Tunesische democratie bungelt aan dun draadje na ‘coup’

Onrust in Tunesië De Tunesische president Saied greep zondagavond de macht in zijn land, dat al in een diepe crisis verkeerde. Betekent dat ook het einde van de democratie in de bakermat van de Arabische Lente?

Aanhangers van president Saied verzamelen zich bij het Tunesische parlementsgebouw.
Aanhangers van president Saied verzamelen zich bij het Tunesische parlementsgebouw. Foto Zoubeir/Souissi

Veel Tunesiërs hoopten al heel lang dat president Kais Saied de macht zou grijpen. Zij hadden hun bekomst van een parlementair bestel dat de laatste jaren vaak een onmachtige indruk maakte, terwijl het land zich economisch eerder achteruit dan vooruit bewoog en ook nog eens zwaar werd getroffen door corona. Dan liever een autoritaire leider die de regie strak in eigen hand neemt en het land nieuwe energie en elan geeft, vonden zij.

Ze werden zondagavond op hun wenken bediend door Saied, die op eigen gezag de premier van het land ontsloeg en het parlement buiten werking stelde. Het parlement en de gebouwen van de staatstelevisie werden door het leger omsingeld. Ook sloot de politie later het kantoor van de populaire zender Al Jazeera.

Parlementsvoorzitter Rached Ghannouchi, die het parlementsgebouw ’s nachts in wilde, werd tot zijn woede tegengehouden bij de poort en zag zich genoopt in zijn dienstauto een sit-in te beginnen.

Ghannouchi’s partij Ennahda, de grootste in het parlement, liet in een nogal optimistisch getinte verklaring weten: „Tunesië is het enige succesverhaal van de Arabische Lente en dat verhaal eindigt niet hier.”

Autoritair bestuur

Toch bungelt het lot van Tunesië’s democratie dezer dagen aan een dun draadje. Het is niet ondenkbaar dat ook het enige land waar de democratie na de Arabische Lente echt wortel leek te schieten, toch weer afglijdt naar een autoritair bestuur, zoals dat elders in de regio gewoon is en zoals ook Tunesië dat zelf voor de omwenteling van 2011 kende. Aanhangers van Ennahda en anderen die de parlementaire democratie een warm hart toedragen, vergeleken Saied al met de Egyptische president Abdul Fatakh al-Sisi. Na een democratisch intermezzo legde die het land in 2013 weer een repressief militair bewind op.

Lees ook: Onze revolutie is gestolen

Hoewel Saied zelf een voormalig hoogleraar constitutioneel recht is en verklaarde in overeenstemming met de grondwet van 2014 te handelen, is daar veel op af te dingen. De president beriep zich op artikel 80, op grond waarvan hij in een nationale noodtoestand extra bevoegdheden kan krijgen. Het parlement kan hij echter niet zomaar opschorten in zulke omstandigheden, laat staan de immuniteit van parlementsleden opheffen, zoals hij heeft gedaan. Bovendien had hij Ghannouchi en premier Hichem Mechichi vooraf moeten consulteren, wat evenmin lijkt te zijn gebeurd. Een handicap bij dit alles is dat een gepland constitutioneel hof er nooit is gekomen door onenigheid tussen de partijen over de te benoemen rechters.

Helemaal onverwacht kwam de coup van Saied, zoals zijn tegenstanders zijn manoeuvre noemden, niet. Een paar maanden geleden lekte via de website Middle East Eye al een plan voor een staatsgreep in Tunesië uit, waarbij de premier en de parlementsvoorzitter huisarrest zouden krijgen. Dat ging niet door, zo meldden sommige bronnen naderhand, omdat het leger zich niet achter de plannen schaarde.

Zonder morren

Kennelijk zijn de generaals, die in Tunesië anders dan in de buurlanden nooit een politieke hoofdrol hebben vervuld, op andere gedachten gekomen. Vannacht schaarden ze zich in elk geval impliciet achter de coup van Saied door zonder morren het parlement en de staatstelevisie te omsingelen.

Het was al maanden duidelijk dat Tunesië in de greep van een diepe politieke crisis verkeerde. De samenwerking tussen Saied, premier Hichem Mechichi en parlementsvoorzitter Ghannouchi stagneerde volkomen. Saied weigerde om door Mechichi voorgestelde nieuwe ministers te beëdigen omdat die volgens hem corrupt waren. Daarom worden negen ministeries al sinds januari door tijdelijke krachten geleid.

Tot verbijstering van velen ontsloeg Mechichi vorige week ook nog eens de minister van Volksgezondheid, Faouzi Mehdi, op een moment dat het land worstelt met een heftige nieuwe golf van coronabesmettingen. De ziekenhuizen zitten overvol en velen sterven bij gebrek aan goede verzorging. Tunesië hoort tot de zwaarst getroffen landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Beraad tussen Saied en Mechichi over de aanpak van de coronacrisis leidde slechts tot wederzijdse beschuldigingen.

Ook op economisch terrein gaan de zaken al geruime tijd beroerd. De werkloosheid, met name onder jongeren, is hoog en velen proberen bij gebrek aan perspectief naar Europa te migreren. De corruptie tiert welig en het toerisme, een belangrijke bron van inkomsten voor het land, had eveneens zwaar te lijden onder de pandemie. Veel Tunesiërs, die in 2011 hadden gehoopt dat met de democratie ook welvaart zou komen, voelden zich daarom verraden. President Saied, die in 2019 met 72 procent van de stemmen werd gekozen, heeft steeds handig op die sentimenten ingespeeld.

Lees ook: ‘Wat is dat voor democratie waar je een lege maag hebt?