier ten spijt zou de Maas dan zeker overstroomd zijn. Valkenburg was ernstig, maar Limburg en het rivierengebied zijn aan een nog veel grotere ramp ontsnapt.

Een tweede reden waarom Nederland zich zorgen moet maken is de doorgaande temperatuurstijging. Nu al wordt de 1,5 graad opwarming geraakt, die in Parijs voor 2100 als streefwaarde is overeengekomen. Volgens het Emissions Gap Report 2020 van het Milieuprogramma UNEP van de Verenigde Naties is de kans groot dat de temperatuur aan het eind van deze eeuw meer dan 3 graden is gestegen.

Gevolg is dat de depressies dan niet alleen nog meer vocht kunnen vasthouden maar zoveel energie bevatten dat ze ook aanzienlijke stormen kunnen ontwikkelen. Ligt zo’n depressie langdurig in een gebied ten noorden van Nederland dan is een combinatie te verwachten van de watersnood van 1953 en de recente overstromingen.

Algehele overstroming

Wat er dan gebeurt is interessant: de westerstorm jaagt het water gedurende meerdere dagen tot minstens vier meter hoogte tegen de kust. De stormvloedkeringen sluiten langdurig om te voorkomen dat het hoge zeewater de rivieren in stroomt. Ondertussen voeren de grote rivieren immense hoeveelheden regenwater af richting zee. In het benedenrivierengebied hoopt zich dat op omdat de gesloten stormvloedkeringen afvloeiing naar zee verhinderen. Grote delen van de Randstad, het rivierengebied en de Zuidwestelijke Delta (Zeeland, Zuid-Hollandse eilanden, westelijk Noord-Brabant) overstromen.

Alsof dit nog niet genoeg is komen er nog twee aspecten bij. De zeespiegelstijging veroorzaakt, in het geval van zware storm, dat de stormvloedkeringen nog langer gesloten zullen blijven wat de kans op ophoping van rivierwater en bijgevolg overstroming vergroot.

Lees ook dit artikel: Nederland krijgt vaker te maken met extreme regenval

Daarnaast veroorzaakt een depressie die meer energie bevat zwaardere stormen. Zo zwaar dat uitval van belangrijke delen van de infrastructuur, waaronder de elektriciteitsvoorziening inclusief noodstroomvoorziening, niet is uit te sluiten. Uitval van elektriciteit betekent dat de stormvloedkeringen niet kunnen openen en dat pompen niet draaien. Algehele overstroming is het gevolg.

Tijdige maatregelen zijn noodzakelijk om dit soort rampen te voorkomen. ‘Tijdig’ betekent hier niet alleen ‘op tijd’, maar zeker ook ‘snel’. Want de kans op deze ernstige overstromingen bestaat nu dus al.

Het plan

Binnen het Kennisprogramma Zeespiegelstijging (KPZSS), in 2019 ingesteld door de minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Deltacommissaris, moet dan ook haast gemaakt worden. Het Kennisprogramma doet voorstellen om Nederland blijvend te beschermen tegen een stijgende zeespiegel en een hogere rivierafvoer. Tegelijkertijd moet ook bij lage rivierafvoer en langdurige droogte de zoetwatervoorziening en het tegengaan van verzilting gewaarborgd zijn. Een opgave van formaat.

Verschillende plannen zijn ingediend, uiteenlopend van Nederland prijsgeven aan de zee tot het afdammen van de gehele Noordzee. Een meer realistisch plan is ‘De Haakse Zeedijk’: een plan dat Nederland beschermt tegen de zwaarste stormen, de hoogste zeespiegel en de grootste rivierafvoeren. Bovendien verzekert het, ook in droge tijden, de zoetwatervoorziening en gaat het verzilting tegen.

Lees ook dit artikel: Nederland werd verrast, is de waterhuishouding wel op orde?

Het plan, genoemd naar zijn medebedenker Rob van den Haak (1929-2019), omvat een nieuwe, hoge en brede duinachtige dijk van Walcheren naar Den Helder, zo’n 10 tot 25 kilometer buiten de huidige kust. Tussen de huidige en nieuwe kust ontstaan bekkens op het huidig peil van 0 NAP, waarin het rivierwater, niet gehinderd door storm, vrij uitstroomt. In de nieuwe dijk staan grote gemalen die het bekkenwater naar zee pompen. De bekkens, die voldoende buffercapaciteit hebben om een periode van elektriciteitsuitval te overbruggen, zijn zoet of brak en voorkomen dat zout water het land indringt, waarmee verzilting wordt voorkomen.

Het plan is gefaseerd realiseerbaar, afhankelijk van de actuele noodzaak: adaptief Deltamanagement. Er kan met een deel – voor de Zeeuwse kust – begonnen worden. Maar ook in het hogere deel van de rivieren zijn maatregelen nodig om de doorstroming te verbeteren. In zijn ultieme vorm wordt de Zeedijk naar het zuiden uitgebreid tot Calais in Frankrijk en naar het noorden tot Gotenburg in Zweden en heet dan ‘De Europese Zeedijk’.

Ja, het is een groot project, maar het is noodzakelijk om de waterproblemen die Europa op zich ziet afkomen het hoofd te bieden.