Eenmaal in de lucht valt er niets meer te corrigeren voor Mathieu van der Poel

Mountainbiken Mathieu van der Poel was een van de favorieten voor olympisch goud bij het mountainbiken. Maar het ging mis, al in de eerste ronde.

Mathieu van der Poel na zijn val in Izu.
Mathieu van der Poel na zijn val in Izu. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Het noodlot slaat al in de eerste ronde toe, op het gedeelte van het parcours dat hem het best zou moeten liggen, bij de Sakura Drop, een sprong van een meter of drie. De kick om zich met een leeuwenhart van een rotsblok af te gooien, zonder nadenken, zonder remmen, is een van de redenen waarom hij vijf jaar geleden met mountainbiken is begonnen.

Hindernissen heeft hij nodig als water en brood, echt, het kan hem niet spectaculair genoeg. Van een wedstrijd op de weg sust hij in slaap. Dan valt hij op een gegeven moment maar aan, om de sleur te doorbreken. Laat hem maar spelen, zijn crossfiets dwars zetten terwijl hij door de lucht vliegt. Maar deze maandag gaat het fout, tijdens de wedstrijd waar hij het al vier jaar over had.

De camera’s registeren het aanvankelijk niet, volgen de eerste zes renners die voorbij zijn gevlogen. Maar dan vliegt er een frame door het beeld, en de renner buitelt erachteraan. Het is Mathieu van der Poel, de 26-jarige alleskunner, die over de kop slaat op de eerste serieuze hindernis van de dag. Vanaf de zijlijn makkelijk beoordeeld maakt hij een fout die hij alleen zichzelf kan aanrekenen.

Beginnerslessen

Op herhalingen zie je dat zijn voorwiel naar beneden zakt op het moment dat de ondergrond verdwijnt – het is wat een ongeoefende mountainbiker overkomt als die met samengeknepen billen te langzaam op een afgrond af fietst. Zaak is dan juist om vaart te blijven houden en het lichaamszwaartepunt naar achteren te verplaatsen, het stuur wat op te trekken. Het zijn beginnerslessen op de fiets met dikke banden, normaal gesproken niet van toepassing op Van der Poel. Die maakte tienduizenden van dit soort sprongen, als jochie al, in het bos achter het ouderlijk huis in Kapellen, bij Antwerpen. Daar bouwde hij met zijn broer David schansjes waar hij met een crossfiets hele dagen kon stunten.

Mathieu van der Poel gaat over de kop op het Izu MTB Course. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Eenmaal in de lucht valt er niets meer te corrigeren. Van der Poel slaat over de kop en landt met een doffe dreun op zijn heup en zijn schouder. In de berm grijpt hij naar zijn rug, hij hapt naar adem. Even neemt hij de tijd om te beseffen dat zijn droom in duigen is gevallen. Maar dan stapt hij weer op, en begint hij op de 35ste plaats aan een verbeten achtervolging.

Hij rukt op naar de 27ste en uiteindelijk zelfs naar de dertiende plaats. Maar in ronde vijf knakt hij. Bij de materiaalzone stuurt hij uit, en zakt hij tegen de hekken op de grond. Het ging niet meer, zijn heup begon pijn te doen. In het ziekenhuis moet blijken of er ook schade is ontstaan.

Moordend programma

Mathieu van der Poel lijkt zich vergaloppeerd te hebben, in zijn queeste in drie sporten ’s werelds beste te worden. Die balanceer-act leidde dit seizoen tot een moordend programma. Niet zozeer het aantal wedstrijddagen is gekkenwerk, maar het zijn de druk en het verwachtingspatroon die hij steeds met zich meetorst, en de niet te onderschatten moeilijkheid te presteren op steeds een andere fiets.

Eind februari werd hij in Oostende voor de vierde keer wereldkampioen veldrijden, een paar weken later won hij op de wegfiets de Strade Bianche in Italië. Nadien wisselde hij even snel van fiets, om zich bij twee wereldbekers mountainbiken een goede uitgangspositie op de Spelen te verschaffen. Nerveus verscheen hij in mei in Albstadt aan de start, omdat hij er zo lang uit was geweest en niet goed wist wat hij waard was.

