‘Mensen plegen online onbewust strafbare feiten’

Mariëtte van Huijstee | onderzoekster Rathenau Instituut Mensen ontsporen online sneller dan in het ‘gewone’ leven. Het Rathenau Instituut vindt dat de overheid de bestrijding van uitwassen niet kan overlaten aan techbedrijven, maar zelf actiever moet worden.

Illustratie Rik van Schagen

Hacking, pedojagen, phishing, trolling, wraakporno en desinformatie. Het Rathenau Instituut heeft alle manieren waarop mensen zich ‘immoreel en schadelijk’ gedragen op internet in kaart gebracht. In het deze maand verschenen rapport ‘Online ontspoord’ staan er maar liefst 22.

Wat Mariëtte van Huijstee, die het onderzoek leidde, vooral interessant vond om uit te zoeken is waaróm mensen die zich in de ‘gewone’ wereld netjes gedragen, op internet morele en soms ook juridische grenzen overschrijden. „Mensen die zulk gedrag vertonen overzien lang niet altijd de consequenties van hun daden”, zegt ze.

Neem de mensen die na de aanslag op Peter R. de Vries op sociale media beelden verspreidden van zijn bebloede lichaam. Op Twitter brak een felle discussie los: was dat niet on-ethisch tegenover het weerloze slachtoffer? Van Huijstee oordeelt mild. „Je kunt niet zeggen dat die mensen per definitie aso’s waren”, zegt ze. „Met ons onderzoek in de hand durf ik zelfs het vermoeden uit te spreken dat die mensen dit deden uit betrokkenheid. Door de morele mist die op internet heerst, stonden ze er niet bij stil dat hun gedrag schadelijk zou kunnen zijn.”

Het ministerie van Justitie en Veiligheid maakt zich al een tijdje zorgen over die ‘morele mist’ op internet.

„In 2018 verscheen er een Amerikaans boek, Evil Online, waar het ministerie zich rot van schrok”, zegt Van Huijstee. „Daar stonden heel veel vormen van dit soort gedrag in. Dat resoneerde nogal bij het ministerie, ze wilden weten in hoeverre dit in Nederland voorkomt. En natuurlijk ook wat hiertegen te doen valt.” Zo kreeg het Rathenau Instituut, via het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC), de opdracht.

Ontmenselijkte omgeving

„Regelmatig plegen mensen online strafbare feiten zonder dat ze het zelf doorhebben”, zegt Van Huijstee. Neem de twee vrouwen die voor opruiing en bedreiging werden veroordeeld omdat ze in een chatgroep ‘iedereen succes’ wensten die thuis bij RIVM-directeur Jaap van Dissel langsging. En zie ook rapper/acteur Bilal Wahib, die tijdens een livestream een minderjarige jongen uitdaagde om zijn geslachtsdeel voor de camera te laten zien. Van Huijstee: „Die mensen zeiden achteraf: het was maar een geintje. Dit is voor veel mensen een schemergebied, ze kennen de grenzen niet.”

Mensen plegen online onbewust strafbare feiten

Mariëtte van Huijstee


Daar komt bij dat de anonimiteit van het internet ontremmend werkt. Van Huijstee vergelijkt het met de gamewereld. „Sociale media zijn virtuele, ontmenselijkte omgevingen waarin je alleen accountnamen en avatars ziet, geen mensen van vlees en bloed bij wie je berichten hard aankomen. En je kunt je verschuilen achter een pseudoniem.”

De technologie speelt een belangrijke rol bij het aanjagen van online wangedrag. Schokkende beelden en harde uitspraken genereren meer aandacht en komen daardoor prominenter in tijdlijnen terecht. „Dat is de aandachts-economie. Het internet maakt het mogelijk om over de hele wereld gelijkgestemden tegen te komen, zelfs als jouw mening helemaal niet zo wijdverbreid is. Daarnaast zorgen algoritmen voor ‘echokamers’ waarin mensen elkaars meningen versterken. Het kan ervoor zorgen dat mensen met extreme meningen weinig tegengeluid horen. Dan ga je denken dat wat jij zegt op internet normaal is.”

