Recensie

Recensie Media

Zomergast Roxane van Iperen was zo feitelijk als een pleitnota

Zomergasten Met fragmenten over de maffia, kinderobesitas, een zelfbenoemde priester en Auschwitz vertelde Zomergast Roxane van Iperen haar verhaal. Over het grote grijze gebied tussen schuld en onschuld.

Het verhaal van Zomergast Roxane van Iperen was scherp als een column.
Het verhaal van Zomergast Roxane van Iperen was scherp als een column. VPRO

„Twijfel jij?”, vraagt interviewer Janine Abbring aan de tweede Zomergast van dit seizoen, jurist, columnist en schrijver Roxane van Iperen. O ja, antwoordt de geïnterviewde. Ze twijfelt aan alles. „De som klopt nooit.”

We zitten in de laatste minuten van de uitzending, en Abbring lijkt verbaasd door haar eigen verbazing. Ze heeft drie uur met haar gast gesproken en haar geen keer echt aan het wankelen gebracht, of haar op een ander idee kunnen brengen. Ze is, zegt ze, „omver geblazen door de stelligheid” waarmee Roxane van Iperen sprak.

En inderdaad, het verhaal van Van Iperen was feitelijk als een pleitnota, scherp als een column, en vrijwel alle fragmenten die ze toonde dienden als argumenten voor wat ze over wilde brengen: tussen dader en slachtoffer zit een groot grijs gebied. En in die grijze zone bevinden zich schuldige slachtoffers en onderworpen daders. Voor twijfel was weinig ruimte, net zo min als voor vertier.

Oké, er was ook één keer dans – spectaculair vervreemdend – en één keer, op het einde, muziek – spectaculair ontheemd – en er waren fragmenten van twee comedians – Hannah Gadsby en Louis CK. Maar ook die, of misschien juist die, onderstreepten haar punt. Tussen schuld en onschuld, waarheid en leugen, dader en slachtoffer zit ook overlapping.

Maffia

Het eerste fragment, uit de documentaire Shooting the mafia, zette haar betoog in de grondverf. Te zien is de Italiaanse Letizia Battaglia die als nieuwsfotograaf voor de krant de wandaden van de maffia vastlegde. Het waren de jaren tachtig, een tijd waarin de Cosa Nostra duizend man omlegde. Per jaar. Zij legde die mattanza, dat bloedbad, 19 jaar lang vast en haar beelden wakkerden het verzet aan tegen de verlammende greep van de maffia op het land en de bevolking.

De macht van de maffia was onbreekbaar, zegt Van Iperen, omdat de slachtoffers ervan aanvankelijk baat hadden bij haar bestaan. De maffia beschermde, de bevolking betaalde ervoor. „Gijzeling door schuld”, noemt zij het. Zie daar de wegkijkende mens, die betaalt en zwijgt. Met haar ‘bloedarchief’ aan beelden boorde fotograaf Battaglia een kijkgat, een loop hole in het systeem waarin onderdrukkers en onderdrukten elkaar gevangen hielden.

Een televisiefragment uit 1969, waarin Gerard Reve voor de VPRO een televisie-avond mocht verzorgen waarin hij de macht van de katholieke kerk ter discussie stelt. Daarna een stukje uit de documentaire Fed Up waarin presidentsvrouw Michelle Obama de macht van de voedingsindustrie probeert in te dammen. Plukken aan de macht moet, zegt Van Iperen. Kan of mag dat niet, dan stolt die macht.

Kinderobesitas

Michelle Obama verslikte zich in de uitgekiende strategie van de voedselproducenten die beloven mee te werken aan haar poging om de kinder-obesitas in Amerika te bestrijden. Ze zullen 1,5 biljoen minder calorieën produceren. Dat komt neer op 14 calorieën minder per Amerikaan per jaar. Eén hap, één slok. De verantwoordelijkheid voor die veel te dikke kinderen wordt vervolgens subtiel verschoven van een maatschappelijk naar een individueel probleem. Niet de industrie die de troep maakt heeft schuld, maar de ouders die die troep voor hun kinderen kopen en de kinderen die niet willen bewegen. Het slachtoffer wordt medeschuldig gemaakt.

Lees ook: Zomergast Floris Alkemade laat de traagheid toe

Abbring probeert een gaatje te schieten in de stelligheid waarmee Van Iperen de rollen verdeelt in de film Corpus Christi, waarin een jeugd-delinquent zichzelf tot priester benoemt in een klein Pools plaatsje. Van Iperen heeft het niet zo op de zelfbenoemde priester en vergelijkt hem met een louche klusjesman. Is het niet een goede klusjesman, alleen met een verkeerde vooropleiding?, oppert Abbring. „Want in zijn rol als priester helpt hij de dorpelingen wel.” Van Iperen twijfelt zelfs niet even, over leugens en onwaarachtigheid weigert ze heen te stappen.

Nog een kijkgaatje als Abbring begint over de jeugd van Van Iperen, die „onveilig” en „ongelukkig” was. Van Iperen houdt haar hand er stevig voor. „Als ik aan een prachtige tafel zit, wil ik het met de timmerman over de tafel hebben, niet over dat zijn vader hem vroeger met een stuk hout op z’n kop sloeg.”

Medeplichtigheid

Gijzeling door schuld komt terug in het fragment uit de keuzefilm van de avond: Das weisse Band van Michael Haneke. In een klein Duits dorpje zit de bevolking gevangen in een zelfgesponnen web van straf en schuld. Ouders en kinderen zijn daders en elkaars slachtoffer tegelijk. Vanaf daar is het nog maar een klein stapje naar het systeem waarin medeplichtigheid aan onderdrukking is geperfectioneerd.

In de documentaire Zeugen – Aussagen zum Mord an einem Volk komt een Poolse, Joodse bakker aan het woord, die in Auschwitz te werk gesteld was bij de gaskamers. Mensen erin, doden eruit. Ja, hij overleefde het kamp. Maar, zegt hij, hij is geen mens meer. Was hij slachtoffer, dader, collaborateur? Hij verkeert in de grijze zone waar deze avond over ging.