Sangay Tenzin, de zwempionier uit Bhutan

Tokio 2020 In Bhutan zijn veel mensen bang voor water. Toch vaardigde het koninkrijk een zwemmer af naar de Olympische Spelen, voor het eerst.

In Bhutan, gelegen tussen China en India, vertellen ouders hun kinderen dat ze weg moeten blijven bij de rivieren.
In Bhutan, gelegen tussen China en India, vertellen ouders hun kinderen dat ze weg moeten blijven bij de rivieren. Foto De Agostini/Getty Images

Soms zijn de rivieren in het koninkrijk Bhutan net wildwaterbanen. Ze zien er verlokkelijk uit, helder en verkoelend als ze kunnen zijn, maar ze kunnen ook ruig en onvoorspelbaar zijn.

De natuur, schrijft het boeddhisme voor, is er om te koesteren. Maar voor water hebben de mensen in dit deel van de Himalaya niet alleen ontzag. Ze zijn erdoor bevreesd. Te veel kinderen zijn erdoor opgeslokt. In april nog twee tieners in rivier de Ha Chhu. De een kwam in nood, de ander ging hem redden. Vervolgens eindigden ze beiden in een draaikolk.

Zwemmen konden ze nauwelijks – net als het gros van de bevolking in de bergstaat tussen China en India.

„Zwemlessen zijn hier een probleem”, zegt Art Finch, zwemleraar in hoofdstad Thimphu. „In sommige rivieren kun je best zwemmen, maar niet als je het nooit hebt geleerd. Ik kan op dit moment één kind bedenken die de stroming aankan..., en dat is Sangay Tenzin.”

Sangay Tenzin is een jongen met zijn haar in een middenscheiding en een montere oogopslag, afkomstig uit het warmere zuiden van Bhutan, waar zijn ouders hem waarschuwden voor de rivieren. „Ik ben bang voor water geweest”, vertelt hij, „maar die angst heb ik overwonnen. Op mijn negende heb ik mezelf leren zwemmen in ondiepe stroompjes.”

Inmiddels is hij zeventien en staat hij op het punt om een onwaarschijnlijke mijlpaal te bereiken namens het waterschuwe koninkrijk in de Himalaya. Dinsdag, 19.02 uur lokale tijd in Tokio, is het zover. Dan zal hij de eerste Bhutanese zwemmer worden die meedoet aan de Spelen, op de 100 meter vrije slag, meteen al in de eerste heat. „Het is alsof ik in het paradijs ben beland”, appt Tenzin. „Ik ben enorm trots.”

Eén zwembad in het land

In het olympisch dorp in Tokio is hij niet de enige pionier. Vele landen brengen ze voort, ook deze Spelen weer, in tal van disciplines. Soedan debuteert bij het roeien, de Comoren in het judo, Letland bij de paardensport, terwijl Somalië voor het eerst aan een andere sport dan atletiek meedoet.

Maar waar het gros van de opzienbarende olympiërs hun sport in eigen land kan beoefenen, kan Tenzin dat niet. Hij trainde de voorbije twee jaar in Thailand, omdat Bhutan geen bad van olympische afmetingen (50 meter) heeft. Tot een jaar of tien geleden telde Bhutan precies één zwembad, op een oppervlakte vergelijkbaar met Nederland. „Het was ons equivalent van de Eiffeltoren en Taj Mahal”, schreef leraar Passang Tshering in zijn blog over het leven in Bhutan. „Het was alsof je een dag naar Disneyland ging.”

Veel van de circa 750.000 inwoners van Bhutan hebben volgens hem nog nooit een zwembad gezien. „We hebben nu meer zwembaden, maar die zijn eigendom van hotels en niet toegankelijk voor publiek”, mailt Tshering. „Daar kun je niet trainen.”

Toch hoopt de relatief jonge zwemfederatie van Bhutan op een kentering. Gekleed in hun traditionele knielange mantels ondertekenden de voorzitter en de secretaris vorige maand nog een contract met de internationale zwembond FINA, dat zal meebetalen aan het olympisch zwembad dat Bhutan gaat bouwen.

De vlaggendragers van Bhutan bij de openingsceremonie, met links zwemmer Sangay Tenzin. Foto Martin Bureau/AFP

De nationale sport van Bhutan is boogschieten. Maar volgens bondsofficial Zam Tshering is er genoeg interesse voor zwemmen. Al telt de federatie nu nog twee leden (een ervan is olympiër Tenzin), uit onderzoek van het lokale Olympisch Comité is gebleken dat jongeren zich van alle sporten het meest voor zwemmen interesseren. „Zwemmen heeft een enorme aantrekkingskracht.”

Zwemdocent Finch is een van de oprichters van de bond. Hij zette in 2014 al een groot trainingsprogramma op in Thimphu. Doel: álle kinderen leren zwemmen. Hij strikte een voormalig Amerikaanse zwemster als instructeur en zag jongens en meisjes toestromen. Totdat het zwembad, het enige openbare, werd gesloten.

„Door vertraging bij de renovatie ligt ons programma nu alweer enkele jaren stil”, verzucht Finch. „Ons aanbod om mee te betalen en de bouwwerkzaamheden te coördineren is door de regering genegeerd. De enige kinderen die nu nog zwemles krijgen, zijn die op de Ugyen Academy in Punakha, een school voor de elite.”

Gevaarlijke rivieren

Finch weet hoe gevaarlijk de verleiding van de rivieren kan zijn. Ook hij heeft ze gekend, kinderen die verdronken. „Je weet hoe kinderen zijn: wat spannend is, is voor hen ook onweerstaanbaar. Ze willen afkoelen, plezier maken. En dan gaat het soms mis. Hartverscheurend.”

In Tokio zal Sangay Tenzin gevaarloos door het water zoeven, al staat hij niet te boek als snel. Hij is de enige van de 74 deelnemers met een kwalificatietijd boven de minuut: 1.00,81. Dertien seconden langzamer dan de snelste, Australiër Kyle Chalmers. Maar hoeveel dat zegt? Ahmed Hafnaoui uit Tunesië won zondag de 400 meter vrije slag terwijl hij zich met de 31ste tijd had geplaatst.