Plaats op Werelderfgoedlijst is zowel lust als last

Unesco De Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Koloniën van Weldadigheid werden maandag op de Werelderfgoedlijst gezet. Dat brengt wel een plicht met zich mee.

Slot Loevestein, onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, die maandag door Unesco op de Werelderfgoedlijst werd gezet.
Slot Loevestein, onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, die maandag door Unesco op de Werelderfgoedlijst werd gezet. Foto Sem van der Wal/ANP

Nederland heeft er werelderfgoed bij. Maandag besloot Unesco de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Koloniën van Weldadigheid (waaronder Veenhuizen en Frederiksoord) op de Werelderfgoedlijst te zetten. Het besluit voor de Neder-Germaanse Limes, de grens van het Romeinse Rijk in de Romeinse provincie Neder-Germanië, moet een dezer dagen nog vallen. Eigenlijk mag een land dat het Werelderfgoedverdrag heeft ondertekend, jaarlijks maar twee erfgoederen voordragen. Maar de koloniën deed Nederland samen met België, en de Limes met Duitsland.

Op de in 1977 in het leven geroepen Werelderfgoedlijst staan culturele en natuurlijke erfgoederen die van zo groot belang zijn dat ze moeten worden beschouwd als eigendom van de hele wereld. De lijst, die vrijwel jaarlijks flink wordt uitgebreid, telde tot deze week 1.121 werelderfgoederen in 167 landen, waaronder het Great Barrier Reef in Australië, de binnenstad van Florence en de twintigste-eeuwse gebouwen van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright.

In Nederland voert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed het werelderfgoedbeleid uit. Deze dienst stelt eerst een voorlopige lijst met mogelijke Nederlandse werelderfgoederen op, waaruit de regering vervolgens een voordracht doet voor de Werelderfgoedlijst. Op de voorlopige lijst staan nu onder meer het Koninklijk Eise Eisinga Planetarium in Franeker en het Plantagesysteem in West-Curaçao. Een voordracht gaat gepaard met onder meer een beheerplan en wordt beoordeeld door het Unesco Werelderfgoedcomité.

Lees ook deze reportage: De Koloniën van Weldadigheid: van utopie naar plek van verdriet

Met de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Koloniën heeft Nederland twaalf werelderfgoederen op de Unesco-lijst, waaronder de Amsterdamse grachtengordel, het Rietveld Schröderhuis in Utrecht, de Waddenzee, de Beemster en Schokland. De vorige Nederlandse toevoeging, de Van Nellefabriek in Rotterdam uit 1931, dateert van 2018.

Verplichting

Plaatsing is een lust en een last. Het stimuleert vaak het toerisme. Maar het levert een land geen financiële of andere ondersteuning op van de Verenigde Naties bij het behoud ervan, terwijl het wel zijn best moet doen het erfgoed zo goed mogelijk in oorspronkelijke staat te behouden. Doet het land dit in de ogen van Unesco te weinig, dan kan het van de lijst worden gehaald. Dit gebeurde onlangs met de Docklands in Liverpool, het oude havengebied dat sinds 2012 op de lijst staat. In de ogen van Unesco worden hier nu te veel nieuwe gebouwen gebouwd, waaronder het stadion van Everton.

Naast de Werelderfgoedlijst kent Unesco de Lijst van bedreigd werelderfgoed, waarop nu onder meer het regenwoud van Sumatra en de stad Samarra in Irak staan. Bedreigde werelderfgoederen kunnen wel financieel worden ondersteund door Unesco. Onlangs besloot het comité het Great Barrier Reef niet op de Lijst bedreigd werelderfgoed te zetten na een lobby van Australië, dat er een bedreiging voor het toerisme in zag.