Opinie

Typisch Arnhems

Marcel van Roosmalen

We waren op mini-vakantie in Arnhem, stad der steden. De bomen, hotel Molendal, de herten in Sonsbeekpark, de Steenstraat, ijs van Trio. Alleen maar slimme, belezen, vriendelijke mensen ontmoet, en wat Vitesse-supporters. Ook erg aardig. We streken met de groep neer op mijn favoriete terras aan de Velperbuitensingel. Lucie van Roosmalen (5) en Leah van Roosmalen (4) begonnen direct rond te rennen. Dat kan in Arnhem, de mensen incasseren kinderkattekwaad met een glimlach, volledig vertrouwend op de harde hand van de ouders die naar goed Arnhems gebruik wel aan de noodrem trekken als het onverhoopt uit de hand loopt.

„Leven en laten leven”, zeiden de dames naast ons toen we ze vroegen of ze geen last hadden van twee kinderen die rondom een parasol zwierden. Ik trok weer de oneerlijke parallel tussen onze woonplaats Wormer en Arnhem, die natuurlijk in het voordeel van mijn geboorteplaats uitpakte.

Typisch Arnhems vond ik dat iemand het gesprek afluisterde en daarna quasi spontaan nog even kwam zeggen dat hij het zielig voor ons vond dat wij in de Zaanstreek woonden.

Daarna hadden de vriendin en ik het over onze opvoedkunsten. We schonken elkaar heerlijke Arnhemse Italiaanse wijn bij en constateerden dat we het zo slecht nog niet deden. Frida van Roosmalen (0) lag, waarschijnlijk vanwege de Arnhemse lucht, tevreden te slapen in de kinderwagen en Lucie van Roosmalen en Leah van Roosmalen amuseerden het halve terras. Je las weleens dat kleine kinderen irritant zijn voor andere restaurantbezoekers, maar onze kinderen leken eerder een toevoeging.

„We zijn goede opvoeders”, spinde ik tijdens het voorgerecht intens tevreden.

Ik was nog niet uitgesproken of op het terras naast ons kantelde een tafeltje en viel een parasol om. Een man had een scherf van zijn bierglas in zijn arm. Een ondiepe vleeswond, wel veel bloed.

Lucie van Roosmalen rende naar ons toe om de dader aan te wijzen.

Daar zat ze!

Leah van Roosmalen huilde van schuld. We troostten ons kind, excuseerden ons bij de aanpalende tafeltjes, ook omdat we even tevoren nog zo luidruchtig hadden zitten opscheppen over de manier van opvoeden en ik liep naar de slachtoffers, van wie de man inmiddels was verbonden.

Wilden ze iets drinken?

Het slachtoffer en zijn vrouw wilden bier.

En of we alsjeblieft wilden beloven om met die kinderen in Wormer te blijven.

„Kom niet terug, het is hier niet leuk.”

Hele terras lachen.

Ik hou van Arnhem.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.