Opinie

Een lege beurshuls moet sex appeal hebben

Menno Tamminga

Lege hulzen hebben de toekomst. Euronext Amsterdam vierde afgelopen week de tiende beursnotering van een lege huls. Al heten de hulzen aan het Beursplein anders, zoals een colbert na het verlaten van de kledingzaak gewoon een jasje is. De lege hulzen zijn special purpose acquisition companies, kortweg spacs.

Het legehulzenfestival is, zoals wel meer trends op de financiële markten, een Amerikaanse uitvinding die mondiaal navolging vindt. Spacs werken, kort gezegd, zo: topmanagers en financiers zetten een spac op met een breed omschreven doel. Bijvoorbeeld: investeren in technologie. Of: de energietransitie. Het moet wel een beetje sex appeal hebben. Want als belegger in een lege huls ga je toch op een blind date.

Lees ook: Robinhood gaat naar de beurs met omstreden verdienmodel

Beleggers kopen aandelen in de lege huls en met dat kapitaal gaat de spac op overnamejacht. Als dat lukt, neemt de spac dat bedrijf (gedeeltelijk) over en zo krijgt het doelwitbedrijf in een handomdraai een beursnotering. De afgelopen weken koersten modemerk Zegna en mediabedrijf BuzzFeed via een spac naar de beurs.

Voor Euronext Amsterdam is de spac-mode een opsteker, want de animo voor een beursgang bij bedrijven met Nederlandse wortels is gering. Bedrijven die wel een Amsterdamse beursnotering wilden, doen vooral zaken búiten Nederland. Een Spaanse dienstverlener aan beleggingsfondsen. Een hallenbouwer in Oost-Europa.

Een Bulgaarse diergeneesmiddelenfabrikant blies de beursnotering eind juni om vijf voor twaalf af. Niet genoeg belangstelling.

De spacs en bedrijven met activiteiten elders illustreren het functieverlies van de beurs. De beurs is, in theorie, op twee manieren relevant voor de Nederlandse economie. Het is een marktplaats waar beleggers nieuw kapitaal kunnen steken in groeiende bedrijven en dus in de Nederlandse economie. Dat is de functie van kapitaalverschaffing. De beurs is óók marktplaats voor bestaande aandelen. De handelsfunctie.

Een bedrijf dat kapitaal nodig heeft, kan inmiddels bij zoveel financiers terecht dat een beursnotering een theoretische optie is. Vooral leuk voor de marketing en naamsbekendheid.

Je kunt je afvragen: is het een verlies voor de economie dat de beurs geen rol speelt bij de kapitaalverschaffing aan bedrijven? Ja, om twee redenen. De eerste is dat de beurs alleen nog een handelsfunctie heeft. Dat is nuttig. Maar dat draagt, net als spacs én de populariteit van apps à la Robinhood, bij aan het casinogehalte van de beurs. Zeg maar: gokje wagen, prijsje winnen. Het versterkt het beeld dat beleggen een gokspel is en de beurskoersen zijn losgezongen van de economie. Dat werkt door in de perceptie van deelnemers aan pensioenfondsen, die voor hun uitkering deels afhankelijk zijn van beursgenoteerde aandelen.

Het verlies van de functie van kapitaalverschaffing is ook pijnlijk omdat er zóveel kapitaal is geaccumuleerd in vier decennia tijd. Maar als het gaat om extra kapitaal om de economie te laten groeien, kijkt iedereen als vanzelfsprekend naar de overheid (Nationaal Groeifonds) of naar overheidsfinanciers (InvestNL, regionale ontwikkelingsmaatschappijen).

Dat versterkt het gevoel dat bedrijven en beleggers hun profijt pakken, maar de overheid de lastigste risico’s en de stroppen moet nemen.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.