Veerkrachtig Randstad moet niet te vroeg juichen

Deze rubriek belicht iedere week ontwikkelingen op de beurs. Ditmaal: economische graadmeter Randstad.

Wie de tijd achttien maanden terugspoelt en een blik werpt in de boeken van uitzendconcern Randstad, ziet weinig verschil met nu. Zowel wat betreft het aantal geplaatste uitzendkrachten als winstgevendheid zit het bedrijf nagenoeg op het niveau van vóór de coronapandemie. Alsof er niets gebeurd is.

Dat Randstad (jaaromzet 20,7 miljard euro) zo snel is opgekrabbeld en zijn beurskoers ruimschoots verdubbeld is sinds het dieptepunt in april 2020, komt voor een belangrijk deel door de enorme behoefte aan flexwerkers nu de economie weer opbloeit. De vraag naar tijdelijk personeel is niet alleen groot in Nederland, maar ook in Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten – juist markten die voor Randstad van belang zijn.

„In deze landen is de werkloosheid bovendien kunstmatig laag gehouden door de overheid”, zegt analist Konrad Zomer van ABN Amro. „Die heeft in feite het in dienst houden van personeel gefinancierd door loonkostensubsidies. En Amerika is niet zo diep gevallen. Daar heeft Randstad geen overheidssteun gehad.”

In Nederland wel: hier ontving Randstad 97 miljoen euro loonsteun bij de eerste NOW-ronde. Geld dat het bedrijf, anders dan bijvoorbeeld het fel bekritiseerde Booking.com, niet terugbetaalt.

Toen bekend werd dat Randstad over 2020 wel een verhoogd dividend uitkeert, van 3,24 euro per aandeel, leidde dat tot gefronste wenkbrauwen. „Ik snap dat”, zegt Zomer. „Maar ik mis wel de nuance. Randstad heeft niets op de balans laten staan, of in een potje gestopt. Het heeft de NOW-steun gebruikt om salarissen van uitzendkrachten één op één door te blijven betalen.”

Ook keerde Randstad vorig jaar uit onzekerheid over de corona-uitbraak over 2019 geen dividend en bonussen uit.

De terugkeer van het dividend heeft, naast de lage schulden te maken met optimisme dat de wereldeconomie sneller hersteld dan eerder gedacht. Randstad-topman Jacques van den Broek was bij de laatste kwartaalcijfers in februari een van de eersten die de vlag uithing.

„Dat was nog voor de uitbraak van de Deltavariant”, zegt econoom Bert Colijn van ING. „Door dit soort virusvarianten blijft de zorg over coronabeperkingen zoals thuiswerken bestaan. Maar omdat de vaccins goed werken, lijkt het er in eerste instantie niet op dat dit tot nieuwe lockdowns zal leiden.”

Colijn begrijpt wel waar de jubelstemming van Randstad vandaan komt. „We staan op een punt in de economie waarop de maakindustrie het enorm goed doet en consumenten gretig geld uitgeven. Het probleem is juist de input om aan alle vraag te voldoen. Het herstel is vrij snel gekomen nadat de restricties zijn losgelaten. Dat is heel anders dan tijdens de vorige crisis.”

Wel plaatst zowel Zomer als Colijn een kanttekening bij dit herstel. Waar Randstad zelf geen beroep deed op de aangeboden verlenging van de NOW-steun, deden veel van zijn klanten dat wel. Zomer: „Er worden op die manier nog best veel bedrijven in de lucht gehouden. Als die steun in de voor Randstad belangrijkste landen stopt, kan dat best tot gevolg hebben dat je dan een golf van faillissementen en ontslagen krijgt. En daarmee minder vraag naar tijdelijk werk.”

Ook voor Colijn levert het afbouwen van de coronasteun nog veel vragen op. „In Nederland gaat dat in rondes en je ziet dat de vraag afneemt. Maar wat als de steun helemaal wegvalt?” Er zijn volgens hem genoeg collega-economen die zeggen dat je ondernemingen in crisistijd niet te lang moet steunen, omdat er ook ongezonde, niet-levensvatbare bedrijven tussen zitten. „Dus al helemaal de vlag uithangen, lijkt mij nog iets te vroeg.”

Randstad presenteert dinsdag zijn tweedekwartaalcijfers.