Door corona had hij heel 2020 niet op de mountainbike geracet. Dat was wrang, want hij had een jaar eerder net de aansluiting met de top gevonden; hij versloeg de wereldkampioen herhaaldelijk. Waren de Olympische Spelen volgens planning doorgegaan, dan was hij in topvorm naar Japan gereisd. Nu ze naar 2021 werden verplaatst, stroomde zijn agenda over. Mede door zijn eigen toedoen had zijn ploeg, Alpecin-Fenix, dit jaar een startbewijs voor de Tour de France verdiend. Nu moest hij alles zien te combineren, in een tijdsbestek van weken.

Zijn sponsoren verwachtten hem in de Tour, en opnieuw overtrof hij de verwachtingen. Hij won een rit en droeg zes dagen de gele trui. Van der Poel was zijn salaris meer dan waard gebleken. Maar zijn persoonlijke doelen raakten ondergesneeuwd. Toen hij uit de Tour stapte, waren er nog drie weken over om zich voor de Spelen voor te bereiden. Dat was kort dag. Een race tegen de klok zelfs.

Mathieu van der Poel crasht hard in de eerste ronde. Foto Greg Baker/AFP

Van der Poel heeft vaker aangegeven dat de wissel van wegfiets naar mountainbike tijd vergt. Het gaat om de spieren in de rug, de armen, die in het bos veel meer klappen krijgen dan op het asfalt. Als hij een tijd niet op de mountainbike heeft gezeten, en dan weer wedstrijden gaat rijden, krijgt hij in het begin last van zijn onderrug.

Hitteplan in de garage

Terwijl de Nederlandse mountainbikeploeg bijtijds naar Tokio reisde, koos Van der Poel ervoor om thuis te blijven trainen. Hij had er geen zin in om door de strenge restricties in Japan op een hotelkamer opgesloten te zitten en kon het zich bovendien niet permitteren een training over te slaan, met oog op het WK wegwielrennen en de klassieker Parijs - Roubaix die er nog aan zitten te komen. Pas vrijdagochtend kwam hij aan, drie dagen voor de wedstrijd. Tijd om de jetlag van zich af te schudden nam hij niet, laat staan om aan de klamme hitte te wennen. Om dat te ondervangen was hij in zijn garage op een rollerbank gaan zitten, de verwarming hoog en een warm vest aan. Dat was zijn hitteplan. Het parcours had hij bij aankomst nog nooit gezien. Voor het olympisch testevent in oktober 2019 had hij geen tijd. Hij had toen net het WK op de weg in Harrogate gereden.

Lees ook, uit mei 2021: De onzekere terugkeer van Mathieu van der Poel bij zijn ‘liefde’: de mountainbike

Van der Poel verkende het lastige parcours in Izu vrijdag, zaterdag én zondag. Er zaten veel korte klimmetjes in, en dat leek hem in zijn voordeel. De rotsblokken maakten het technisch en de drops vond hij mooi, zei hij zaterdag in gesprek met de pers. Daarin liet hij ook meer dan eens blijken dat hij liever had gezien dat hij meer voorbereidingstijd had gekregen. Een of twee wedstrijden extra hadden hem zelfverzekerder aan de start gebracht. Het was niet anders.

Plank op de Sakura Drop

Bij de verkenning deed hij wel tien keer de Sakura Drop. Daar lag toen een soort lattenbodem tegenaan. Een renner kan de sprong dan in alle rust inspecteren. Volgens de Nederlandse bondscoach Gerben de Knegt haalt de organisatie die plank voor de eigenlijke wedstrijd weg. Zo gaat dat altijd in het mountainbiken. Van der Poel was daarvan niet op de hoogte, schreef hij op twitter, als enige van 36 deelnemers. Hij dacht dat de plank zou blijven liggen. Vandaar dat hij ter aarde stortte toen hij tijdens de wedstrijd pas ontdekte dat dat niet zo was. Hij had beter moeten weten, zei zijn ploeggenoot Milan Vader. Het was er aan het ontbijt nog over gegaan.

Je zou dit het volgende voorbeeld van miscommunicatie kunnen noemen bij TeamNL, na het echec bij de vrouwen op zondag. Meer op zijn plaats lijkt de conclusie dat tijdgebrek Van der Poel is opgebroken. Had hij meer kunnen mountainbiken, dan had hij van de plank geweten. En had hij weerstand kunnen bieden aan Tom Pidcock, die ook drie disciplines combineert, maar wel wist van de plank.