Er zijn wel mensen die zich op internet als moraalridder opstellen en anderen tot de orde roepen. Maar zulk ‘digitaal vigilantisme’ kan op zichzelf ook weer leiden tot schadelijk gedrag. Pedojagen valt daar bijvoorbeeld onder. „Mensen gaan dan voor eigen rechter spelen, de ander aan de schandpaal nagelen, vanuit het idee dat zij moreel verheven zijn. Dat heeft in november 2020 zelfs geleid tot de dood van een vermeende pedofiel, die werd opgespoord en in elkaar geslagen.”

Grondrechten beschermen

Het Rathenau Instituut komt tot een sombere constatering: internet is voor burgers een onveilige omgeving geworden, waar de autoriteiten bijna onzichtbaar zijn. „De overheid moet zich veel actiever gaan opstellen. Het is haar taak om burgers te beschermen. Techbedrijven doen ook wel wat, bijvoorbeeld het verwijderen van schadelijke berichten, maar zelfregulering werkt niet voldoende”, zegt Van Huijstee.

Ze begrijpt de terughoudendheid wel om van rijkswege in te grijpen. „Je krijgt al snel het verwijt van staatscensuur en overheidssurveillance, zoals we dat kennen uit China. Maar de balans slaat nu door naar de verkeerde kant. Misbruik van de vrijheid van meningsuiting door de een kan een bedreiging zijn voor de ander.”

Het Rathenau Instituut vindt dat de overheid afspraken moet maken met techbedrijven over de algoritmen die bepalen welke beelden en berichten voorrang krijgen op sociale media. „Dat zijn nu vooral schokkende berichten, want die genereren de meeste aandacht, dus de meeste reclame-inkomsten”, zegt Van Huijstee. „Die technologie is geen natuurverschijnsel, je kunt erop ingrijpen.”

Daarnaast zou de overheid het voor burgers makkelijker kunnen maken om met behoud van hun eigen data over te stappen naar andere sociale media, die meer actie ondernemen tegen wangedrag van gebruikers.

Van Huijstee: „Als je nu bijvoorbeeld wilt overstappen van WhatsApp naar een andere chatdienst, of van Twitter naar een vergelijkbaar platform, dan ben je meteen al je contacten kwijt.”

De politie zou ook een veel grotere rol kunnen spelen, stelt het Rathenau Instituut. Allereerst door meer aandacht te besteden aan slachtoffers van online wangedrag. „De nadruk moet niet alleen liggen op het opsporen van daders. Het kan slachtoffers ook helpen als schadelijke berichten snel van internet worden gehaald.”

Illustratie Rik van Schagen

Daarnaast zou de politie veel zichtbaarder aanwezig moeten zijn op internet. „Als iemand online zoekt naar instructies of software voor phishing, dat er dan meteen als waarschuwing een vignet van de politie verschijnt. Zo’n logo heeft een psychologisch effect. De politie zou zich ook in discussies op sociale media kunnen mengen en mensen erop kunnen wijzen als hun gedrag strafbaar is.”

De overheid moet volgens het Rathenau Instituut meer doen om duidelijk te maken dat online dezelfde regels en normen gelden als in de echte wereld. „Dat moeten kinderen op school leren. Ook volwassenen moeten ervan doordrongen raken. Hier ligt een taak voor de overheid.”

Nationaal meldpunt

De afgelopen tijd is er in de politiek meer aandacht gekomen voor het aanpakken van schadelijk gedrag en illegale content op het internet. Minister Ferdinand Grapperhaus (Veiligheid en Justitie, CDA) heeft van het bestrijden van kinderporno een persoonlijk strijdpunt gemaakt. Wraakporno en sextortion (chantage met seksbeelden) zijn sinds 1 januari 2020 strafbaar, en op 12 juli maakte Grapperhaus een wetsvoorstel openbaar om doxing (het verspreiden van privégegevens van anderen op internet) strafbaar te stellen. In Europees verband wordt gewerkt aan wetten om bijvoorbeeld cryptofraude en haatdelicten beter strafrechtelijk te kunnen aanpakken.

