Reportage

Zuipen, blowen en dan in je auto overnachten – Amsterdam bindt de strijd aan met ‘autoslapers’

Toerisme Na veel drank en drugs de nacht doorbrengen in de auto? Verboden. Op pad met het ‘slapersteam’ van de Amsterdamse boa’s. „Ik ben blij dat de Engelsen er deze zomer niet zijn.”

Amsterdamse boa’s zoeken toeristen die vooral zuipen en drugs gebruiken en daarna ’s nachts in hun auto slapen.
Amsterdamse boa’s zoeken toeristen die vooral zuipen en drugs gebruiken en daarna ’s nachts in hun auto slapen. Foto’s Roger Cremers

Ze zitten er wat verdwaasd en beteuterd bij, de vier Franse twintigers. Maar ja, wat wil je, als je zojuist ruw gewekt bent na een lange nacht feesten in de Amsterdamse binnenstad. En als er een viertal handhavers naast je grijze Peugeotje staat met slechts één vraag, of liever gezegd eis: je identiteitskaart – en snel graag!

Voor ze het weten zijn de vier Fransen een boete van 150 euro armer. Per persoon welteverstaan – ter plaatse af te rekenen met een mobiel pinapparaat. „Oké, ze hebben allemaal betaald”, zegt handhaver Annemarie. „We kunnen verder.”

Sinds een paar jaar bindt de gemeente Amsterdam de strijd aan met autoslapers: toeristen die komen om te zuipen, te blowen en andere drugs te gebruiken, en vervolgens de nacht doorbrengen in hun autootje. Lekker goedkoop, maar verboden. Gemeenten kunnen deze maatregel in de Algemene Plaatselijke Verordening zetten, en Amsterdam deed dat. Dus rijden de boa’s van het ‘slapersteam’ in alle vroegte deze zondag over de grachten.

Lees ook dit artikel: Afscheid van de buitenlandse blower

Nu de toeristen en dagjesmensen sinds dit voorjaar weer naar Amsterdam komen, zet burgemeester Femke Halsema de slapersteams vaker in. De buitenlandse blower is het soort toerist dat het stadsbestuur liever kwijt is dan rijk. Hij – het zijn vrijwel altijd jonge mannen – geeft nauwelijks geld in de stad uit en zorgt voor overlast. Bovendien wil Amsterdam af van zijn imago als internationaal walhalla van seks, drugs en rock-’n-roll.

Kleine auto, beslagen ramen

De autoslapers zijn vooral Fransen, zegt handhaver Sarah, als we weer zijn ingestapt. „Die zijn het gewend, want daar mag het wel.” Maar ze treft ook jongens uit Duitsland, Italië, Polen („nemen vaak hun eigen sterke drank mee”) en af en toe een Nederlander. Slapers herkennen is niet zo moeilijk: buitenlands nummerbord, kleine auto, beslagen ramen. „Als de deur opengaat, moet je wel even je adem inhouden vanwege de stank. En ze poepen en plassen op straat.”

Een paar honderd meter verderop is het weer raak. Opnieuw Franse jongens, opnieuw in een klein Peugeotje. Ze zijn al wakker geschud door collega-handhavers. „Ze spreken geen woord Engels, en ze hebben geen rijbewijs of identiteitskaart bij zich”, moppert handhaver Job. Dat zou een reden kunnen zijn om de politie erbij te halen, maar de boa’s gooien het deze ochtend over een andere boeg. De boetes worden ‘op adres gezet’: ze krijgen hem in Frankrijk thuisgestuurd.

Is this yours, sir?”, vraagt Sarah voordat ze vertrekt, wijzend op een leeg blikje Ice Tea dat naast de auto staat. Schielijk wordt het blikje binnenboord gehaald.

Als de deur opengaat, moet je wel even je adem inhouden tegen de stank

Sarah handhaver

Sarah – klein, van Saoedische komaf, boa-petje boven op haar hoofddoek – doet haar werk met een mix van strengheid en compassie. Ze geeft de autoslapers op hun donder, maar zwervers die op trappen en in portieken liggen („mijn vrienden”) laat ze ongemoeid. Twee buitenlandse jongemannen die op het Rokin boven een luchtrooster liggen te slapen, stuurt ze wél weg. „It’s bad for your health.” Mokkend gaan ze ervandoor, nog snel hun halflege zak chips meegraaiend.

De slapers reageren vanochtend beheerst, zegt Sarah. Maar dat gaat ook weleens anders: dan worden ze agressief, gaan ze schreeuwen. „Sommige schelden je uit. Vooral Fransen van Algerijnse en Tunesische afkomst. En als je Engelse of Roemeense nummerborden ziet, dan moet je de politie inschakelen.”

„Ik ben blij dat de Engelsen er deze zomer niet zijn”, zegt Sarahs collega Fung, die de auto bestuurt.

Een man en diens vrouw slapen in de auto met een groot knuffelbeest. Foto Roger Cremers

Roze knuffeleenhoorn

We stoppen om de hoek van de Kloveniersburgwal. Op een laad- en losplek staat een Ford met een Duits kenteken geparkeerd. Achter het stuur ligt een man te slapen, met naast zich zijn vrouw en een grote roze knuffeleenhoorn. Als Sarah op het raam bonkt, schiet de man de lucht in. Hij grabbelt naar zijn bril en opent het portier.

Do you speak English?” De man schudt zijn hoofd.

„Arabisch?” Ja, dat wel.

Er volgt een verhitte discussie in het Arabisch – én in het Engels, dat de man ineens wel blijkt te beheersen als Sarahs collega’s het woord tot hem richten. Het betalen van de boete lukt niet: op geen van zijn bankpasjes staat geld. Zijn vrouw staart slaapdronken en gelaten voor zich uit.

„Dit is voor het eerst dat ik niet in m’n auto mag slapen”, zegt de man.

Sarah: „Voor het eerst waar?”

„In de wereld.”

„We zijn in Amsterdam. Hoeveelste keer in Nederland is dit voor je?”

„Mijn eerste keer.”

„En de laatste!”

De oogst na twee uur rondrijden in de binnenstad: twaalf slapers, van wie er negen meteen hebben betaald. Het is rustiger dan een paar weken geleden, toen Nederland nog niet op rood stond. Of dan met Oud en Nieuw, toen hadden ze er tweehonderd op één ochtend. Maar dat de autoslapers weer in aantal zullen toenemen als het toerisme vaart krijgt, daar twijfelen de handhavers niet aan.

Vlak voordat de slapersdienst erop zit, het loopt tegen acht uur ’s ochtends, rijden we opnieuw over het Rokin. De twee jonge zwervers zijn terug op het luchtrooster – en diep in slaap. Sarah en Fung schudden ze opnieuw wakker. „Wil je iets drinken?” vraagt Sarah aan de jongste van het stel, waarna ze hem meetroont naar de cafetaria om de hoek. Hij krijgt zwarte koffie en een kaascroissant. „Dit soort jongens heeft dat echt nodig.”

Lees ook dit artikel: Amsterdam zet zich schrap voor drukke toeristenzomer