De hack van EncroChat zou een Frans militair staatsgeheim zijn en daarom mag zelfs de rechter er niets van weten

Verschoning Franse staatsgeheime informatie over de hack van EncroChat belandde bij drie Rotterdamse rechters. Die worden daarom nu vervangen.

Het Openbaar Ministerie stelt niet te weten hoe het staatsgeheim bij de rechters belandde: „Hoe, wanneer of op welke wijze dit precies is gebeurd, is niet bekend.”
Het Openbaar Ministerie stelt niet te weten hoe het staatsgeheim bij de rechters belandde: „Hoe, wanneer of op welke wijze dit precies is gebeurd, is niet bekend.” Foto David van Dam

„We hebben handig gebruikgemaakt van het feit dat criminelen blind vertrouwen op cryptocommunicatie en vrijuit praten”, zei Andy Kraag, hoofd van de Landelijke Recherche vorig jaar na het hacken van communicatiedienst EncroChat. „We kregen een schat aan criminele berichten waarmee we een groot deel van de onderwereld konden blootleggen.”

Lees ook dit artikel: Hoe een telefoon-hack narcostaat Nederland feilloos blootlegt

Zo hard als de politie zich vorig jaar zomer op de borst klopte over het hacken van EncroChat door een Frans-Nederlands Joint Investigation Team (het onderzoek-Lemont), zo hard probeert het Openbaar Ministerie sindsdien om geheim te houden hoe die hack precies plaatsvond. Tot frustratie van advocaten die in tientallen strafzaken de rechtmatigheid van de hack willen aanvallen, omdat die voor cliënten belastende chats onthulde.

Het OM stelt dat de hack van de EncroChat-server in Roubaix een Frans militair staatsgeheim is en daarom nooit mag worden onthuld. Zelfs rechters mogen er niets van weten. De spaarzame informatie over de hackoperatie wordt steevast zwartgelakt.

Boos was het OM dan ook toen dit voorjaar bleek dat in Britse rechtszaken details over de EncroChat-operatie opdoken. De Britten zouden „het vertrouwen hebben geschaad” door informatie uit vergaderingen „over praktische en juridische vormen” van samenwerking openbaar te maken in rechtszaken, schreef het OM.

Niet op eigen initiatief

En nu blijkt het Franse staatsgeheim te zijn beland bij de drie Rotterdamse rechters in de strafzaak-Sartell, een prestigieuze drugszaak waar tien verdachten worden verdacht van grootschalige cocaïnesmokkel, lidmaatschap van een criminele organisatie en witwassen. Hoofdverdachte is Roger P., beter bekend als Piet Costa vanwege zijn banden met Costa Rica.

De rechtbankvoorzitter blijkt dit jaar een ongekuiste versie van een machtiging voor de ‘Lemont’-hackoperatie bij EncroChat te hebben ontvangen. Die besprak ze vervolgens met haar twee collega’s, zo volgt uit een uitspraak van de speciale verschoningskamer van de rechtbank Rotterdam eind vorige week, waarin de rechters van de zaak worden gehaald.

Omdat de rechters het Franse staatsgeheim kennen, weten zij nu meer dan de verdediging en de officieren van justitie uit de Sartell-zaak en daarmee komt hun onpartijdigheid in het geding, constateert de verschoningskamer.

Merkwaardig is dat het geheim alleen via het OM de rechters kon bereiken

Merkwaardig is dat het staatsgeheime document alleen via het OM bij de rechters lijkt te kunnen zijn beland, omdat alleen het ministerie erover beschikt. Desondanks stelt het OM niet te weten hoe het staatsgeheim bij de rechters belandde. „Hoe, wanneer of op welke wijze dit precies is gebeurd, is het OM niet bekend.”

Lees ook dit artikel: Advocaten strijden tegen informatie uit ‘cryptophones’

De rechters dienden het verschoningsverzoek niet op eigen initiatief in, maar nadat het OM ze dat vroeg. Jan-Hein Kuijpers, advocaat van hoofdverdachte Roger P., laat weten ontstemd te zijn over de gang van zaken. „De verdediging is niet om een mening gevraagd over een eventuele verschoning, terwijl het OM zich er wel over kon uitlaten.” De advocaat stelt dat hij vermoedelijk niet op een verschoning zou hebben aangestuurd, juist omdat het OM dat wél deed. „Het geeft te denken over de motieven van het OM om de handel en wandel met Frankrijk verborgen te houden.”

De gevolgen van de verschoning voor de zaak-Sartell zijn nog onduidelijk. Als die vertraging oploopt, kunnen de verdachten eventueel strafkorting krijgen. De zaak bevindt zich nog in de voorbereidende fase en zal nu met drie nieuwe rechters moeten worden voortgezet. Zij zullen zich moeten inlezen in duizenden pagina’s processtukken.

Het OM laat weten dat het hoopt dat de geplande inhoudelijke behandeling eind dit jaar (eerste zittingsdag 15 november) doorgaat. „Maar dan zullen de nieuwe rechters er wel snel moeten komen.”

Lees ook dit artikel: Unieke hack van EncroChat leidt tot veel lastige juridische vraagstukken