De Tweede Kamer installeerde recentelijk een nieuwe, vaste commissie die zich exclusief gaat bezighouden met digitale zaken. Het Rathenau Instituut zal na het zomerreces met deze commissie gaan praten en het onderzoek toelichten. Daarnaast noemde informateur Mariëtte Hamer digitalisering als een van de urgente thema’s waarover bij de formatie gesproken wordt. Het onderwerp omgang met digitale media staat dus op de agenda aan het Binnenhof.

Het Rathenau Instituut stelde een ‘strategische agenda’ op voor de Rijksoverheid. Een nieuw kabinet zou er bijvoorbeeld voor kunnen zorgen dat er betere infrastructuur komt om ongewenst gedrag op internet aan te pakken. Van Huijstee: „Er bestaan wel meldpunten, bijvoorbeeld voor online pesten, discriminatie op internet en kinderporno, maar dat zijn allemaal losse, maatschappelijke initiatieven die onderling niet samenhangen. Eigenlijk zou er één centraal punt van de overheid moeten zijn waar dat allemaal bij elkaar komt. Een Nationaal Meldpunt, of een Nationaal Coördinator.”

Surfpaspoort

Er is één brandende kwestie waarop het Rathenau Instituut doelbewust geen antwoord heeft willen geven: zou het niet beter zijn om de anonimiteit van internetgebruikers op te heffen? Zodat ze zich minder vrij voelen om online wangedrag te vertonen?

„Dat is een dilemma”, zegt Van Huijstee. „Anonimiteit werkt ontremmend, en dat kan negatieve gevolgen hebben. Maar er zijn ook positieve kanten. Die anonimiteit op internet heeft bijvoorbeeld bewegingen mogelijk gemaakt als de Arabische Lente en #MeToo. Ook klokkenluiders die misstanden aan de kaak stellen zouden dat nooit durven als ze met naam en toenaam op internet staan.”

Er zijn wel tussenvormen denkbaar waarbij gebruikers hun anonimiteit gedeeltelijk kwijtraken, zoals een surfpaspoort of een digitaal toegangsbewijs. Van Huijstee denkt even na hoe ze dat het beste kan uitleggen. „Je kunt het vergelijken met het vaccinatiepaspoort. Je privacygevoelige gegevens worden niet voor iedereen zichtbaar als je de QR-code in de app laat zien.” De onderzoekster beseft dat opheffing van de anonimiteit een delicaat vraagstuk is. „We willen alleen zeggen: onderzoek welke mogelijkheden er zijn en voer hier een fundamenteel debat over.”

Van doxxing tot digitaal vigilantisme. Wat voor online ontsporingen zijn er zoal?

Cancellen

Oproepen om iemand uit te sluiten, bijvoorbeeld als een persoon sociale normen heeft overschreden.

Catfishing

Het verbergen of veranderen van je identiteit bij (online) dating.

Digitaal vigilantisme

Morele afkeuring of terechtwijzing van personen die online ongewenst sociaal gedrag zouden vertonen. Vormen van digitaal vigilantisme zijn shaming, pedojagen en doxing.

Doxing

Het openbaar maken van andermans persoonlijke informatie, zoals adresgegevens of foto’s van kinderen

Grooming

digitale kinderlokkerij via games of sociale media

Hacking

Het ongeautoriseerd toegang verkrijgen tot computersystemen

Pedojagen

Burgers doen zich voor als kind om (vermeende) pedofielen in de val te lokken. Kan uitlopen op geweld.

Shaming

Het publiekelijk uiten van morele kritiek op iemand die sociale normen zou hebben overschreden

Shame sexting

Het zonder toestemming maken/verspreiden van seksueel getinte beelden of video’s van een ander (bij sexting verspreidt iemand dit soort beelden van zichzelf).

Sextortion

Afpersing waarbij de dader dreigt om seksueel beeldmateriaal van het slachtoffer openbaar te maken.

Sock puppeting

Anderen misleiden via een valse identiteit (sokpop)

Trolling

1) Het opzettelijk online dwarszitten, uitschelden, kleineren of bekritiseren van anderen. 2) het verspreiden van desinformatie via nepaccounts.